3447

Colonia Claudia Ara Agrippinensium (Keulen)

Romeinse steden; Een rivier als grens
Keulen was een grensplaats bij uitstek, op de linkeroever van de Rijn, recht tegenover wat snel gevaarlijk vijandig gebied zou worden. De stichting gaat vermoedelijk terug tot 38 v. Chr., toen leden van een bevriende Germaanse stam, de Ubbi, door Agrippa (vriend, raadsman en in feite mederegent van keizer Augustus) in het gebied als kolonisten werden gevestigd. 

Het formele stadsplan met zijn strakke schaakbordpatroon dateert uit 12 v. Chr. Het legioen was aanvankelijk in de nabijheid gelegerd, maar werd in 30 n. Chr. teruggetrokken, hoewel het hoofdkwartier van het Rijn-flotille stroomopwaarts in Alteburg gevestigd bleef. De titel Colonia Claudia Ara Agrippinensium kreeg de kolonie in 50 n. Chr. ter ere van de vrouw van keizer Claudius (41-54), die hier geboren was.

De stad kende twee eeuwen lang een bloeiend bestaan als administratief centrum voor Beneden-Germanië. De welvarende stad had een belangrijke aardewerk- en glasindustrie.

In 1953 werden de resten blootgelegd van het Praetorium, het huis van de gouverneur.

Aan het einde van de derde eeuw deed de druk van de Germanen benoorden de rivier zich voor het eerst in het gebied voelen, zodat de muren in een goede staat van verdediging werden gebracht en Keulen een keizerlijk hoofdkwartier werd. Enige tijd later, onder Constantijn (305-337), werd de Rijnbrug herbouwd en in Deutz aan de overkant van de Rijn een sterk bruggenhoofd aangelegd ter verdediging van de rivierovergang (vesting Divitia). Het fort kon 900 soldaten legeren. Zo toegerust maakte Keulen zich op om de barbaarse aanvallen van de twee volgende eeuwen te weerstaan.

laatst bijgewerkt: 21-07-02

Colofon