4676 Costa Rica
Zuid- en Midden-Amerika
De Republiek Costa Rica is een land in Midden-Amerika dat ligt tussen Panama en Nicaragua op de landengte van Centraal-Amerika. Ten westen van Costa Rica ligt de Grote Oceaan en ten oosten ligt de Caribische Zee. De oppervlakte is 50.700 m2 en is daarmee iets kleiner dan Nederland en België samen.

Costa Rica heeft een enorme verscheidenheid aan landschappen. Van het noordwesten naar het zuidoosten loopt een reeks vulkanische bergketens. Veel vulkanen zijn nog actief. De meest actieve vulkaan is de Arenal in het Cordillera-gebergte. 

De bergketen die dwars door het land loopt, maakt deel uit van de Midden-Amerikaanse cordilleras. Het hoogste punt is de Cerro Chirripo (3810 meter). In het land bevinden zich uitgestrekte nationale parken en reservaten. Veel daarvan bestaan uit tropisch regenwoud. Daarnaast komen ook andere typen natuur voor in Costa Rica. 

De hoofdstad San José ligt in de centrale hoogvlakte en op een hoogte van 1170 meter. In dit gebied woont het grootste deel van de bevolking. De Caribische kust wordt gevormd door uitgestrekte laaglanden met moerassen, mangroven en waterwegen. De kust heeft lange zandstranden. De Pacifische kust is heuvelachtig met vele inhammen en rotsen met tussen door kleine zandstrandjes. Aanvankelijk bestond het land voor 80% uit bosgebied. Het kappen van de laatste vijftig jaar heeft er toe geleid dat nog 20% bosgebied is overgebleven, het hoogste ontbossingcijfer ter wereld. De gebieden, waar de bossen nog intact zijn, worden nu min of meer beschermd en vormen de nationale parken van het land. 
Voor de komst van de Europeanen werd Costa Rica bevolkt door Chibcha Indianen. In de pre-Columbus tijd was Costa Rica het gebied waar handel werd gedreven tussen de verschillende culturen uit Zuid- en Noord-Amerika. De oudste tot nog toe gevonden voorwerpen zijn ongeveer 4000 jaar oud. De restanten van geplaveide wandelstraten, bronnen en aquaducten vormen nu het nationale monument Guayabo. Ook in het zuidwesten zijn geheimzinnige vondsten gedaan. Deze bestaan uit ronde gladde granieten bollen met een omvang van 8 cm tot bijna 2 meter. Sommige granieten bollen zijn nog te vinden tussen de bananen op de plantages in het zuiden. Hoewel Guyaba niet te vergelijken is met de pre-Columbiaanse architectuur die kan worden aangetroffen in andere delen van de Nieuwe Wereld, geeft deze vindplaats
toch een fascinerend beeld van het leven van de mensen die ooit woonachtig waren in dit deel van Costa Rica. Er zijn aquaducten, begraafplaatsen en talrijke petroglyphen aangetroffen. 

In de 16e eeuw werd Costa Rica door de Spanjaarden onderworpen. Toen Columbus in september 1502 voet aan wal zette in Limón besloot hij dit landje Costa Rica (= Rijke Kust) te noemen. Niet alleen omdat er talrijke sierlijk vormgegeven beeldjes van goud en jade waren gevonden, maar zeker ook vanwege de overweldigende natuur. In tegenstelling tot de omringende Midden-Amerikaanse landen waren de bewoners niet echt mededeelzaam en was men niet voornemens om zich te onderwerpen aan de slavernij. De meeste Indianen trokken zich terug in de onherbergzame gebieden. Daarnaast bracht de landbouw onvoldoende op om zwarte slaven te kunnen kopen, wat tot gevolg had dat de kolonisten zelf de handen uit de mouwen moesten steken. Costa Rica heeft zich daardoor maatschappelijk gezien nooit zo kunnen ontwikkelen als de omliggende landen, waar slaven het werk deden. Cacaobonen hebben jaren dienst gedaan als wettig betaalmiddel.
De Spanjaarden hadden het zwaar in Costa Rica. Ze vochten tegen de indianen en tegen de natuur, maar vonden geen goud of zilver. Pas in 1562, 60 jaar na de ontdekking door Columbus, deed gouverneur Juan Vásquez de Coronado een serieuze poging het land te bevolken. In het koele en vruchtbare binnenland stichtte hij de stad Cartago. De soldaten ontvingen hun encomienda, maar moesten het land zelf bewerken. 

Links: standbeeld van Juan Vásquez de Coronado

De afwezigheid van handel maakte van de 'rijke kust' een vergeten kust. De kolonisten bewerkten hun stukje land en wisten te overleven. Doordat er onvoldoende indianen waren en er geen geld was voor zwarte slaven, was grootgrondbezit hier niet aan de orde zoals in andere Latijns-Amerikaanse landen. Grondverdeling des temeer. Deze gelijkere verdeling zorde ervoor dat Costa Rica altijd een grote middenklasse heeft gehad. In 1821 werd het een deel van het onafhankelijke Eerste Mexicaanse Rijk, waarvan het zich 2 jaar later met andere Centraal-Amerikaanse landen afscheidde om de Verenigde Staten van Centraal-Amerika te vormen. In 1840 viel deze federatie uit elkaar. In 1899 vonden de eerste werkelijk democratische verkiezingen plaats. Sindsdien is het land maar twee keer door politiek geweld geplaagd. Van 1917 tot 1919 regeerde de dictator Federico Tinoco Granados.

De democratische traditie waar de Costaricanen zo trots op zijn, kreeg vorm nadat de Midden-Amerikaanse landen zich in 1821 onafhankelijk verklaarden van Spanje. Met de onafhankelijkheid kwam de economische groei en het nationalisme. San José werd de hoofdstad. Zoekend naar een bron van inkomsten werd land beschikbaar gesteld voor het exploiteren van koffieplantages. De koffie was maanden onderweg per ossenkar naar de kust, hetgeen ertoe leidde dat er een spoorweg werd aangelegd tussen Limón en San José. De bouw heeft 19 jaar geduurd en werd aangelegd door Jamaicanen, Italianen en Chinezen, die vervolgens in het land bleven en die nog altijd vertegenwoordigd zijn. Ondertussen was men ook gestart met het aanleggen van bananenplantages. Het land heeft destijds een aantal militaire coups en staatsgrepen gekend en in 1855 hebben de Verenigde Staten getracht het land te annexeren. Dit omdat het gebied geschikt zou zijn voor slavernijplantages. Daarnaast overwoog men de arbeiders in te zetten voor het graven van een kanaal dwars door het land om de twee oceanen met elkaar te verbinden. In 1889 werden de eerste vrije verkiezingen georganiseerd, waar ook boeren aan mee mochten doen.

De koffieteelt zorgde voor de eerste rijkdom en het ontstaan van een rijke elite. Na enkele burgeroorlogen tussen de liberalen en conservatieven en andersoortig onderling gekibbel bepaalden de Costaricanen hun eigen democratische koers. De laatste burgeroorlog in 1948 was daar wellicht het logische gevolg van. De verkiezingsfraude van de presidentskandidaat Calderón werd niet geaccepteerd en voor de linkse 'Don Pepe' José Figueres Ferrer was dit de aanleiding om de wapens op te pakken. Don Pepe won. Om dit soort voorvallen in de toekomst te voorkomen, besloot hij de afschaffing van het leger in de nieuwe grondwet van de Tweede Republiek vast te leggen. Aldus geschiedde. Sindsdien hebben de democratisch gekozen regeringen elkaar opgevolgd en door de afwezigheid van een leger is er altijd meer geld beschikbaar geweest voor onderwijs en gezondheidszorg. Een hoge alfabetiseringsgraad en de lage kindersterfte spreken boekdelen. Hierdoor is Costa Rica gevrijwaard gebleven van het geweld dat veel van haar buurlanden heeft geteisterd. Het is een van de welvarendste landen van Latijns-Amerika geworden en staat daarom ook wel bekend als "het Zwitserland van Midden-Amerika".

Gemaakt: 26-12-05