793

 Vondsten van de Homo Habilis

 

De oudste vondst van de Homo Habilis werd in 1967 gedaan in de Cheneron Formatie (Kenia). Het schedelfragment dat de onderzoekers Martynen Tobias op deze plek vonden wordt nu (1992) gedateerd op 2,4 miljoen jaar oud.  
De eerste aan mensen toegeschreven stenen werktuigen, gevonden in Ethiopië, zijn vermoedelijk  eveneens zo'n 2,5-2,4 miljoen jaar oud. In 1969 werden in Koobi Fora aan de oostkust van het Turkanameer zijn werktuigen gevonden van ongeveer gelijke datum. 

In de Olduvai-kloof  (z. foto rechts) vonden in 1964 Louis Leakey, Philip Tobias en John Napier de fossiele resten van een Homo-habilis populatie die daar 1,75 miljoen geleden moet hebben geleefd. 

Tot de fossiele resten uit de onderste laag (Bed l) behoorden botten van ledematen (hand- en voetbeenderen, een kaak en fragmenten van een schedeldak). Uit de voetbeenderen kan worden opgemaakt dat de Homo habilis ongeveer had gelopen als een moderne mens: op twee benen. Uit de handbeenderen dat deze kon worden gebruikt om stenen werktuigen te kunnen bewerken. 

 

Eerder hadden geleerden op dezelfde plaats een stenen cirkel ontdekt: waarschijnlijk een overblijfsel van een onderkomen of schuilplaats. Gelijksoortige cirkels werden ook gevonden in delen van Kenia. Daar werden ze gebruikt om palen en dierenhuiden van de hutten te verankeren.  

Zelfs - ofschoon er geen bewijs is dat deze archeologische vondst verband houdt met de nieuwe mensachtige - wordt dit toch weergegeven in de gekozen soortnaam Homo Habilis - handige, bekwame mens. Later werden in Olduvai nog meer plaatsen gevonden die door deze vroegste mensen bewoond zijn geweest. Het is best mogelijk dat er meerder soorten Homo Habilis geleefd kunnen hebben: Homo Habilis Bed l, Homo Habilis Bed ll). Dit zou blijken uit de vondsten uit een hogere laag (Bed ll) in de Olduvai-kloof (vroeger de oever van een meer). Niet alleen de daarin gevonden fossiele resten verschillen met die uit de daaronder liggende laag: ook de stenen werktuigen waren anders. 
Op een andere plaats werden de botten gevonden van een groep grote antilopen. Men neemt aan dat deze dieren daar zijn geslacht. Grote aantallen botten van kleine dieren als hagedissen, kameleons en vogels werden ook opgegraven. De botten die bewaard zijn gebleven op de vroege woonplaatsen zijn representatief voor de dieren van die tijd. Ze bewijzen nog niet dat de vroege hominiden hun voedsel selecteerden zoals een jagende populatie zou doen. Op latere vindplaatsen in Afrika en Europa zijn overblijfselen van een bepaalde soort dieren in grote aantallen te vinden. Dat wijst erop dat toen het vlees van bepaalde dieren werd gekozen. 

In 1949 ontdekte John Robinson een even oude kaak, een kaakfragment en een deel van een gezichtsbeen in Swartkrans (Zuid-Afrika) die eerst als afzonderlijk mensensoort werd beschouwd (Telanthropus capensis) maar tegenwoordig als een soortgenoot van de Homo Habilis - Bed ll wordt gezien. 

In Indonesië werden tussen 1941 en 1952 drie fossiele kaken opgegraven van wat men toen aanduidde met Meganthropos, ofwel "reusachtige mensachtige aap". De kaken die waren gevonden waren inderdaad vrij groot, maar ook bij moderne mensen horen bij de grootste lichaamslengte niet noodzakelijk de grootste kaken. Deze vondsten komen veel overeen met de vondsten uit Bed l. De vondsten zijn gedateerd op 1 miljoen jaar oud.

Rechts: links een onderkaak van de Meganthropus, rechts de kaak van een moderne mens.

Laatst bijgewerkt: 11-01-07

colofon