3467

Romeinse schepen

Niet alleen door hun wegen, maar ook vanwege de beheersing van de zeeroutes konden de Romeinen hun rijk uitbreiden en er enkele eeuwen achtereen een eenheid van maken. In het begin waren de Romeinen een typisch landvolk en van schepen en scheepvaart hadden ze lang niet zoveel verstand als bijvoorbeeld de Grieken. Maar het kunnen beschikken over een vloot van goede handels- en oorlogsschepen, bleek al snel een bittere noodzaak. Zo waren alleen al grote vloten nodig voor de invoer van graan ten behoeve van de miljoenenstad Rome. Daartoe werden havens gegraven en vuurtorens gebouwd en de omvang van de schepen voor dergelijke transporten groeide voortdurend. Ongeveer een derde van de Romeinse graanbehoefte werd ingevoerd uit Egypte. Flinke schepen konden een hoeveelheid van duizend ton graan vervoeren. Brittannië werd later een van de belangrijkste korenschuren van het rijk, maar ook dat graan kon alleen maar over zee worden aangevoerd. Ook toen al was het transport over water heel wat goedkoper dan vervoer via de weg. 

Als een vracht hooi over een afstand van vijfenzeventig kilometer moest worden vervoerd, werd door het wegtransport de prijs van dat hooi ongeveer verdubbeld. Maar het transport van een scheepslading graan over zee, bijvoorbeeld van Egypte naar Rome, had tot gevolg dat de prijs van zo'n lading niet meer dan vijfentwintig procent steeg. Vervooer per schip kon ook toen al goedkoop geschieden doordat de energie, de wind, niets kostte. Koopvaardijschepen waren aangewezen op hun zeilen omdat uit het vrachtgeld roeiers niet konden worden bekostigd, ook niet als dat neerkwam op het onderhoud van de nodige slaven. Bij oorlogsschepen speelden de voortbewegingskosten geen rol. In dat geval werd wel gebruik gemaakt van slaven, die door opzichters meedogenloos met de zweep werden aangemoedigd. De Romeinse schepen werden wel goed gebouwd, maar toch niet geschikt voor de zware deining van de Atlantische Oceaan. Daarop waagden de Romeinen zich dan ook niet. Ze hebben, in tegenstelling tot de echte zeevaarders als de Grieken, de Carthagers en later de Vikingen, nooit geprobeerd werkelijke ontdekkingsreizen over zee te ondernemen. In nieuwe en onbekende werelden waren de Romeinen niet geïnteresseerd.
In Leidsche Rijn is een Romeinse weg, houten palen van een Romeinse wachttoren en in 1997 een Romeins schip.

In totaal zijn er Nederland tot nu toe ongeveer vijftien Romeinse schepen gevonden. De bekendste zijn de zes van Zwammerdam (drie kano's en drie grote vrachtsachepen), die begin jaren zeventig bij Alphen aan den Rijn zijn ontdekt. Maar al die schepen waren ooit bewust tot zinken gebracht, onder andere om als fundering van een havenuitbreiding te dienen. De vondst van een gereedschapskist in Leidsche Rijn was een aanwijzing dat dit schip, toen het zonk, nog in bedrijf was. Hier, op een plek, waar de Rijn vroeger dertig meter breed en twee meter diep was,lag een van de gaafst bewaard gebleven Romeinse schepen. Gaver dan de vijf transportschepen van Mainz, die in de jaren tachtig zijn gevonden en completer dan de schepen die in 2002 in Pisa zijn opgegraven. Aan de achterkant stond de roef (de kajuit) nog 1,20 meter hoog overeind. Ook de inventaris was nog intact. Al het houtwerk bleek met zorg gemaakt en bewerkt. Deurtjes gaven toegang tot de kajuit van vijf vierkante meter. Met een stang kon de ruimte worden afgesloten. Tegen de voorste wand stond een bank, dan wel een bed met gedraaide poten. Boven het bed vormden spijltjes met zwartgebrande driehoekjes een soort kast. Verder was er nog een notenhouten kastje met parallelle groefjes. Op de deurtjes zat een ijzeren slot. Uit het kastje kwamen een schaar, een krijtje, een stylus (kraspen), een muntje, een mes en twee halfronde stokjes, iets "passerachtigs", vermoedt men. In de kajuit lag ook een grote kist van 1,70 meter lang en veertig centimeter breed en hoog. Met een stuk touw als enige inhoud. Tegenover de kajuit was nog een ruimte, zonder deuren, dus voorlopig is het de vraag hoe je daar binnenkwam. Via het dak= In de ruimte lagen een grenen vloertje met brandplekken en dakpannen. Waarschijn was deze ruimte de kombuis met stookplaats. 

Het hele schip was 24,6 meter lang en 2,70 meter breed. Het had een platte bodem en een voor en achter recht afgesneden oplopende steven. Een gat ontbreekt, dus is het schip waarschijn tijdens een storm door de onstuimige rivier vol water gelopen en gezonken. Voor jaarringenonderzoek is het nog te vroeg, maar op grond van het gevonden aardewerk is komen vast te staan dat het schip uit 180 na Chr. of net iets later dateert. De tijd van keizer Commodus, met onrust aan de grens in de Lage Landen door invallen van Chaukasische zeerovers en het begin van de bouw van stenen forten ter vervanging van de oudere houten. ( De Lage Landen 100 -200 n. Chr.

De vondst van een zool van een Romeinse soldatenschoen, onderin het schip maakt duidelijk dat het schip in militaire dienst was en dus alles te maken had met de Romeinse grens en zijn forten en wachttorens langs de Rijn. We weten alleen nog niet waar het schip voor werd gebruikt. De langere en bredere schepen van Zwammerdam dienden waarschijnlijk voor bulktransport van stenen voor de bouw van forten. Twee afgepunte houten paaltjes in het verder lege ruim is geen bewijs voor houttransport door het verhoudingsgewijs smalle schip. Dat hout kan makkelijk van elders met de rivier zijn mee gespoeld. Voorlopig houdt men het op bevoorrading van stukgoed voor bijvoorbeeld de wachtposten. 

Vervoer van dieren wordt vanwege de lage en geleidelijk oplopende instap ook niet uitgesloten. Een nog onopgelost probleem is: hoe voeren de Romeinen met hun schepen op de rivier? Stroomafwaarts is geen probleem: gewoon meedrijven met de stroom, maar stroomopwaarts is een ander verhaal. Rechts van de achtersteven zitten twee ijzeren ringen die mogelijk voor roeispanen hebben gediend. Op vijf meter van de voorsteven zit een gat waar de mast heeft gezete. Stroomafwaarts zeilen met zo'n groot schip op een meanderende rivier moet moeizaam zijn geweest en gezien de plaatsing van de mast voorin het schip, wordt vermoed dat het ging om een jaagmast is. Dat zou dan op trekken kunnen duiden. Dat de boot met zijn boeg stroomopwaarts is gevonden, ondersteunt dat idee. (NRC, 18 mei 2003)

In juni 2003 troffen archeologen van de gemeente Utrecht in de bodem van de Leidsche Rijn opnieuw een Romeins schip aan. Het vaartuig is waarschijnlijk een slag groter en iets ouder dan het Romeinse schip dat afgelopen voorjaar werd opgegraven, zo meldde de gemeente donderdag. De aanleg van woonwijken en bedrijfsterreinen in het grootschalige Leidsche Rijngebied aan e westkant van Utrecht, heeft al heel wat Romeinse vondsten opgeleverd. Na een Romeinse weg, Romeinse voorwerpen en een puntgaaf Romeins schip dat dit voorjaar werd opgegraven, is nu in een voormalige geul van de Rijn een tweede Romeins schip ontdekt. Aangezien alleen nog maar enkele delen zijn blootgelegd, hebben de archeologen nog geen compleet beeld van het schip. De eerste tekenen wijzen volgens de deskundigen op een vrij goede en complete conservering, net als bij het eerder opgegraven schip. 

De boot dateert waarschijnlijk uit de tweede eeuw na Christus. Het schip is met een lengte van circa 33 meter en een breedte van 4,7 meter waarschijnlijk het grootste Romeinse vaartuig dat ooit in Nederland is gevonden. Het eerste, opgegraven schip is zo'n 25 meter lang en circa 3,5 meter breed, wat al als een opmerkelijk grote omvang werd beschouwd.
Het schip is aangetroffen langs een forse kadeconstructie van eiken palen en planken. Pal naast de kade ligt een Romeinse weg. De zone tussen de weg en de kade is afgewerkt met grote brokken basalt, die mogelijk met het aangetroffen schip uit de Duitse Eifel zijn aangevoerd.
De archeologen spreken van een ongebruikelijk tastbaar beeld van de Romeinse infrastructuur in dit gebied: een rivierbedding, een schip, een kade en een basaltoever.De vondst wordt vrijdag al weer toegedekt omdat het hout anders teveel zou uitdrogen. Het schip blijft volgens de gemeente de komende maanden zeker in de bodem liggen. Intussen vindt overleg plaats met diverse instanties over allerlei mogelijke scenario's, variërend van duurzaam behoud onder de grond tot diverse manieren van opgraven. Het eerste opgegraven schip is afgelopen 19 juni vanuit zijn vindplaats in een metalen kooiconstructie opgehesen en onder luid applaus van belangstellenden op een dieplader geplaatst. Daarna is de vracht naar een nabijgelegen haven vervoerd, op een ponton geplaatst en via het Amsterdam-Rijnkanaal, de Oranjesluizen in Amsterdam en het IJsselmeer naar Lelystad getransporteerd. Daar wordt het schip bij de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) de komende drie jaar geconserveerd.
Romeins schip zet geschiedenis op de helling gepubliceerd op 1 oktober 2003

Het onlangs in Woerden opgegraven Romeinse schip zet volgens archeologen alle bestaande ideeën over goederentransport over water in Romeins Europa op de helling. Het schip blijkt een nog nooit eerder aangetroffen combinatie te zijn van een platbodem en galei. Met zeker twaalf roeiers aan boord kon dit roeivrachtschip stroomopwaarts de Rijn bevaren. Door de unieke combinatie was het schip ook een langer leven beschoren. Zo hebben archeologen bekendgemaakt. Archeologen gingen er tot nu toe vanuit dat Romeinse vrachtschepen wegens de sterke stroming op de Rijn uitsluitend stroomafwaarts konden varen: vanuit Duitsland in de richting van de Noordzee. 

De 'combinatieboot' van Woerden, die voorzien is van een zeil en roeibanken, maakte het de Romeinen mogelijk de Rijn stroomopwaarts te bevaren. Verder zou Romeinse vrachtschepen maar een zeer kort leven beschoren zijn. De platbodems dienden slechts als eenmalig 'verpakkingsmateriaal' voor de vracht (natuursteen of andere bouwmaterialen) die het Romeinse leger vanuit Duitsland naar Nederland vervoerde om de grensforten te versterken. Het onlangs in Woerden opgegraven Romeinse schip blijkt een nog nooit eerder aangetroffen combinatie te zijn van een platbodem en een galei. Dat hebben archeologen bekendgemaakt.

De ontdekking zet volgens archeologen alle bestaande ideeën over goederen- transport over water in Romeins Europa op de helling. Met zeker twaalf roeiers aan boord kon dit roeivrachtschip stroomopwaarts de Rijn bevaren.
Door de unieke combinatie was het schip ook een langer leven beschoren. Zo hebben archeologen bekendgemaakt.
Archeologen gingen er tot nu toe vanuit dat Romeinse vrachtschepen wegens de sterke stroming op de Rijn uitsluitend stroomafwaarts konden varen: vanuit Duitsland in de richting van de Noordzee.
De schepen beschikten weliswaar over een zeil maar dat was uitsluitend geschikt om stroomafwaarts te varen over de vaak zeer brede en meanderende rivier. Ook met zeil konden de Romeinen niet tegen de stroom op. De 'combinatieboot' van Woerden, die voorzien is van een zeil en roeibanken, maakte het de Romeinen mogelijk de Rijn stroomopwaarts te bevaren.

Verder zou Romeinse vrachtschepen maar een zeer kort leven beschoren zijn. De platbodems dienden slechts als eenmalig 'verpakkingsmateriaal' voor de vracht (natuursteen of andere bouwmaterialen) die het Romeinse leger vanuit Duitsland naar Nederland vervoerde om de grensforten te versterken. De schepen dreven zonder veel moeite met de stroom mee richting Nederland om daar hun lading af te zetten waar ze vervolgens werden ontmanteld om als bouwhout te dienen.
Archeologen denken dat 'de Woerden 7' in eerste instantie als vrachtschip heeft gediend en vervolgens is omgebouwd tot een galeiachtig type patrouilleboot. Ook is denkbaar dat het schip geen goederen, maar Romeinse militairen vervoerde. Beide hypotheses zijn onderwerp van verder onderzoek.

De schepen dreven zonder veel moeite met de stroom mee richting Nederland om daar hun lading af te zetten waar ze vervolgens werden ontmanteld om als bouwhout te dienen. Archeologen denken dat 'de Woerden 7' in eerste instantie als vrachtschip heeft gediend en vervolgens is omgebouwd tot een galeiachtig type patrouilleboot. Ook is denkbaar dat het schip geen goederen, maar Romeinse militairen vervoerde. Beide hypotheses zijn onderwerp van verder onderzoek.

laatst bijgewerkt: 03-12-03

colofon