4094

Karel de Grote en zijn tijd (768 - 814)

Frankische Rijk (737- 768)

Karel de Grote
werd in 768 koning van de Franken. Overal waar hij kwam raakten de mensen onder de indruk van de bijna twee meter lange vorst. De bijnaam de Grote kreeg hij echter niet wegens zijn lengte, maar omdat hij koning werd van een groot en machtig rijk. Vooral de eerste jaren van zijn regering probeerde Koning Karel steeds nieuwe gebieden te veroveren. Zijn soldaten waren voortdurend op het oorlogspad. Met succes voerde hij oorlogen in Duitsland en Italië. De Saksen en de Friezen werden gedwongen zich te bekeren tot het Christendom. Wie dat weigerde werd gedood. 

Wie was Karel de Grote? Rudolph Wahl schrijft in zijn boek "Karel de Grote" onder meer: "Boven allen steekt koning Karel met zijn hoge schouders uit, zeiden de mensen wanneer zij hem zochten in het gedrang van het volk, want alleen door zijn majesteitelijke verschijning onderscheidde hij zich van de gewone man.  Omdat hij niets wilde weten van buitenlandse kleding, al was die ook nog zo mooi, droeg hij steeds de Frankische volksdracht: wambuis en broek, leren schoenriemen, die om de benen werden gewikkeld, eenvoudige laarzen en een zeegroene jas. Alleen bij bijzondere gelegenheden, wanneer hij representatieve plichten moest vervullen, hulde hij zich feestelijk in met goud bestikte gewaden en op het hoofd de koningskroon, die schitterde van de edelstenen. 

Hij was bijna twee meter lang, breedgebouwd en met een stevig lichaam; zijn ronde hoofd met het dikke, donkere haar werd gedragen door een brede stierennek. Hij maakte de indruk van een wat logge kolos, maar hij was de beste zwemmer van het hof en een uitstekend ruiter. Zijn grote verstandige ogen konden schitteren als karbonkels. Zijn neus was iets aan de lange kant, zijn mond krachtig en bedekt door een korte afhangende, donkere snor. Alles aan hem verried levenslust en vreugde, maar dit oerbeeld van kracht had een schraal kinderstemmetje. In de vroege ochtenduren begaf hij zich in nachtgewaad naar de kerk. Daarna kleedde hij zich aan en gaf tussendoor zijn richtlijnen voor de dagindeling. Ook liet hij dan al de mensen binnen die hun recht kwamen zoeken. In zijn hemd sprak hij tot hen zijn oordeel uit, onherroepelijk, als zat hij op de rechtersstoel. Hij beschikte over een ongelooflijke lichaamskracht; er werd beweerd dat hij een soldaat in volle wapenrusting met één hand kon optillen. 

Ook kon hij met zijn handen vier hoefijzers tegelijk krombuigen. Op reis was geen inspanning hem te veel en hij hield niet in het minst rekening met zijn gezelschap. Als het moest was hij dag en nacht, zonder slaap, onderweg. Zo-even nog in Italië, verscheen hij direct daarna aan de Rijn en even later weer in de Pyreneeën. Maar als hij rustte, bleef hij de hele middag doorslapen. Hij beheerste het Latijn volkomen, de omgangstaal van de "beschaafde kringen", zoals het Frans dat was tijdens Frederik de Grote. Maar hij sprak bijna uitsluitend in zijn landstaal, dat wil zeggen zijn Duitse moedertaal, waarvan hij hield. Hij was geboeid door de systematiek van het Latijn en hij probeerde een soort Duitse grammatica samen te stellen. Hij streed tegen het gebruik van vreemde woorden en gaf de maanden waarvoor bij de Franken tot dan toe de Latijnse of de barbaarse namen in gebruik waren, nieuwe namen, zoals Sprokkelmaand, Bloeimaand, Wintermaand. De Duitse heldenliederen liet hij verzamelen en optekenen, opdat zij niet vergeten werden, maar de nonnen verbood hij oude liefdesliederen te zingen.

Karel de Grote werd door velen bewonderd, maar er is ook een ander beeld van hem. In die voorstelling is hij de sluwe, meedogenloze vorst, die hele volksstammen dwong te verhuizen of liet uitmoorden om zijn politieke doeleinden te verwezenlijken. Zo liet hij op één dag 4500 "onbekende Saksen" onthoofden, omdat zij in opstand waren gekomen tegen de overheersing van de Franken. En om de rust te bewerkstelligen onder de Saksen, vaardigde Karel de Grote een wet uit, die iedere vorm van heidendom verbood. Wie het waagde om vast te houden aan zijn geloof in Wodan of Thor, zou worden gedood of verbrand.

Karel de Grote bestuurde zijn rijk met tomeloze energie. Zijn nieuwe onderdanen hield hij stevig in zijn greep, door van hen te eisen zich te laten bekeren tot het Christendom. Tegelijkertijd kwam hij daarmee in de gunst van de paus ( Leo lll), die om die reden zijn zegen gaf aan Karels veroveringen en hem op het kerstfeest van het jaar 800 kroonde tot keizer.  Daarmee was Karel de Grote de machtigste man van Europa geworden. Voor het grootste deel van de Frankische bevolking heeft de regering van Karel de Grote weinig betekend.

links: Kroning van Karel de Grote

Terwijl Karel in de kerstnacht van 800 zijn keizerskroon ontving, aten zijn onderdanen ratten en muizen, weet een kroniek ons te vertellen. Karel de Grote vaardigde honderden wetten uit, bevorderde kunst en wetenschap en wist zijn edelen en onderdanen steeds onder zijn gezag te brengen. Daarbij was zijn persoonlijke aanwezigheid echter onmisbaar. Karel liet veel kloosterscholen stichten, waardoor er steeds meer monniken kwamen, die konden lezen en schrijven. Karel zelf bleef echter analfabeet; zijn handtekening werd door een monnik geschreven, waarna Karel het vierkantje van Karolus tekende. 

Al tijdens zijn leven ervoer Karel dat zijn rijk heel moeilijk te besturen viel. Menig graaf in een wat afgelegen gebied trok zich weinig aan van de wetten en voorschriften, die de koning uitvaardigde. Vaak onderdrukten zij het volk in hun gebied en kochten de koninklijke afgevaardigden - de koningsboden - om, zodat van een rechtvaardig bestuur vaak geen sprake was. 

Links: schoolplaat "Aan het hof van Karel den Grooten", getekend door – G.V.Hove

laatst bijgewerkt: 13-03-02

colofon