4540 |
Het kermisoproer van 1875 |
![]() In de loop van de 19e eeuw werd de kermis steeds meer een alcoholfeest. Zedenmeesters meenden zelfs een geboorte-explosie van buitenechtelijke kinderen te signaleren in de junimaanden. Vaak ging het er op de kermis wild aan toe. In 1875 brak er een kermisoproer uit, waarbij groepen honderden jongelui, bewapend met stokken, door de stad trokken. "Kermis moet er wezen, kermis moet er zijn !" klonk het dreigend door de straten. Omstreeks 10 uur verscheen er een groep van ongeveer 300 personen, allen met stokken gewapend, op weg naar de Heerengracht om de burgemeester te spreken. De burgemeester was niet thuis, de menigte tierde. Om 11 uur trok een groep door de Kalverstraat. Er sneuvelden enkele ruiten en de tamboer die alarm sloeg, werd z'n trommel afgenomen. Overal werden baldadigheden gepleegd. Terwijl de schutterij zich verzamelde, zetten de jongelui hun vernielingen voort. De blanke sabel en de bajonet moesten eraan te pas komen om de "straatschenders en baldadige belhamels" tot de orde te roepen. Het bleef die avond nog lang onrustig in de stad. 36 belhamels werden opgesloten in het cachot, maar desondanks was de volgende dag de rust nog niet weergekeerd. Op het Leidseplein moest er opnieuw met bajonetten worden geprikt en op de Dam voerde de cavalerie charges uit. De leden van de eerbiedwaardige grote Club protesteerden toen commandant Stork beval het balkon te ontruimen, wat hen beroofde van een riant uitzicht op het tumult op de Dam. Het leger werd te hulp geroepen en de winkeliers timmerden planken voor hun ramen. Koning Willem lll besloot echter om het muziekfeest van het Amsterdamse Mannenkoor maar niet te bij te wonen. Na lange discussie besloot het gemeentebestuur in 1876 om een eind te maken aan de jaarlijkse kermis. De Nederlandse Vereniging tot Beperking van Openbare Dronkenschap en de Kerk konden tevreden zijn, maar het volk was woedend. laatst bijgewerkt: 05-08-02 |