3181

Opstand van de Bataven (69-71 n. Chr.)

Lage Landen (1 - 100 n. Chr.)

In de chaos die na de moord op keizer Nero in 68 ontstond, mengde zich Julius Civilis, een Bataaf, die het in het Romeinse leger tot officier had gebracht. Bovendien was hij de vertrouwensman van de Romeinse stadhouder. Julius Civilis werd omstreeks het jaar 25 geboren en behoorde tot de Bataafse aristocratie. 
Zoals de meeste Bataafse jongemannen, trad hij in dienst van het Romeinse leger en werd commando-officier van een cohort, bestaande uit Germaanse huursoldaten. Ook verwierf hij het Romeins staatsburgerschap. In 68 raakte hij en zijn broer Claudius Paulus betrokken bij een opstand tegen keizer Nero. Zij werden beiden beschuldigd van verraad, waarna Claudius Paulus werd terechtgesteld en Julius voor zijn berechting naar Rome werd gezonden. Deze gebeurtenissen maakten hem verbitterd. De dood van Nero redde zijn leven. Nadat hij door Nero's opvolger Galbva in vrijheid was gesteld, keerde hij terug naar zijn geboortestreek aan de Beneden-Rijn.
De vlam sloeg in de pan toen de Romeinse opperbevelhebber Vitellius tot een versnelde troepenlichting opriep voor zijn strijd tegen zijn tegenstander Vespasianus. De Bataven kwamen hiertegen in verzet, evenals de Cananefaten uit het kustgebied, die met hen nauwe banden hadden en zich, onder leiding van hun aanvoerder Brinno, bij Julius Civilis aansloten. Brinno wist ook de Frisii en de Chauken over te halen zich bij hen aan te sluiten. 
In 69 overviel Julius Civilis volkomen onverwachts de Romeinse garnizoenen, die gelegerd waren in een aantal castella aan de Rijn (mogelijk de Brittenburg bij Katwijk en Praetorium Agrippinae bij Valkenburg). Deze werden veroverd en geplunderd. Na deze eerste succesvolle militaire actie zwoer Civilis, dat hij zijn haar rood zou verven en laten groeien, totdat alle Romeinse zouden zijn verslagen. 
Na de verovering van de Romeinse vesting Vetera laat de Bataafse aanvoerder Claudius Civilis zijn haar knippen, terwijl zijn zoontje enkele gevangenen doodt.
Schilderij (olieverf op paneel) van Otto van Veen, uit een reeks van 12 met taferelen uit de Bataafse opstand, 1600-1613.
Collectie Rijksmuseum, Amsterdam.
Het woeste uiterlijk van Claudius Civilis met zijn ene oog moet een angstaanjagende verschijning zijn geweest. Vele castella, waaronder Batavorum bij Nijmegen, Trajectum (Utrecht)  en Praetorium Agrippinae (Valkenburg ZH), werden door de Romeinen hals over kop verlaten, nadat zij die in brand hadden gestoken. Germaanse hulptroepen uit de Romeinse legioenen liepen over en ook de Germaanse roeiers van de Classis Germanica, de Romeinse Rijnvloot, sloten zich bij de opstandelingen aan. Weldra beheerste Julius de hele Betuwe. In augustus 69 dwong Civilis de Romeinse troepen tot een veldslag in de Boven-Rijn delta (Betuwe). De Germaanse huurlingen kozen de kant van de opstandelingen, evenals de manschappen van de Rijnvloot, waardoor deze in handen van de rebellen viel.

Bataafse Opstand

laatst bijgewerkt: 23-08-02

Colofon