632 |
Deinotherium |
![]() |
![]() |
De Deinotheria waren de gigantische verwanten van de Olifanten en kenden hun hoogtijdagen ten tijde van de Australopithecus (Afarensis) tijdens het Plioceen. De naam Deinotherium betekent: "verschrikkelijk beest". Het was een herbivoor en leefde van schors. De mannetjes hadden een schouderhoogte van 4 meter, de vrouwtjes 3,5 meter. Slijtagesporen op de neerwaarts gekromde slagtanden van de Deinotherium wijzen erop dat deze vermoedelijk werden gebruikt voor het afpellen van boomschors.
|
![]() |
Deinotherium (Dinotherium) |
Overblijfselen van de Deinotherium, vooral hun slagtanden en andere gebitsdelen, zijn gevonden op voornaamste vindplaatsen van mensachtigen, waaronder Hadar (Noord-Ethiopië), Laetoli (Tanzania) (waar vondsten zijn gedaan van de Ausralopithecus Afarensis), Laetoli en Olduvai Gorge in Noord-Tanzania (waar vondsten zijn gedaan van de Homo Habilis), rond het Turkanameer (Omo, Kanapoi, Koobi Fora, Lothagam) in Noord-Kenya (waar vondsten zijn gedaan van de Australopithecus Anamensis- en Homo Habilis). | ![]() |
|
Australopithecinen op de vlucht voor een aanstormende Deinotherium.
Laatst bijgewerkt: 07-11-02
|