3063 Sardinia (Sardegna) in de IJzertijd (800 -)
Sardinië in de Bronstijd; Europa in de IJzerijd

Phoeniciërs

Over de Phoenicische kolonisatie hebben we veel exacte aantekeningen. Het Griekse verhaal Pausania vertelt dat de Phoenicische kolonisten van het Iberisch schiereiland, geleid door de aanvoerder Norax, zich ontscheepten op Sardinië en zij stichtten de eerste stad: Nora. Vanaf dat moment controleerden de Phoeniciërs de handel naar en van het Iberisch schiereiland. Diverse Phoenicische inscripties in steen uit de 8e eeuw v. Chr., teruggevonden in Nora, wijzen deze stad aan als de eerste stad op Sardinie. De Phoenicische zeevaarders waren niet gekomen als veroveraars, maar om handel te drijven; zij vestigden zich aanvankelijk in tijdelijke behuizingen, die ook moesten dienen als pakhuizen voor het opslaan van grondstoffen. Deze vestigingsplek beantwoordde stellig aan de eisen van de Phoeniciërs, omdat Nora een uitstekende bescherming bood aan de schepen als het stormde. Het hooggelegen Coltellazzo is vermoedelijk de plaats geweest van de eerste stedelijke bewoning (ca. 750 v. Chr.). De Phoeniciërs hadden een zakelijke, vreedzame verhouding met de plaatselijke bevolking. Door de uitbreiding van het verkeer  groeide de stad gestadig en begon zich uit te strekken van de kaap tot aan het lagere deel van het schiereiland. 

Carthagers

In de 6e eeuw vergrootten de Carthagers hun maritieme invloed in het westelijke deel van de Middellandse Zee (Carthago was gesitueerd aan de Noord- Afrikaanse kust). Halverwege de eeuw vielen de Carthagers het westen van Sicilië binnen, waar ze hevige tegenstand ontmoetten van de steden van de Magna Grecia. Vervolgens keerden zij zich tegen Sardinië en vielen zij de Phoenicische steden aan. Een eerste expeditie, onder commando van generaal Malco, werd verslagen. Een tweede, onder commando van de generaals Asdrubale en Amilcare, aan het einde van de eeuw had meer succes; er werd een verbond gesloten met Tharros en met Karalis ( het latere Cagliari). Het lukte de Carthagers Sulcis en Nora te veroveren, die hadden zich verzet tegen de invasie, dus vanaf  509 v. Chr. viel Sardinië onder de heerschappij van Carthago. 

De archeologische resten van de Punische periode in Nora zijn niet erg talrijk; uit dit tijdperk rest slechts de tempel van Tanit (de godin van de vruchtbaarheid), de vesting op de Punta di Coltellazzo  en enkele resten van huizen en muren, aangezien alle bouwwerken van de Carthagers zijn bedolven onder de latere bebouwing uit de Romeinse tijd. In de Carthaagse periode profiteerde Nora van de drukke scheepvaart in het Mediterrane stroomgebied, hetgeen wordt aangetoond door de rijke grafgiften uit de Punische tombes: aardewerk, amuletten, juwelen afkomstig uit Griekenland, uit Afrika en uit Italië. 

De stad moet behoorlijk rijk en bedrijving zijn geweest. Vermoedelijk  was de Carthaagse marktplaats gesitueerd op de plaats waar nu nog resten van het Romeinse fort te zien zijn. Het moet een kruispunt van handelswegen zijn geweest: koper uit Centraal Sardinië, Etruskisch vaatwerk, Attisch keramiek, lood en zilver uit Sulcis, goud uit de Sahara, koperen voorwerpen afkomstig uit Cyprus, handgemaakte ivoren produkten uit Afrika. Van de Punische stad zijn enkele sporen overgebleven: tussen de  tofet (brandofferplaats) en de door de zee verwoeste dodensteden.

De Phoenisisch-Punische godin Tanit (Astarte)is een van de verschillende verschijningsvormen van de god Baäl en zij werd uitgebeeld met een driehoek staande op een bol. Aangezien dichtbij de tempel een kleine piramide in steen werd teruggevonden, veronderstelde men dat deze deel uitmaakte van de beeltenis van de godin en daarom werd de tempel naar haar vernoemd. De tempel van Tanit werd gebouwd in steen en wordt gesteund door een rotswand. De steenblokken waarmee werd gebouwd zijn waarschijnlijk ontvreemd uit een nuraghe die in de nabijheid was gelegen.

Sardinia (238 v. Chr. - 534 n. Chr.)

Colofon 

laatst bijgewerkt: 24-05-07