383

Deinonychosauria (Eumaniroptera)

Theropoda Ceratosauria (met o.m. Coelophysis) Tetanurae Coelurosauria Maniraptoraformes - Maniraptora Eumaniraptora Deinonychosauria

Tot voor kort werd de Deinonychus ondergebracht bij de "Dromaeosauridae", maar tegenwoordig deelt men dit dier in bij de Eumaniraptora, een onderverdeling van de Maniraptoraformes. De klade is in 1999 door Padian gedefinieerd als de groep bevattende Deinonychus antirrhopus en alle soorten nauwer verwant aan Deinonychus dan aan de huismus Passer domesticus. Daar de vogels afstammen van een groep die men losjes met "Dromaeosauriërs" kan aanduiden en die in morfologie erg op Deinychosaurus leek, is het erg onduidelijk welke vormen nu wel of niet tot de Deinonychosauria behoorden en wanneer de groep zich precies heeft afgesplitst. Alle leden van de groep waren vermoedelijk warmbloedig, bevederd en droegen een vergrote teenklauw. Ze hebben vele zeer vogelachtige kenmerken en het is mogelijk dat ze alle afstammen van een vliegende voorouder. Tot de klade behoren de families Troodontidae en Dromaeosauridae. Jinfengopteryx ?

Deinonychosauria - Wikipedia

Deinonychus antirrhopus was een vleesetende Theropode (of  andere voorouder van de Vogels, BW)) uit het vroege Krijt. Het 3-4 m lange dier, met een heuphoogte van een kleine meter en een gewicht van zo'n 75 kg, had net als andere leden van de familie Dromaeosauridae een vergrote klauw (15 cm) aan de tweede teen, een stijf uiteinde van de staart (vanwege de vorm van de rugwervels) en lange, drievingerige inklapbare armen met grote handen. Voor een dinosauriër had Deinonychus grote hersenen, en hij was ook behoorlijk intelligent, maar werd nog duidelijk voorbij gestreefd door Troodon. Hij was hoogstvermoedelijk warmbloedig, ademde door luchtzakken en bezat zeer waarschijnlijk een echt verenkleed als een vogel, waaraan hij nauw verwant is. 

Net als de tegenwoordige wolf joeg Deinonychus waarschijnlijk in roedels. Deze beslopen kudden grotere herbivoren en stelden zich strategisch op in de bosjes. Een dier viel dan aan en joeg de kudde recht naar de andere rovers, die op het schrikeffect rekenden om de kudde uiteen te doen vallen. Een geïsoleerd dier werd dan besprongen. Vroeger dacht men dat Deinonychus met zijn lange klauwen gapende, één meter lange wonden kon veroorzaken; nieuw onderzoek heeft aangetoond dat de klauwen gespecialiseerd waren voor het toebrengen van diepe wonden. Een deinonychus kon met een enkele slag in de ruggengraat een prooidier verlammen.Waarschijnlijk nam de roedel vlees mee voor de jonge dieren, die misschien door een soort 'babysitter' bewaakt werden. 

laatst bijgewerkt: 19-10-06

colofon