4485 |
Speeldoos, phonograaf en grammofoon (1877) |
![]()
|
![]() |
|
Vanaf het begin van de 19e eeuw waren er cilinderspeeldozen, zoals die nu nog gemaakt worden voor de souvenirindustrie. In 1886 ontstond de schijvenspeeldoos, waarvoor in plaats van de vrij dure cilinders, metalen of kartonnen schijven met tandjes of gaatjes werden gebruikt, waarmee van die heerlijk romantische wijsjes konden worden getokkeld. |
![]() |
In 1877 vond de Amerikaan, de zoon van een handelaar van Hollandse komaf, Thomas Alva Edison de grammofoon uit, al noemde hij die in 1877, toen hij die bouwde, een phonograaf. |
Al had de ondernemende jongeman die Edison toen was, nóg zo'n goede kijk op de toekomst, op dat moment had hij nog geen benul van het belang van zijn uitvinding. Hij zag de functie van het door hem geconstrueerde apparaatje in het begin vooral als hulpmiddel bij het telefoonverkeer: het kon gesprekken registreren en die later weer ten gehore brengen. Nu weten we wel beter. De phonograaf was de grote voorloper van de grammofoon en de cd-speler, een revolutionaire uitvinding, de eerste stap naar het tijdperk van de moderne geluidsregistratie. Toch zou het nog heel wat jaren voordat het grote publiek zich aan dit mirakel kon vergapen.
De phonograaf uit 1877 was nog een uiterst primitief geval. Het bestond uit een cilinder, die je met een slinger kon ronddraaien. Om die cilinder was een blad tin bevestigd, waarover een naald bewoog. Die bracht een trilplaatje in beweging en dan hoorde je het opgenomen geluid. Het geluid - in het begin alleen de menselijke stem, werd in een "trechter" opgevangen en daar geconcentreerd op een membraam, voorzien van een scherpe punt. De trillingen deden dit puntje een groef trekken op de rol. Draaide men die later weer af, dan hoorde men de stem opnieuw. Dat was het begin. De voortvarende Edison zocht al gauw naar allerlei manieren om zijn vinding te verbeteren. En passant vond hij nog een aantal andere zaken uit: de eerste microfoon (1877) en een jaar later de eerste elektrische gloeilamp. Ook in andere landen, vooral Engeland, waren er geleerden en uitvinders die keihard werkten aan de perfectionering van de recente uitvinding. Als men er eenmaal in zou slagen het draaien van de wasrol te laten gebeuren in een gelijkmatig tempo, zo stelden zij, moet het mogelijk zijn muziek op te nemen en af te spelen. Daarom zocht men alras naar een mogelijkheid om een opwindmechaniek aan de fonograaf te verbinden. |
In 1883 lukte dat de Londense schoolmeester J.E. Greenhill. In Amerika werden door Edison en andere zakenlieden talloze manieren uitgeprobeerd om de phonograaf exploitabel te maken. Als dicteerapparaat in het zakenleven bleek er niet veel belangstelling voor te bestaan. Daarom zocht men naar andere mogelijkheden: als afspeelapparaat voor sketches, stemmen en muziek thuis. In de jaren 1895 kwam in Amerika een dergelijke productie op gang en al snel ontstond er ook in andere landen vraag naar die wonderbaarlijke, ultramoderne phonograaf. In die tijd kreeg het apparaat ook de gedaante waarin hij populair werd. De slechts eenmalig te gebruiken stanioolcilinder werd vervangen door een rol met een waslaag, die regelmatig gewist kon worden. Het gebruik voor amusementsdoeleinden deed bovendien de vraag ontstaan naar van te voren opgenomen muziek en entertainment. De vaste cilinder werd vervangen door een ronde houder, waar men de losse, in een studio opgenomen wasrollen gemakkelijk in kon schuiven. In de fabriek van Edison en anderen werd koortsachtig gewerkt aan modellen die "portable" waren en zo gemakkelijk in het gebruik. |
Rond de eeuwwisseling was de phonograaf hét snufje op muziekgebied. Iedereen die een beetje mee wilde tellen schafte zich zo'n apparaat aan. Eén van de vroegste populaire phonografen van Edison was het model Edison Standard type A (rond 1898). |
![]() |
![]() |
Omstreeks 1900 kwamen de Edisonfabrieken met allerlei typen en in allerlei prijsklassen op de markt. Door massaproductie weren er al gauw ook vrij goedkope standaardmodellen te koop aangeboden.
links: Trademark (1901) |
Het type GEM was de kleinste en goedkoopste model dat Edison op de markt bracht. Hij verwachtte veel succes van dit apparaat, maar dat viel nogal tegen. Het publiek koos liever een duurder apparaat, omdat men daarbij de motor niet zo vaak hoefde op te winden. De Fireside, een wat luxer apparaat uit 1907, was voorzien van een zwaardere motor en kon afspelen op twee snelheden, zodat er rollen van zowel twee als vier minuten op afgespeeld konden worden. |
![]() |
In Amsterdam waren de phonografen van Edison te koop in het Edisonhuis (Worlds Phonograph & Co was de werkelijke naam), gevestigd aan het Rokin 83.
Al gauw kwamen er ook andere fabrikanten met phonografen op de markt: Pathé (Frankrijk) en Colombia (VS), maar Edison bleef de grootste leverancier. Links: Edison Opera (1911) |
Tegelijkertijd kwam er een enorme productie van wasrollen op gang.Zij zaten verpakt in blikjes waar meestal vooral de merken van de afspeelapparatuur, het portret van Edison en zakelijke gegevens vermeld stonden: sterrenverheerlijking as er toen nog niet bij. Trouwens, echt solo-opnamen waren er toen nog niet veel op de markt. Het ging ook niet zozeer om wié er iets uitvoerde of zong. Het feit dat men "echte" muziek hoorde klinken was veel belangrijker. Marsen, brassmuziek waarbij het niet zo opviel dat de phonograaf nogal blikkerig geluid voortbracht, sketches van heren die met schelle stemmen moppen tappen enz. Met de speeldozenindustrie was het snel gedaan. In 1914 sloot in Europa de laatste speeldozenfabriek. Maar paradoxaal genoeg werd in diezelfde tijd ook al het doodvonnis van de phonograaf voltrokken. In de jaren negentig vond namelijk de in 1870 naar Amerika geëmigreerde Duitser Emile Berliner (1851-1929) de grammofoon uit en alhoewel het ook hier een aantal jaren duurde voordat er van massaproductie sprake kon zijn, bleek men het systeem van de ronde grammofoonplaat en de bijbehorende afspeelapparatuur al snel te prefereren. Al voor 1900 nam de Amerikaan Emile Berliner proeven met een glasplaat, bedekt met vernis. Dit waren de voorlopers van de grammofoonplaten. Maar er moest nog heel wat aan verbeterd worden, voor het geluid te genieten was. Al was de speeldozenfabricage tot een hoge graad van perfectie gekomen en al waren er steeds nieuwe uitvindingen tot verrijking van de muzikale mogelijkheden van de speeldoos gedaan, toen de phonograaf eenmaal zijn intrede had gedaan was die hele industrie in een mum van tijd ten dode opgeschreven. laatst bijgewerkt: 05-08-02 |