1057 | Zonnecultus |
![]() |
![]() |
Alle Indo-europese volkeren (w.o. de Kelten en de Germanen) vierden feesten tijdens de zomer en winterzonnewende. De zonnecultus schijnt door hen overgenomen te zijn van de Liguriërs, de oerbewoners van West-Europa, die ofwel zijn voortgekomen uit de mensen van de Klokbekercultuur, ofwel een aan de Indo-Europeanen verwante groep die lang voor de komst van deze Indo-Europeanden uit Zuid-Rusland de Indo zijn vertrokken en zich hadden toen verspreid had over een groot deel van Europa (o.a. in West- en Centraal-Europa (Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, Zuid-Engeland, Ierland, Noord- en Centraal-Italië en Corsica: Het Joelfeest De Germanen - een verzamelnaam voor de verschillende Germaans sprekende stammen die in Noord- en West-Europa woonden - vierden het Joelfeest, een zonnewendefeest ter ere van de omwenteling van de zon. De zon was een belangrijk ijkpunt in hun leven, zoals bij de meeste landbouwvolkeren. De namen Joel en Midwinter zijn door de eeuwen heen de gebruikelijke aanduidingen geweest voor het feest van de kortste dag. Het woord Joel gaat vermoedelijk terug op een Indo-Europese wortel, 'kwel’, die draaien betekende. Het Oudnoorse Jol, het Zweedse Jul en het Deense Juul zijn varianten in de Scandinavische talen. Het is mogelijk dat het Oud-engelse lul door Deense kolonisten in de elfde eeuw over de Britse eilanden is verspreid, Yule wordt in het Engels nog steeds gebruikt om het Kerstfeest mee aan te duiden. Hoewel de geleerden het over de afleiding van het woord Joel niet eens zijn, lijkt de betekenis van wiel het meest voor de hand liggend. De gedachte daarbij is dat na de winterzonnewende de zon, na enkele dagen op hetzelfde punt te zijn gebleven, weer in beweging lijkt te komen. Het Zweedse en Deense woord voor wiel, hjul, is vrijwel identiek aan de naam van het Midwinteneest. Al in de Steentijd was de mens gericht op de winterszonnewende, zoals megalitische bouwsels als Stonehenge, Newgrange in Ierland en Meas Howe op de Orkney-eilanden bewijzen. De eerste is gericht op de zonsopgang tijdens de zonnewende, de laatste op de zonsondergang.
|
De winter was bij uitstek het seizoen dat volkeren gebruikten en gebruiken de relatie met hun goden te verfrissen in de vorm van herdenkingen en vieringen. Het begin van de winter was een belangrijk moment in het jaar. De laatste oogst was binnen, er werd geslacht wat nodig was om de winter door te komen en de geesten van overledenen werden geacht terug te keren naar hun voormalige woonplaats. Ook in het Joelfeest spelen de geesten een grote rol. In het volksgeloof werd algemeen aangenomen dat de geesten in het begin van de winter verschijnen en pas na het solstitium weer vertrekken, hoewel ze ook daarna op bepaalde hoogtijdagen nog geacht werden aanwezig te zijn. Het Joelfeest speelde in Noord-Europa, waar de winters langer, kouder en donkerder zijn, een grotere rol dan in het zuiden. Naarmate men verder naar het noorden gaat, komt de zon in de winter minder hoog boven de horizon. Boven de poolcirkel verdwijnt de zon zelfs enkele dagen of weken. Toch is ook in Midden- en Zuid-Europa het Joelfeest door de eeuwen heen een belangrijk moment in het jaar geweest. Alle Indo-Europese volkeren vierden rond het wintersolstitium een groot feest dat gewoonlijk een aantal dagen duurde. Deze dagen konden voor of na het solstitium vallen of deels ervoor en deels erna. Het joelfeest begon in de nacht met de eerste volle of nieuwe maan na de kortste dag en duurde 12 nachten. In deze lange nachten dwaalden onder leiding van de Germaanse oppergod Wodan de voorouderlijke geesten rond en moest de zon met veel kabaal te maken op de midwinterhoorns weer op gang worden gebracht. Ook draaiden de Germanen een brandend zonnerad rond als symbool voor het weer in beweging zetten van de zon. Het zonnerad vinden we terug in de advents- en kerstkrans, maar ook in het Keltisch kruis (een Keltisch symbool bestaande uit een zonnerad met een christelijk kruis erdoor waarbij de verticale as lijn de hemel voorstelt en de horizontale as de aarde. Dit Keltisch-christelijke symbool was al bekend vóór de christelijke tijd. Het maken van kabaal vinden we terug in het afsteken van vuurwerk op oudejaarsnacht. |
![]() |
Nadat de Juliaanse kalender werd ingevoerd gingen de Germanen ertoe over de joeltijd in de twaalf dagen na het solstitium te vieren. Zo diep geworteld zat dit heilige feest dat pogingen van kerkelijke zijde het te verbieden of te ontkrachten nooit helemaal gelukt zijn. Nog steeds wordt in delen van Scandinavië een 12-daags Joelfeest gevierd. Nog steeds wordt de periode van 26 december tot 6 januari in Noord-Duitsland Zwölften genoemd, terwijl men meer naar het zuiden nog.spreekt van Zwölf Nachte of Zwölf heilige Togen. In Nederland werd de joeltijd ook wel aangeduid als De Twaalf Dagen. In Engeland was de naam Twelve Days gebruikelijk, op 6 januari afgesloten met Twellth Night. Gewoonlijk werd 26 december geteld als 'eerste dag na kerst' en de joeltijd eindigde dan op 6 januari als 'twaalfde dag na kerst'. Een andere manier was om Kerstmis zelf ook mee te tellen en dan eindigde de joeltijd op 6 januari met Dertiendag. Deze naam is tot in de twintigste eeuw in ons land algemeen gangbaar geweest. In Westfalen werd de joeltijd aangeduid als Drüttien Dagen. (Bron: Wereldfeesten Almanak) |
Het midwinterfeest werd opgesierd met het versieren van ene groenblijvende boom, kransen van hulst en maretakken. Om Wodan en de geesten van de doden te laten vertrekken, voordat ze de wereld van de levenden zouden schaden en om te zorgen dat het licht zou winnen van het donker - per slot van rekening werden de dagen voordien al maar langer - werd op hoorns geblazen. Tijdens de midwinterfeesten ontmoetten de stammen elkaar onder het genot van speciale gerechten, samenzang en de uitwisseling van cadeaus.
Tijdens het Midwinterfeest, van 25 december tot 6 januari, huisden de geesten van de voorouders weer op aarde, zo geloofde de Germanen. De komst van de geesten van de doden ging gepaard met de zogenaamde Wilde Jacht. Wodan, de heer der doden, vloog in zijn donkere mantel op zijn achtbenige ros Sleipnir, en met een grote stoet gestorvenen achter zich aan, door de lucht. Wodan werd begeleid door twee zwarte raven, Hugin en Munin (herinnering en geheugen), die veelal op zijn schouders zaten. Ze vlogen elke morgen naar de aarde en vertelden Wodan na terugkeer alles wat er op de wereld onder hem gebeurde, net zoals de Zwarte Pieten nu nog doen. |
![]() |
Ook de Kelten hechtten net als in de andere Indo-europese culturen veel belang aan de zomer- en winter zonnewende. Vanaf de dag van de zomerzonnewende gaat de duisternis meer terrein winnen en zullen de dagen weer korter worden en de nachten langer. Ook bij dit feest zijn de poorten naar andere werelden open. En met name geloofden de Kelten erin, dat deze nacht de elfen onze wereld bezoeken en veel kattenkwaad uithalen. Als het goed weer is, wordt dit feest de gehele nacht gevierd in grote groepen en rond grote vuren en als je het zo lang volhoudt kun je de zon de volgende ochtend begroeten. De dag van de langste nacht en de kortste dag wordt gevierd als de wedergeboorte van het licht, de zon. Het is een feest van vrede, van de overwinning van duister op licht. Een strijd tussen koning Eik (Licht) en koning Hulst (licht), waarbij de Eikenkoning wint. Het is de tijd van inspiratie, vooruitblikken en uitgelatenheid. De Kelten vierden hun nieuwjaar, dat Samhain werd genoemd (Samos = Zomer, Samhain = Einde Zomer), op 1 november. Dit feest markeerde het einde van het seizoen van de zon en het begin van het donkere koude seizoen. De Keltische nieuwjaarsavond begon op het moment dat voor hen het nieuwe jaar aanving enwel met de donkere fasen van het jaar, vergelijkbaar met een nieuwe dag die voor de Kelten begon vanaf zonsondergang. In meerdere culturen werd op dezelfde wijze het begin van de winter beschouwd als de aanzet tot het nieuwe jaar. Met een feest dat soms dagen kon duren, vierden ze het einde van het seizoen van de zomer, het wegkwijnen van de kracht van de zon. De aanvang van een nieuw jaar werd gevierd als een omwenteling in hun leven, een hernieuwing van het rad van het leven, de eeuwig durende kringloop van dood en wedergeboorte. Hierdoor werd Samhain een van de twee belangrijkste feesten. In een cultuur met een lineair concept over de tijd, zoals onze cultuur, is nieuwjaarsavond een mijlpaal op een lange weg die gaat vanaf de geboorte tot de dood, hierdoor maakt het nieuwjaarsfeest voor ons gewoon deel uit van de tijd. Voor de oude Kelten lag dit evenwel heel anders. Zij hadden een cyclische opvatting over de tijd. In deze cyclus representeerde een nieuwjaarsavond een punt 'buiten' de tijd, een fase waarin de natuurlijke orde van het universum weer overging in de primordiale chaos, om zichzelf voor te bereiden op het herstel van wederom een nieuwe orde. Samhain fungeerde dus als een nacht die buiten de tijd om bestond. Deze nacht behoort noch tot het ene noch tot het andere jaar. De Kelten geloofden n.l. dat alle keerpunten, zoals de tijd tussen de ene dag en de andere, de ontmoeting van de zee en het strand of de overgang van het ene naar het andere jaar, magische periodes waren. De jaarsverandering was de krachtigste van al die keerpunten. Gemaakt: 01-03-06 |