9503 |
Verenigde Staten (1783 - 1840) |
![]() |
![]() |
De nieuwe grondwet bleek aanvankelijk goed te voldoen en Washington werd gesteund door uitstekende medewerkers als Thomas Jefferson op Buitenlandse Zaken en Alexander Hamilton op Financiën. Hamilton maakte zich sterk voor de handel en de industrie van het Noorden en stond voor een centrale regering en een gezonde financiële politiek. Jefferson daarentegen was een echte zuiderling die stond voor de belangen van de landbouwers in het zuiden en voor meer economische vrijheid en decentrale rechten van de afzonderlijke staten. Ook probeerde hij angstvallig neutraal te blijven in de Europese oorlogen die in die tijd gevoerd werden.
Door de oprichting van een Nationale Bank kreeg Hamilton de steun van president Washington, en zijn aanhangers werden de Federalisten genoemd. De aanhangers van Jefferson werden de Republikeinen genoemd maar hadden nog lang niet zoveel macht als in latere tijden. Links: Thomas Jefferson |
In 1797 werd Washington opgevolgd door de federalist John Adams, maar in 1800 wonnen de Republikeinen de verkiezingen en werd Jefferson president, die tamelijk autoritair regeerde. Zo kocht hij zonder het Congres te consulteren in 1803 het Louisiana Territory van de Franse keizer Napoleon. Niet helemaal duidelijk was wat er nu precies was gekocht. Jefferson claimde dat het hele afwateringsgebied van de Missouri tot de aankoop behoorde, vandaar de opdracht aan de Lewis and Clark Expedition om zoveel mogelijk daarvan in kaart te brengen. Dit was een van de redenen dat Lewis zich in 1806 op de terugweg nog langs de Marias River waagde. Wie weet hoever noordelijk het Amerikaanse grondgebied nog doorliep! Uiteindelijk werd de Amerikaanse grens met het Engelse gebied in wat later Canada werd pas in 1847 geregeld door president Polk. |
![]() |
Links: Broadway New York in 1819, gravure van G. E. naar eens childerij van Louis Augier. |
![]() |
Links: Broadway New York 1834 |
Onder Jeffersons opvolger, James Madison, raakte Amerika in 1812 in een oorlog verzeild met de Engelsen. De Engelsen behaalden een paar mooie overwinningen, maar bij de Vrede van Gent in 1814 werd de oude situatie weer hersteld. Na deze oorlog zou het Amerika lukken om meer dan honderd jaar buiten de Europese politiek te blijven. Voor de binnenlandse politiek was het belangrijk dat de Federalisten en de Republikeinen één partij werden: de Nationale Republikeinen. Over het algemeen was er trouwens een groot gevoel van nationale eenheid, waardoor deze periode ook wel de “era of good feeling” genoemd wordt. De president in deze rustige periode was James Monroe, die de Monroe-leer installeerde. Deze hield in dat Amerika zich wilde isoleren van de buitenlandse politiek (isolationisme). |
’Frontier’: de trek naar het Westen Na de gewonnen strijd tegen de Engelsen begon de trek naar het westen, en aan de zogenaamde “frontier” ontstond langzamerhand het nieuwe Amerika. Volgens velen is hier de democratie in Amerika ontstaan omdat iedereen gelijk was en zichzelf moest zien te redden in een hard bestaan. Ook ontstonden er veel nieuwe staten, o.a. Kentucky (1792), Tennessee (1796), Ohio (1803), Louisiana (1812), Indiana (1816), Mississippi (1817), Illinois (1819), Alabama (1819), Missouri (1821), Arkansas (1836) en Michigan (1837). Door de zich verscherpende tegenstellingen tussen Noord en Zuid was het nodig dat telkens als er een zuidelijke staat werd toegelaten tot de Unie, er ook een noordelijke staat bij zou komen om zo het evenwicht in de Senaat te bewaren. Op een gegeven moment was de scheiding tussen noord en zuid niet meer vol te houden toen men steeds verder naar het westen doordrong. De voortgaande expansie zou er zelfs voor zorgen dat de nationale eenheid in groot gevaar kwam. Het democratische gehalte was in die tijd nog niet erg hoog want het kiesrecht was nog lang niet algemeen, en de politiek werd uitsluitend door een kleine elite beoefend. |
In 1828 kwam Andrew Jackson aan de macht, die zich wel druk maakte voor een echt democratiseringsproces. Het volk kwam langzaamaan in verzet tegen de elite en Jackson stond aan de kant van het volk. De partij van Jackson wisselde ook van naam en heette voortaan toepasselijk de Democratische Partij. De oude elite verenigde zich daarop in een nieuwe partij, de Whigs, die zich verzette tegen de volgens hun dictatuur van “King Andrew”. Zij pleitten weer voor een sterke federale regering die zich vooral bezighield met de ontwikkeling van de industrie en de ontsluiting van de westelijke landbouwgebieden door deze te verbinden met de industriële centra in het oosten. Jackson was echter een anti-monopolist, en de rechten van de staten en een vrije economie stonden bij hem voorop. Het was dan ook niet vreemd dat de populaire Jackson zonder veel moeite in 1832 herkozen werd als president. Na het aftreden van Jackson in 1837 brak er een grote economische crisis uit. In deze periode werd ook bijna in alle staten algemeen kiesrecht ingevoerd, en men liep daarmee ver vooruit op Europa. Rechts: Andrew Jackson |
![]() |
laatst bijgewerkt: 12-09-10
|