3235

Ulpio Noviomagus (98 - 200)

 Germania Inferior; Romeinse nederzettingen
Omstreeks het jaar 105 verleende keizer Marcus Ulpius Traianus het marktrecht aan deze nog jonge Bataafse stad, die de naam Ulpio Noviomagus Batavorum (Nijmegen) (98 – 500) kreeg. Nadat dit tweede Legioen was overgeplaatst naar Brittannia, nam het 10e Legioen Gemina afkomstig uit Spanje, dat daarvoor gelegerd was in de buurt van Kleef, de opengevallen plaats in. Dit legioen zette de bouw voort, eerst nog in hout en aarde, maar vanaf 89 na Chr. in steen. Deze castra werd aan drie kanten door de canabae legiones omsloten. Bij deze legerplaats, in het tegenwoordige Waterkwartier in Nijmegen-West, ontstond de aan het eind van de 1e eeuw stad Ulpio Noviomagus. Noviomagus betekent Nieuwmarkt. De toevoeging Ulpia was een eerbetoon aan Marcus Ulpius Trajanus (98-117) en die de stad marktrechten verleende. Ulpius was Trajanus' familienaam. Ulpia Noviomagus kreeg de status van municipium, net een trapje lager dan een colonia. Onder leiding van Trajanus kwam de bouw van de stad goed op gang. Er verrezen nieuwe gebouwen, zoals een groot badhuis, een forum en in het zuiden werd twee tempels gebouwd. Er werden ook nieuwe wegen aangelegd en een riolering. In de ambachtswijken waren o.a. pottenbakkerijen en bronsgieters te vinden. Ook waren er straten met winkeltjes. Opmerkelijk was dat de stad geen stadswallen had. Kennelijk voelden de Romeinen zich er veilig ook al lag de stad dicht bij het land van de "barbaren".
Noviomagus had, net als iedere Romeinse stad, een mathematisch stratenpatroon. grote woonblokken (insulae), winkeltjes, werkplaatsen en openbare gebouwen. Al in 1834 werden stevige muurresten gevonden die vermoedelijk van een groot badhuis zijn geweest of van een centraal forum (marktgebouw). Alles wijst erop dat Noviomagus een behoorlijke omvang moet hebben gehad. 

In de tweede helft van de tweede eeuw kreeg de stad daadwerkelijk Romeinse stadsrechten en werd ze ommuurd. Er woonden dan ongeveer 5.000 mensen. De stad beleefde een ware bloeiperiode. Onderaan het Valkhof, langs de rivier, ontstond een nieuwe handelsnederzetting. Zo wonen er in een strook van vijf kilometer langs de Waal ongeveer 10.000 tot 15.000 mensen. Er waren goede verbindingen met steden als Xanten en Keulen en er werd een brug aangelegd over de Waal (ongeveer op dezelfde plaats waar de huidige spoorbrug ligt). In Elst liet de keizer door soldaten van het Tiende Legioen een nieuwe tempel bouwen, in zijn soort de grootste van Noordwest-Europa. De bouw van de tempel was tegelijk een politieke zet: de vorm komt voort uit Keltische tradities, maar is verder Romeins. Dat geldt ook voor de godheid voor wie de tempel werd gebouwd: de Bataafse hoofdgod Magusanus, die door de Romeinen gelijkgeschakeld werd met Hercules. Voor Magusanus verrezen ook tempels in Empel en Kessel. In de omgeving van Nijmegen, vooral in het Land van Maas en Waal werden ook grote villa's aangelegd, grote landbouwbedrijven die moesten voorzien in de grote behoefte aan graan. Op de St. Jansberg bij Plasmolen liet een hoge officier uit Nijmegen in de 2e eeuw een 84 meter brede villa bouwen met verwarmde vertrekken en fraaie muurschilderingen en een privé badhuis met marmeren vloeren. Lees verder Archeonet. In het boek Romeins Nijmegen  / Paul van der Heijden (BNM Uitgevers, 2008) staat op p. 173 een fraaie reconstructietekening.

Rond 104 had het Tiende Legioen de castra op de Hunerberg al verlaten. Het legerkamp bood nog wel plaats aan enkele kleinere legereenheden, maar na 175 werd het kamp voorgoed door de Romeinen verlaten.

Boven: Reliëf van een grafmonument, gevonden in Nijmegen, Het dateert uit het eind van de 1e eeuw. Het reliëf toont een ruiter die - vanwege de datering - meestal wordt gezien als een Bataaf. Museum Het Valkhof, Nijmegen. Foto: Bert Woudstra, 2010

Ulpius Noviomagus (200 - 400)

laatst gewijzigd: 14-04-10

Colofon