De afwezigheid van handel maakte van de 'rijke kust' een vergeten kust. De kolonisten bewerkten hun stukje land en wisten te overleven. Doordat er onvoldoende indianen waren en er geen geld was voor zwarte slaven, was grootgrondbezit hier niet aan de orde zoals in andere Latijns-Amerikaanse landen. Grondverdeling des temeer. Deze gelijkere verdeling zorde ervoor dat Costa Rica altijd een grote middenklasse heeft gehad. In 1821 werd het een deel van het onafhankelijke Eerste Mexicaanse Rijk, waarvan het zich 2 jaar later met andere Centraal-Amerikaanse landen afscheidde om de Verenigde Staten van Centraal-Amerika te vormen. In 1840 viel deze federatie uit elkaar. In 1899 vonden de eerste werkelijk democratische verkiezingen plaats. Sindsdien is het land maar twee keer door politiek geweld geplaagd. Van 1917 tot 1919 regeerde de dictator Federico Tinoco Granados.
De democratische traditie waar de Costaricanen zo trots op zijn, kreeg vorm nadat de Midden-Amerikaanse landen zich in 1821 onafhankelijk verklaarden van Spanje. Met de onafhankelijkheid kwam de economische groei en het nationalisme. San José werd de hoofdstad. Zoekend naar een bron van inkomsten werd land beschikbaar gesteld voor het exploiteren van koffieplantages. De koffie was maanden onderweg per ossenkar naar de kust, hetgeen ertoe leidde dat er een spoorweg werd aangelegd tussen Limón en San José. De bouw heeft 19 jaar geduurd en werd aangelegd door Jamaicanen, Italianen en Chinezen, die vervolgens in het land bleven en die nog altijd vertegenwoordigd zijn. Ondertussen was men ook gestart met het aanleggen van bananenplantages. Het land heeft destijds een aantal militaire coups en staatsgrepen gekend en in 1855 hebben de Verenigde Staten getracht het land te annexeren. Dit omdat het gebied geschikt zou zijn voor slavernijplantages. Daarnaast overwoog men de arbeiders in te zetten voor het graven van een kanaal dwars door het land om de twee oceanen met elkaar te verbinden. In 1889 werden de eerste vrije verkiezingen georganiseerd, waar ook boeren aan mee mochten doen.
De koffieteelt zorgde voor de eerste rijkdom en het ontstaan van een rijke elite. Na enkele burgeroorlogen tussen de liberalen en conservatieven en andersoortig onderling gekibbel bepaalden de Costaricanen hun eigen democratische koers. De laatste burgeroorlog in 1948 was daar wellicht het logische gevolg van. De verkiezingsfraude van de presidentskandidaat Calderón werd niet geaccepteerd en voor de linkse 'Don Pepe' José Figueres Ferrer was dit de aanleiding om de wapens op te pakken. Don Pepe won. Om dit soort voorvallen in de toekomst te voorkomen, besloot hij de afschaffing van het leger in de nieuwe grondwet van de Tweede Republiek vast te leggen. Aldus geschiedde. Sindsdien hebben de democratisch gekozen regeringen elkaar opgevolgd en door de afwezigheid van een leger is er altijd meer geld beschikbaar geweest voor onderwijs en gezondheidszorg. Een hoge alfabetiseringsgraad en de lage kindersterfte spreken boekdelen. Hierdoor is Costa Rica gevrijwaard gebleven van het geweld dat veel van haar buurlanden heeft geteisterd. Het is een van de welvarendste landen van Latijns-Amerika geworden en staat daarom ook wel bekend als "het Zwitserland van Midden-Amerika".
Gemaakt: 26-12-05
|