17.700 |
Gezondheidszorg en medische wetenschap |
Klik Hier voor de frame-pagina |
De grootste wonderen van techniek lagen in het begin van de 20e eeuw op het gebied van de medische wetenschap. Daardoor konden ernstige ziekten als malaria, tuberculose, cholera, pest, kraamvrouwenkoorts en syfilis met succes worden bestreden. De Fransman Louis Pasteur had aangetoond dat microscopisch kleine wezentjes, bacteriën vaak de oorzaak waren.In een lege fles stopte hij een stukje brood. Daarna sloot hij de fles goed af. Na een paar dagen beschimmelde het brood. Die schimmel moet al in de lucht van de fles hebben gezeten. Want als hij al de lucht uit de fles pompte, voor dat hij de fles afsloot, gebeurde er niets met het brood. Pasteur ontdekte dat je de bacteriën kon doden. Als wijn verhit werd tot 60 graden Celcius bedierf deze niet meer. Dit verhitten (pasteuriseren) gebeurt tegenwoordig nog steeds met melk. Pasteur bewees ook dat sommige infectieziekten door bacteriën veroorzaakt werden. Daardoor leerde men deze ziekten te voorkomen en te bestrijden. In de 19e eeuw stond in elk dorpswinkeltje in Nederland een stopfles met kinatabletten op de toonbank. Tegen de malaria. Kinine verdreef de koorts, maar genas de kwaal niet. Al was het soms na jaren, de koortsaanvallen kwamen altijd terug. De Engelsman Ronald Ross ontdekte de oorzaak, het filariawormpje, dat door de malariamug op de mens werd overgebracht. Hoe kon men de muggen verdelgen? De malariamug legt haar eitjes onder water en de uitgekomen larven stegen naar de oppervlakte om adem te halen. Men behoefde in de poelen en plassen slechts wat petroleum uit te gieten. Was het wateroppervlak met ook maar een uiterst dun laagje bedekt, dan konden de larven daar niet doorheen komen en stikten. Met de malariamug verdween ook de malaria. Robert Koch had in 1882 ontdekt dat de tuberkelbacterie de veroorzaker was van de besmettelijke ziekte tuberculose (TBC, tering). Toch bracht deze ontdekking de eerste twintig jaar weinig of geen verandering in de grote sterfte onder de bevolking. In Amsterdam stierven er per jaar 1200 mensen aan deze ziekte. Dit getal daalde maar langzaam, maar tijdens de Eerste Wereldoorlog steeg het aantal slachtoffers opnieuw. Na 1918 stierven er steeds minder mensen aan deze ziekte. Alleen in de Tweede Wereldoorlog werden er nog een aantal mensen slachtoffer van de tbc. |
Regelmatig werden er nieuwe medicijnen uitgevonden. Mensen konden zich laten inenten tegen allerlei ziekten, zoals de pokken, tetanus, difterie, pest en polio. In ziekenhuizen overleden vaak patiënten die met succes waren geopereerd aan wondkoorts. Gen wonder: bij een operatie werden nauwelijks voorzorgen getroffen. Soms waste een chirurg voor hij ging opereren niet eens zijn handen. De Engelse professor Joseph Lister, die de artikelen van Louis Pasteur had gelezen bedacht dat bacteriën wel eens de oorzaak konden zijn van de wondkoorts. Hij schreef voor dat de chirurgen voortaan rubberen handschoenen en een masker voor hun mond moesten dragen. Bovendien schreef hij voor dat alle medische instrumenten voortaan vooraf in kokend water moesten worden ontsmet. Ook de ziekenzalen moesten voortaan beter worden schoongehouden. Door al deze maatregelen hadden zijn patiënten een grotere kans om een operatie te overleven. Dankzij betere medicijnen en een goede voorlichting stierven er steeds minder mensen aan verschillende ziekten. Vroeger had een dokter veel tijd nodig om bij een patiënt te komen. Als er een spoedgeval was, moest er eerst iemand de dokter gaan halen en dat kostte veel tijd. Nu de straten waren verhard en dankzij de telefoon, kon een arts veel sneller bij zijn patiënt zijn. laatst bijgewerkt: 06-08-02 |