2952

Titus (79-81) - Domitianus (81-96) - Nerva (96-98)

Vespasianus (43 v. Chr. - 98 n. Chr.)
 

Flavius Vespasianus Titus, de zoon van Vespasianus, die van 79 tot 81 als keizer over Rome regeerde, had zijn vader vergezeld naar Judaea om de Joodse opstand te bedwingen. Toen zijn vader uit Judaea vertrok om in Rome het principaat te aanvaarden, bleef Titus achter om de oorlog tegen de Joden voort te zetten. Deze oorlog eindigde in 70 met de inneming van Jeruzalem. Bij zijn terugkomst in Rome vierde Titus, samen met Vespasianus, een triomf. De bij die gelegenheid gebouwde triomfboog is bewaard gebleven. 

In 71 werd Titus mederegent en praefectus praetorio. Tijdens het leven van zijn vader was Titus weinig populair, maar nadat hij na de dood van zijn vader in 79 keizer was geworden, slaagde hij erin algemene genegenheid te verwerven. De Senaat stemde hij mild door processen wegens majesteitsschennis achterwege te laten. 

Over de gelukkige regering van Titus werd een schaduw geworpen door een verschrikkelijke natuurramp, de uitbarsting van de Vesuvius op 24 augustus 79. Daardoor werden twee steden: Pompeji en Herculanum aan de voet van de berg volkomen onder as en puimsteen begraven. Verschillende andere steden in het zuiden werden getroffen door aardbevingen. 

In 80 werd Rome getroffen door een grote epidemie en een brand. Titus hield intensief en ontwierp een bouwprogramma ter vervanging van de verbrande huizen en gebouwen. Het Colosseum werd voltooid en de thermen die zijn naam dragen, werden gebouwd. Na zijn dood in 81 werd hij terstond onder de goden opgenomen.

Domitianus (81-96)

Titus werd in 81 opgevolgd door Domitianus. Tijdens zijn bewind (81-96) heroverden de Romeinen in Germanië het gebied tussen de Donau en de Rijn, dat door de Germanen daarvoor al was verlaten. Op de Palatijn liet hij een enorm paleis bouwen: Domus Flavia

Domitianus, de laatste Flaviërs, werd in 96 n. Chr. afgezet wegens zijn despotische bestuur. Hij werd opgevolgd door Marcus Cocceius Nerva.

Marcus Cocceius Nerva (96 - 98)

Nerva was in de gunst bij Domitianus, die ondanks een astrologische voorspelling dat Nerva hem op zou volgen, besloot dat 66 jaar oude Nerva daar al te oud voor was. Nadat Domitianus, in 96, mogelijk door toedoen van Nerva, was vermoord, besloot de Senaat om het keizerrijk te vrijwaren van mogelijk nog een despotische keizer, waarvan er in het korte bestaan van keizerrijk al genoeg geweest zijn, het keizerschap aan een kinderloze, oudere senator aan te bieden. De betrekkingen met de senaat waren dan ook uitstekend, maar het bleek moeilijk het vertrouwen van leger te winnen, aangezien dit trouw bleef aan Domitianus.

Nerva kreeg twee onaangename aanvaringen met het leger te verwerken. De eerste was met opstandige troepen bij de Danuvius (Donau). De tweede was met zijn eigen Praetoriaanse garde die tegen zijn zin, tot in zijn paleis, twee personen achtervolgden om hen te arresteren op beschuldiging van medeplichtigheid op de moord op Domitianus. Om toch de goede betrekkingen met het leger te handhaven, vernederde Nerva zich door publiekelijk de Praetoriaanse garde de bedanken voor hun illegale gewelddaden. Bovendien kwam hij het leger tegemoet door in september/oktober 97, Trajanus, de gouverneur van Boven-Germanië, te adopteren zodat deze hem kon opvolgen. Op 25 januari 98 stierf Nerva op een -voor een Romeins keizer ongewone- natuurlijke dood. In zijn opvolger Trajanus kreeg het rijk na lange tijd weer een keizer die het land met stevige hand regeerde.

zie ook: Forum van Nerva

Rechts: portret van keizer Nerva op een Romeinse sestertius uit 97

Trajanus (98-117 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 06-05-07

Colofon