4437 |
Wonen in een plaggenhut |
![]() |
Nog geen honderd jaar geleden woonden er in het noorden van Nederland duizenden mensen in een zelfgemaakt hut. Grote arme gezinnen met 4 of 5 kinderen bouwden hutten van boomstammen en heideplaggen om in te wonen.
Rechts: Plaggenhut van Steven Komies, Onstwedde, juli 1915. De muren van de hut bestonden uit turven en plaggen, deels bedekt met schollen planken. De kamer mat 3 bij 3 meter en was 1,70 meter hoog. |
![]() |
![]() |
Een stenen huis konden ze niet betalen. Ook rond de Gelderse plaatsen Heerde, Nunspeet, Epe en Oldenbroek woonden rond de eeuwwisseling vele mensen in zo’n plaggenhut, gebouwd van boomstammen, turfblokken en plaggen (afgestoken gras of heidezoden). Een degelijke hut kostte al gauw 40 gulden. Het loon van de gemiddelde dagloner was 40 of 50 cent per dag. Vaak werd er dus een zeer schamel onderkomen gebouwd dat weinig tot niets kostte. |
Plaggenhutten werden vaak in een nacht gebouwd. Hiervoor zijn twee verklaringen gevonden: De eerste is dat geen kostbare arbeidstijd verloren wilde laten gaan. Overdag werken en in de nacht bouwen dus. De tweede verklaring is de volgende: het was officieel verboden om zomaar een huis te bouwen. Je betaalde immers niets voor de grond. Wanneer het je lukte om in de ochtend de haard te laten branden, dan mocht je blijven. Je had nu het recht om op die plek te wonen. Snel bouwen dus want dan had je een gratis huis! | ![]() |
![]() |
Rondom Heerde in de provincie Gelderland op de westoever van de IJssel bestond een echte huttenkolonie. Dat zijn groepjes plaggenhutten bij elkaar. Ze waren verdeeld over vier gebieden: Horthoeksche veld, het Hoornsche veen, en de Veldzijde en de Woldberg bij Wapenveld. In 1853 stonden er maar liefst 97 hutten. In latere jaren zouden er nog meer hutten gebouwd worden. Ook hier was de huttenbouw ongeoorloofd, verboden dus, maar het werd gedoogd (door nood gedwongen toegestaan). |
![]() |
Naast Heerde woonden er ook mensen in plaggenhutten in het Gelderse Nunspeet, Oldenbroek en Epe . Ook in het Groningse plaatsje Bellingwolde, Holte, Wessingtange, Altveveer, Westerwolde . Bij de Drenthse plaatsen Emmen en Barger Compascuum, Weiteveen, Alteveer en Assen stonden ook ooit plaggenhutten. Waarschijnlijk waren er buiten meerdere dorpen hutten op de zandgronden gebouwd. |
Het waren vooral veenarbeiders die massaal plaggenhutten bouwden. Vaak woonden hele gezinnen van 6 tot 9 personen in een ruimte van 4 bij 6 – 8 meter. Niet zelden moest ook de geit of het schaap er verblijven. De hutten werden in groepen bijeen gebouwd. Dat was gezelliger en veiliger. De kookgelegenheid, het toilet en de waterput werden gezamenlijk gebruikt. | ![]() |
![]() |
Het leven in een plaggenhut was armoedig. Veel meubels waren er niet. Een houten tafel, wat stoelen en een houten kistje als wiegje voor de baby, dat was alles. Het hele gezin sliep in één of twee bedsteden. Als matras gebruikten ze een zak met stro, als deken wat oude lappen. De bedstee was vaak niet meer dan een gat in de wand met een gordijntje ervoor. Soms werd er van hout een soort hok gebouwd dat met een deur afgesloten kan worden. De aardappelen werden eronder opgeslagen. De rook van de kachel werd slecht afgevoerd en vaak was de hut dus een rookhol. Stromend water was er niet, dat haalde je uit de put verderop. Als het regende was de hut vochtig en koud. Echt schoon was het ook niet. Al met al niet zo verwonderlijk dat er veel jonge baby’s stierven. Een getuigen beschrijft het als volgt: “het was vaak zo rokerig in de hut, dat men bij het binnenkomen soms niet zag of er iemand thuis was. Zelf stonk men ook naar de rook. De mensen in het dorp wisten, zodra je in de buurt kwam, dat je een hutbewoner was. Ze roken het aan je." |
In 1901 kwam er een woningwet. Daarin stond dat het wonen in zo’n ongezonde plaggenhut eigenlijk niet meer mocht. Maar er was geen geld om iedereen een goed huis te geven. Ook waren er hutbewoner die niet weg wilden uit hun woning. Het duurde tot ongeveer 1950 totdat de laatste plaggenhut werd gesloopt. Vaak werden ze verbrand omdat er ook erg veel ongedierte (luizen, vlooien en kakkerlakken) in zat. | ![]() |
![]() |
Links: plaggenhut van Leonard van der Sluis, Onstwedder Tange, 1913. De woning, zonder muren en gedeeltelijk in de grond uitgegraven, was gebouwd in 1907. De kamer was nog geen 2 meter hoog. Er waren twee bedsteden. Er 'woonden' in totaal 8 mensen. De gemeenteraad van Onstwedde moest door Gedeputeerde Staten van Groningen gedwongen worden de woning af te keuren. |
Gemaakt: 21-03-03; laatst bijgewerkt: 22-03-03 |