2904

Rome (600 - 534 v. Chr.)

Rome (673 - 600 v. Chr.)

Tijdens de laatste eeuw van de koningstijd (616-509 v. Chr.),  nam de Etruskische macht sterk toe. De Etrusken drongen steeds verder door naar het noorden en het zuiden en zo kwam ook Rome in hun macht. Al waren de Etrusken bij de Romeinen niet geliefd, toch hebben de Romeinen in die tijd veel van de Etrusken overgenomen. Vooral op godsdienstig (leverschouwen, gladiatorenspelen) en bouwkundig gebied (tempelbouw, boogbouw). 

De Romeinse legenden proberen de bittere pil zoveel mogelijk te verzachten door Tarquinius Priscus (616-579 v. Chr.) ("de Eerste" of "De Oude") als een immigrant te bestempelen, maar konden niet verdoezelen dat de vijfde Romeinse koning een Etrusk was. Waarschijnlijk was Tarquinius door de Etrusken aangesteld als gouverneur van Rome ten tijde van Ancus Martius (641-616) en nam hij na de dood van deze koning in 616 v. Chr. het bestuur openlijk over. Hij wordt als de eerste historische leider beschouwd - al is zijn echte naam wel verloren gegaan (Tarquinii is een Etruskische stad waar deze koning hoogstwaarschijnlijk geboren werd).

Tarquinius Priscus voerde een aantal succesvolle oorlogen tegen naburige stammen en stelde het Etruskisch gebruik van de triomftocht in. Om deze eer te verkrijgen moest een generaal tegen een buitenlandse vijand een complete overwinnen behalen en het Romeins grondgebied uitbreiden.

Onder het bewind van de Etruskische koningen Tarquinius Priscus (616-579 v. Chr.) Servius Tullius (579-534) en Tarquinius Superbus (534-509) werd Rome een van de grootste steden van het Middellandse Zeegebied. Rome groeide uit tot een belangrijke handelsstad. Griekse en Phoenicische schepen voeren af en aan waren aan uit Griekenland en het Nabije Oosten. 

De stad profiteerde vooral van het feit dat Grieken en Phoeniciërs niet rechtstreeks met elkaar handel wilden drijven. Door deze bloeiende handel kwam de Rome tot grote rijkdom, al was deze rijkdom slechts weggelegd voor enkelen. 

Rechts: de tempel van Jupiter op de Capitolijnse heuvel.

In 578 v. Chr. werd Tarquinius Priscus vermoord door de zonen van Ancus Martius. Achter het verhaal van deze aanslag steekt mogelijk een (mislukte) poging van opstand van de Romeinen tegen de Etruskische overheersing. Een schoonzoon van Tarquinius handelde echter snel en nam de troon over. 

Servius Tullius, (579-534), de zesde van de zeven Romeinse koningen en middelste van de drie Etruskische heersers, toonde zich zeer toegewijd aan Rome en onder hem bleef het bloeien. De stad breidde zich uit over de Esquilinus en de Viminalis. Hij bouwde een muur rond de zeven heuvels en bepaalde op die manier de stadsgrenzen voor de volgende 5 eeuwen. Daarnaast voerde hij belangrijke maatschappelijke en politieke hervormingen door. Aan hem wordt een grondige grondwetswijziging toegeschreven, waardoor Rome veranderde in een militaire staat. Tullius wordt door Livius heel duidelijk voorgesteld als de pendant van een Griekse hervormer, die de macht van de aristocratie verlegt naar de middenklasse. 

De latere keizer Claudius identificeerde Tullius met de Etruskische militaire leider Mastarna uit de stad Vulci, die volgens de overlevering in die tijd strijd leverde tegen de stad Tarquinia. Vulci zou tijdens Tullius' bewind tijdelijk de macht in Rome van de Tarquiniërs hebben overgenomen. Mastarna, wiens naam "de generaal" betekent, zou de juiste man zijn geweest voor de reorganisatie van Romes militaire structuur. 

Servius Tullius zorgde ook voor een nieuw Latijns Verbond, nu onder leiding van Rome. De Etruskische steden in het noorden aanschouwden waarschijnlijk met de nodige achterdocht. Toen Servius Tullius ook tegenwind kreeg van de patriciërs (naar aanleiding van zijn hervormingen) was de tijd rijp voor een complot: in 534 v. Chr. werd hij vermoord. De bezieler van de samenzwering - de zoon van Tarquinius Priscus - riep zichzelf uit tot koning.

Volgens een legende zou de Romeins vuurgod Vulcanus, de mank lopende en mismaakte smid van de goden, die de gedaante aannam van een uit de haard oprijzende fallus, de vader van Servius Tullius zijn geweest. Servius Tullius zou de cultus van Vulcanus hebben geïntroduceerd. 

n 534 zou Servius Tullius zijn vermoord door zijn schoonzoon Tarquinius Superbus (534-509). Het brein achter dit complot was zijn dochter en Tarquinius' vrouw Tullia, die heel graag koningin wilde zijn. Nadat Tarquinius Tullia’s vader van de troon had gestoten en het senaatsgebouw had uitgegooid liet hij hem op weg naar huis vermoorden. Tullia was de eerste die haar man als koning begroette. Dit ging Tarquinius toch te ver en stuurde haar van het senaatsgebouw naar huis. 

Met haar koets ging Tullia naar huis. Vlakbij het paleis, in een smal straatje, zag zij ineens iemand op de weg liggen. Het was het lijk van haar vader. Ze legde de zweep over de paarden en in volle vaart reed ze met koets en al over het lichaam van haar vader, terwijl ze een luide vreugdekreet slaakte. rechts: Tullia rijdt met paard en wagen over het lichaam van haar vader

Tullia rijdt over het lichaam van haar vader
 

Rome (534 - 509 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 24-03-03

colofon