3052 | Corsica in de Bronstijd (2100-700 v. Chr.) |
![]() |
![]() Tijdens de Bronstijd (2100 - 700 v. Chr.) - rond 1800 v.Chr. arriveerde er een nieuwe groep bewoners, waarschijnlijk van het Iberisch schiereiland. (Tartessiërs ?) Dit volk liet vele grote verdedigbare stenen torens na die nuraghi genoemd worden. Nurghi zijn ook teruggevonden op de Balearen en op Sardinië. Dat zou erop wijzen dat het Nuraghi-volk dat op Corsica leefde met hen verwant was. Dat op alle deze eilanden nuraghe's zijn teruggevonden, is waarschijnlijk een bewijs dat er enig contact was tussen de eilanden. Maar politiek waren de Nuraghi-stammen op de eilanden nooit één. Corsica verschilde wel op één punt sterk met de andere twee: de cultuur op Corsica was laat-Megalithisch, terwijl de anderen tot de Klokbekercultuur behoorden. Dit betekende dat de volkeren op Corsica verder gingen met hun megalithische kust (zoals de megalithische graven in Settiva en Fontanaccia, terwijl de andere in een verder stadium zaten. De Nuraghi leefden in krijgerverband: de sterkste stam kreeg daardoor de meeste macht. De rijkste stammen konden hun dorpen met wallen versterken (zoals Filitosa). De cultuur van de stammen op Corsica had veel gemeen met die op Sardinië en de Balearen.
|
![]() |
De torens van de Torreanen werden vanaf ca 1600 v. Chr. gebouwd in Ornano, Sartenais en rond de in de 9e eeuw v. Chr. gestichte nederzetting Porto-Vecchio. Kenmerkend voor de Torre-cultuur zijn anthropomorfe menhirs, die soms de vorm hebben van gewapende krijgers. Tot de inval van de Torreanen werden de menhirs altijd ongewapend afgebeeld. Volgens archeoloog Roger Grosjean stellen de granieten menhirs Torreaanse krijgers voor die rond 1500 voor C. het eiland zouden hebben veroverd.
|
![]() |
Rechts: Filitosa is de belangrijkste vindplaats van megalitische cultuur op Corsica, ongeveer 10 km ten noorden van Porto Pollo. Deze prehistorische plaats is pas in 1954 ontdekt en toegankelijk gemaakt. |
![]() |
Gemaakt: 25-06-06 |