1574 Abashevo-cultuur (1700 - 1500 v. Chr.)
Andronovo-cultuur (3600 - 2300 v. Chr.)

De Abashevo-cultuur (ca. 17e-16e eeuw v.Chr.) die is aangetroffen in de dalen van de Wolga en de Kama ten noorden van de Samarabocht van de Wolga en in het zuiden van de Oeral, is genoemd naar het dorp Abashevo in Tsjoevasjië. Er zijn koergan-overblijfselen van nederzettingen aangetroffen. De economie bestond uit gemengde landbouw. Er werden runderen en andere gedomesticeerde dieren gehouden. De aanwezigheid van paarden is duidelijk en er zijn bewijzen gevonden voor het gebruik van strijdwagens; van de uitrusting (zijstukken) is gezegd dat hij lijkt op die van het oudste Mycene. 

De Abashevo-cultuur nam de begrafenisgewoonten (tumuli) van de Jamnacultuur over. Grafgiften zijn schaars, niet meer dan een paar potten. Men smolt koper en had waarschijnlijk betrekkingen met de kopermijnbouw in de Zuidelijke Oeral. De taal was waarschijnlijk verwant met de Iraanse talen. Er waren waarschijnlijk contacten met mensen die Oeraalse talen spraken en dit is een plek waar makkelijk leenwoorden in de Oeraalse talen konden worden opgenomen. De cultuur bezette het gebied waar eerder de Fatyanovo-Balanovocultuur gevestigd was, de oostelijke variant van de Touwbekercultuur, maar het is onduidelijk of er een relatie tussen de twee bestaan heeft.

Srubna-cultuur  
De Srubna-cultuur kwam gedeeltelijk voort uit de Abashevo-cultuur en
volgde op de Andronovo-cultuur. Het verspreidingsgebied van deze cultuur (16e-12e eeuw v.Chr.) lag langs en boven de noordelijke kust van de Zwarte Zee vanaf de Dnjepr in het oosten tot de voet van de Kaukasus tot de streek langs de noordelijke kust van de Kaspische Zee, over de Wolga tot aan het territorium van de waarschijnlijk gelijktijdige en enigszins verwante Andronovo-cultuur. De naam srubna is afgeleid van het Oekraïense woord (zrub), dat "houten raamwerk" betekent, wat slaat op de manier waarop de graven werden gemaakt. De economie bestond uit gemengde landbouw en veeteelt. De Kimmeriërs stammen volgens sommige mensen van deze cultuur af. De Srubna-cultuur werd in het eerste millennium v.Chr. opgevolgd door de Saken/Scythen en Sarmatiërs en in het eerste millennium n. Chr. door de Chazaren en Koemanen.

De Kimmeriërs en Saken/Scythen duiken op in Assyrische geschriften van na de neergang van de Aleksejevkacultuur. Ze trokken vanaf ongeveer de 9e eeuw v.Chr. naar Oekraïne en aan het einde van de 8e eeuw v.Chr. over de Kaukasus naar Anatolië en Assyrië en mogelijk ook in westelijke richting naar Europa als de Thraciërs en de Sigynnae, volgens Herodotus aan de overzijde van de Donau, ten noorden van de Thraciërs en volgens Strabo in de buurt van de Kaspische Zee. Zowel Herodotus als Strabo identificeren hen als Iraans.

Gemaakt: 03-08-08

colofon