4169

Het kalifaat van Córdoba (929 - 1031)

Het emiraat van Córdoba (979 - 929)
Het Kalifaat van Cordoba bestond tussen 929 en 1031. Het omvatte het grootste gedeelte van Spanje, en daarnaast gebieden in Noord-Afrika. De hoofdstad van het kalifaat was Córdoba. Deze periode wordt gezien als het hoogtepunt van islamitisch Spanje. Kunst, wetenschap, industrie en handel bereikten een niveau dat nergens anders in Europa gehaald werd, en er heerste een grote tolerantie ten opzichte van Joden en christenen. Het interieur van de Grote Moskee van Cordoba, de Mezquita, is een van de bekendste voorbeelden van de islamitische architectuur van de Spaanse Omayaden-dynastie

In 929 riep Abd-ar-Rahman lll (929-961) zichzelf uit tot kalief van Cordoba en brak daarmee ook in godsdienstig opzicht de band met Bagdad. Onder zijn leiding bereikte de Omayaden-dynastie in Spanje haar hoogtepunt. Het emiraat Córdoba was voortaan een kalifaat.

Het woord kalief is afgeleid van het Arabische woord chalifa = opvolger. De kalief wordt beschouwd als de opvolger van Mohammed, maar dan alleen in wereldlijke aangelegenheden, en als leider van de oemma (de wereldwijde Islamitische gemeenschap). De kalief was weliswaar leider van de gelovigen, maar liet de interpretatie van de Koran en de Hadieth (overleveringen over het doen en laten en de uitspraken van de profeet Mohammed) over aan de oelema (schriftgeleerden). De belangrijkste taak van de kalief was om het rijk te besturen en het geloof te vertegenwoordigen en te beschermen.

Het Kalifaat van Córdoba omvatte het grootste gedeelte van Spanje, en daarnaast gebieden in Noord-Afrika. De hoofdstad van het kalifaat was Córdoba. Deze periode wordt gezien als het hoogtepunt van islamitisch Spanje. Kunst, wetenschap, industrie en handel bereikten een niveau dat nergens anders in Europa gehaald werd, en er heerste een grote tolerantie ten opzichte van Joden en christenen.

In 935 gaf Abd-ar-Rahman lll de opdracht tot de bouw van de paleisstad Medina az-Zahra bij Cordoba, met ruim een half miljoen inwoners, na naast Constantinopel de grootste metropool van Europa. De stad kon bogen op talloze moskeeën, openbare baden, scholen, bibliotheken en hogescholen.
Het kersverse kalifaat moest zich op twee fronten verdedigen. In Noord-Afrika begonnen de Fatimiden een bedreiging te vormen, terwijl in Noord-Spanje enkele nieuwe, opkomende koninkrijken, voortgekomen uit de laatste restanten van het Visigotische koninkrijk van Spanje, steeds krachtiger werden. Door militaire campagnes en het bouwen van vele fortificaties en versterkingen wist Abd al Rahman III deze bedreigingen voorlopig het hoofd te bieden. Ondertussen werd het kalifaat steeds welvarender. De Arabieren hadden twee nieuwe factoren in de streek geïntroduceerd. De eerste bestond uit nieuwe gewassen, zoals rijst, vijgen, sinaasappels, katoen, etc. De tweede bestond uit kennis over verbeterde irrigatiemethoden. De goed florerende landbouw maakte op zijn beurt een bloeiende industrie mogelijk, met onder andere mijnbouw, papiermaken, keramiek, etc. De producten van zowel de landbouwsector als de industrie vonden gretig aftrek als exportproduct. Vooral textiel uit Cordoba en vijgen uit Málaga schijnen in de hele Mediterrane wereld erg gewild te zijn geweest. De stad Córdoba telde in die tijd waarschijnlijk rond de 100 000 inwoners, wat het na Byzantium de grootste stad in Europa maakte. De stad onderhield dan ook diplomatieke banden met landen zo ver als Duitsland.
Abd al Rahman III en zijn opvolger Al-Hakam II waren grote grote beschermheren van kunst en wetenschap. Onder hun leiding werd een van de grootste bibliotheken in ter wereld aangelegd, en werd Córdoba een internationaal bekend studiecentrum Er heerste een hoge mate van godsdienstvrijheid in het Kalifaat, in die tijd ongeëvenaard in christelijke landen. Joden en christenen konden niet alleen hun godsdienst vrij belijden, maar waren zelfs vertegenwoordigd in belangrijke ambtelijke en wetenschappelijke ambten.

Al Hakam ll el-Mustansir, kalief van Cordoba (961-976)

Hakam II el-Mustansir was de eerste van de Spaanse kaliefs die door de sunni-gelovigen ook buiten zijn eigen gebied als kalief wordt beschouwd. Overigens hadden er opmerkelijke culturele uitwisselingen plaats. Zo huwde Sidi Mansur, de beroemde vizier van Cordoba (ook bekend als Almanzor of Ibn Abi Amir el-Mansur) zowel met Abda la Vascona de Navarre als met Oneca Garces de Castille. Beide dames stonden aan het hoofd van belangrijke katholieke kloosters. Buiten deze nonnetjes huwde Almanzor in hetzelfde jaar 995 ook nog met de zeer katholieke prinses Teresa de León.

In 976 stierf Al-Hakam II. Aangezien zijn opvolger Hisham II nog maar 11 jaar oud was, werd er een drietal regenten aangesteld. Een van deze drie, Almanzor, wist zijn twee collega's een voor een aan de kant te schuiven, zodat hij in 981 grootvizier (een soort Islamitische hofmeier) werd. Hij zorgde ervoor dat de jonge kalief zijn uren besteedde aan het bevredigen van zijn pleziertjes, zodat hijzelf in de praktijk alle macht had in het kalifaat.

Hisham II (976-1008) met Al-Mansoer 976-1002, Abd Al-Malik 1002-1008)

Onder kalief al-Hakam ll  (961-976) en zijn opvolger Hisam (Hisjam) ll (976-1008) zette het verval van het kalifaat in. De stadhouder al-Mansoer verwoestte tijdens een grote veldtocht de stad en de kathedraal van Santiago de Compostella. In 977 vestigde de wesir Al-Mansoer (Almanzor) (de Zegenrijke) (977-1002), de eerste minister van Hisam (Hisjam) II, opnieuw de Moorse heerschappij over heel Spanje (door verdeeldheid van de Chr. koninkrijken in het noorden). In zijn 20-jarig bewind voerde A-Mansoer 57 veldtochten annex plundertochten uit tegen de christelijke koninkrijken aan zijn noordgrens. Dit was ook nodig, want hij hij had een erg dure levensstijl. Hij liet voor zichzelf een enorme paleisstad bouwen, een paar kilometer ten noorden van Córdoba. Verder verlaagde hij vaak belastingen, om populair te blijven bij het volk. Door zijn vele vijanden had een groot en duur leger nodig. Al-Mansoer overleed in 1002.  

Al-Mansoer werd opgevolgd door zijn zoon Abd Al-Malik, die de politiek van zijn vader voortzette. Hij overleed in 1008. Na zijn dood brak er een machtsstrijd uit, waarin verschillende facties jarenlang tegen elkaar streden om de zeggenschap in Córdoba. Alhoewel er in naam nog verschillende Omayaden de titel van kalief droegen, was er van central gezag geen sprake meer. Kort na elkaar regeerden: Mohammed ll (1008 -1009); Sulayman (Suleiman) ll (1009-1010); Mohammed ll (hersteld) (1010);  Hisham ll (hersteld) (1010-1012); Berbers verwoestten Madinat az-Zahra

Sulayman (Suleiman) ll weer aan de macht (1012-1016)

In 1013 werd Córdoba verwoest door de Berbers

Ali (1016-1018)

Abdelrahman lV (1018-1019)

Qasim (1019-1021)

Yahya (1021-1022)

Qasim (hersteld) (1022-1023)

Abdelrahman V (1023-1024)

De laatste Omayaden-kalief van Cordoba werd in 1031 afgezet. Het oorspronkelijke gebied van de kalief brak op in kleine koninkrijkjes. Het geestelijk gezag van het kalifaat gaat over in handen van al-Ka´im (1031-1075) uit Bagdad.

Mohammed lll (1024-1025)

Yahya (hersteld) (1025-1026)

In Sevilla heersen de Abbadiden (tot 1091), nu de meest vooraanstaande stad van Andalusië.

Hisham lll (1026-1031)

Na de dood van de stadhouder al-Mansoer in 1031 brak er tussen de Omayaden en de nazaten van de stadhouder een burgeroorlog uit om de opvolging. Tijdens de opstanden en onlusten vervloog de politieke eenheid van het kalifaat. Het kalifaat viel uiteen in kleine koninkrijkjes, de Taifa. Het zou bijna een eeuw gaan duren totdat islamitisch Spanje weer een eenheid zou vormen onder de Almoraviden.

1031-1086 is de periode van de Reyes de Teijas (of Taifas-koningen) in Andalusië (deelrijkjes); b.v. de Abbadiden in Sevilla.  In de omgeving van de grote steden ontstonden talrijke kleinere rijkjes (taifa's), die elkaar probeerden te overtroeven en bestreden. Onderling verdeeld als ze waren, waren ze niet opgewassen tegen de uit het noorden naderende macht van de verenigde christenen. Veel van hen werden zelfs schatplichtig aan de christelijke heersers. 

In 1091 namen de Almoraviden na de inname van de stad Sevilla de heerschappij over.  Andalusië werd een provincie van het Almoravidische rijk met Marrakesh als hoofdstad. 

Ondanks politieke instabiliteit was de 12de eeuw een periode van hoogstaande beoefening van de filosofie, de theologie en de medische wetenschappen door het werk van Avicenna (Ibn Sina), Avempace (Ibn Bajja), Averroës (Ibn Roshd), Ibn Tufail, Maimonides, Ibn Arabi etc.

1145 - 1230 De opvolgers van de Almoraviden groeiden uit tot de Berberdynastie der Almohaden.

laatst bijgewerkt: 26-10-07

colofon