11.631 Vietnam (1722 - 1802)
Azië in de 19e eeuw; Viëtnam (1400 - 1772)
Door een boerenopstand,  geleid door drie broers (Nguyen Hue, Nguyen Lu en Nguyen Nhac) uit een koopmansfamilie uit het westelijk gelegen Tay Son, kwam er een eind aan de verdeeldheid die er heerste in het land sinds de Nguyen en Trinh dynastie elkaar bestreden. Deze opstand die duurde van 1771 tot 1802, vloeide in feite voort uit de hongersnood die door de rijke machthebbers veroorzaakt. Zij sloegen namelijk zelf munten op een illegale manier, maar konden die slechts sporadisch gebruiken. Om aan betaalmiddelen te komen legden ze enorme rijstvoorraden aan, waardoor de arme bevolking amper voedsel had. De opstand van de Nguyen-broers richtte zich eerst tegen de Nguyen-clan, die heerste in het centrale en zuidelijke deel van het hedendaags Vietnam in de gebieden Annam en Cochin China vanuit de stad Hué 

Nadat de Nguyenbroers samen met de Trinh de clan van generaal Mac hadden verjaagd, nestelden de Nguyen zich in het zuiden. Na de dood van Nguyen Kim kreeg zijn schoonzoon Trinh Kiem de teugels in handen, maar Nguyen Hoang, de zoon van de overledene had zichzelf uitgeroepen tot gouverneur van het zuiden in de provincie Thuan Hoa. Tijdens de honderdjarige wapenstilstand met de Trinh veroverden de Nguyen het koninkrijk Champa en een belangrijk deel van het huidige Cambodja.
Nadat de Nguyen het onderspit hadden gedolven, werd de Trinh clan aangepakt en verdreven.

In 1789 versloeg Nguyen Hue de troepen van de Chinese Qing-dynastie (de Mantsjoes), die door de Le-dynastie ter hulp waren geroepen. Als Quang Trung beklom hij nu de troon en riep hij Phu Xuan (in de buurt van Hué) uit tot hoofdstad. 

Nguyen Anh, het hoofd van de Nguyen-clan had de Tay Son opstand en het erna volgende bloedbad overleefd. Tijdens zijn dooltocht kwam hij terecht in een grot waar hij enorme geldvoorraden ontdekten, die piraten daar hadden verstopt. De grot, die alleen bereikbaar is per boot heet Hang Tien, maar wordt ook Grot van de Muntstukken genoemd.

Nguyen Anh had gezworen verder te vechten. Hij en zijn aanhangers veroverden en verloren Saigon verscheidene malen gedurende een periode van 10 jaar rond 1780. In deze periode ontmoette hij de Franse priester en missionaris Pierre Pigneau de Behaine, die hem een schuilplaats aanbood en zijn adviseur werd. In 1784 toen de troepen van Nguyen Anh weer verdreven waren uit Saigon en de omliggende provincies, besloot hij om Pigneau te volmachten om naar Frankrijk te gaan om Franse interventie te vragen. Zijn zoon, Nguyen Canh, zond hij volgens Aziatische traditie mee als teken van zijn vriendschap.
Pigneau kwam terug met een leger van 2 schepen, wapens, munitie en 400 Franse huurlingen die hij zelf in Pondicherry (India) geronseld had met geld van Franse handelaren, die zich door de Franse koning Louis XVI verraden voelden. Één van de soldaten, Olivier de Puymanel trainde het Vietnamese leger. Dit leger, meer dan 50.000 man sterk, bestond voor een groot deel uit christelijke bekeerlingen. Franse vrijwilligers hielpen bij de uitbouw van een Vietnamese vloot.

Na de dood van Quang Trung (Quang Trun) in 1792 kregen de Tay Son rebellen het moeilijk. De steun aan Gia Long kwam van de Franse missionaris en bisschop van Adran Pierre Pigneau de Behaine, die een huurlingenleger van een paar honderd man hielp financieren. In ruil daarvoor moest Nguyen Anh voorrechten geven aan de kerk, de missionarissen en de Franse handelaars. Tegen het eind van de 18e eeuw waren de Tay Son rebellen ver teruggedrongen. In 1799 hadden zij een laatste wanhopige verdediging opgeworpen rond de stad Quin Hon, waar de rebellie ook begonnen was. Zij werden daar verslagen door de troepen onder aanvoering van de 19 jarige zoon van Nguyen Anh, Nguyen Canh, die nog naar Versailles geweest was. 

In 1799 stierf Pierre Pigneau de Behaine in Saigon, zorgde Nguyen Anh voor een begeleiding van de begrafenisstoet door niet minder dan 12.000 soldaten. Zo groot was zijn dankbaarheid voor wat deze bisschop-missionaris voor hem had gedaan.

Vietnam (1802 - 1847)

Gemaakt: 17-02-06