2790

Inga's raaf

Vikingen op Groenland en in Noord-Amerika

Het is een dag in het jaar 987. Midden op de oceaan vaart eenzaam een houten zeilschip. Een koele wind blaast zoute waterspatten in Inga's gezicht. Naast haar op het dek staat een houten kooi. Er zit een grote zwarte vogel in. Een paar maanden geleden heeft ze hem gevangen. Iedere dag geeft ze hem insecten en brood te eten. Af en toe mag hij uit zijn kooi vliegen. Maar Inga houdt hem dan wel vast aan een lang touw dat om zijn poot zit. Ze heeft lang moeten zeuren om haar raaf mee te mogen nemen. Volgens vader was er geen plaats op de boot. "We kunnen de ruimte wel beter gebruiken," had hij gezegd. "Ik weet toch al niet waar ik alles moet laten: kippen, geiten, paarden, gereedschap, tonnen bier en nog veel meer." Gelukkig had Inga' moeder zich ermee bemoeid. "Dat beest gaat mee," bromde ze tegen vader. En daarmee was de kous af. Al vier weken varen ze nu op de oceaan. Tijd genoeg om na te denken. Inga dacht aan hun grote boerderij in Noorwegen. Daar was het leven steeds moeilijker geworden. Op de akkers en weiden groeide te weinig voedsel. Daarom gingen Inga's vader en haar broers Alti en Sven steeds vaker de zee op. Ze vingen vis en jaagden op zeehonden. Een paar keer waren ze naar vreemde landen in het zuiden gevaren. Ze keerden terug met veel zilver en prachtige kleden. Tegen de buren schepten ze dan op over hun dapperheid. De één had nóg meer vreemdelingen doodgeslagen dan de ander. Eigenlijk wilden vader, Alti en Sven graag boer worden. Maar er was te weinig goed land in de streek waar ze woonden. Op een dag was vader opgewonden thuis gekomen. "Luister," had hij geroepen. "Raad eens wie ik in de stad op de markt heb ontmoet ? Het is Leif Eriksson, de zoon van Erik de Rode. Ze woonden op Ijsland. Maar daar heeft Erik de Rode weer eens ruzie geschopt. Voor straf is hij van het eiland verbannen. Met vrienden en familie is hij de zee opgegaan. Ze zijn ver naar het westen gevaren. Daar hebben ze een land gevonden waar geen Viking ooit is geweest. Erik heeft het 'Groenland' genoemd. Hij nodigt iedereen uit om bij hem in de buurt te komen wonen. Er is weiland en akkerland genoeg. Leif heeft me precies uitgelegd hoe je er kunt komen." Weken lang hebben vader, moeder en Inga's broers erover gesproken om de grote tocht te wagen. De zeereis zou twee weken duren, had Leif gezegd. Maar ze zijn nu al vier weken onderweg. Inga heeft gemerkt dat zelfs haar vader ongerust wordt. En die kent de zee toch als zijn broekzak. Steeds vaker kijkt hij op zijn zonnewijzer en urenlang tuurt hij naar de horizon. Plotseling voelt Inga dat de golven harder tegen de boot beginnen te slaan. Haar vader roept: "Sven, Alti.... vlug !" Hij wijst naar het noorden. Inga ziet hoe daar de lucht en de zee steeds donkerder worden. Er is een zware storm op komst. Iedereen begint te rennen en te schreeuwen: "Let op de paarden !", "Haal het zeil naar beneden !" Inga wordt met een touw vastgebonden aan de mast. Grote golven slaan over haar heen. Ze trekt een zeehondenvel over haar hoofd en sluit haar ogen. Ze hoort hoe het schip kreunt. De dieren stoten angstige geluiden uit. Moeder roept de goden aan: "Thor, meester van de wind en de wolken... Aegir, heerser van de zee, help ons !" Maar de goden luisteren niet. Een hele dag en een nacht raast de storm door. Dan is hij plotseling verdwenen. Net zo snel als hij kwam. Inga knoopt het touw los dat rond haar middel zit. Ze gaat rechtop zitten. Aan de andere kant van de boot zitten haar broers en vader te praten. Ze kijken somber. Inga vangt een paar woorden op: "we zijn verdwaald" en "vogel." Dan zwijgen ze en draaien zich naar Inga. Alti, de oudste broer, loopt naar haar toe. "We hebben maar één kans." Alti wijst naar de kooi met de raaf. Inga schrikt. "Je gaat hem toch niet aan de goden offeren ?" "Nee," zegt Akti. "Thor en Aegir hebben ons niet geholpen. Jouw vogel moet ons de weg wijzen." "Maar hij kent hier de weg toch ook niet !" schreeuwt Inga. Alti hurkt naast Inga neer. "We moeten in de buurt van Groenland zijn," zegt hij. "Maar we weten niet in welke richting het ligt ! Hoog in de lucht ziet jouw raaf veel verder dan wij. Zelfs al ziet hij niets, dan voelt hij toch waar het land is. Hij zal regelrecht naar Groenland vliegen." Inga begrijpt dat ze geen keus heeft. Zwijgend geeft ze de kooi aan haar broer. Die opent het deurtje. De raaf springt op het dek en kijkt verbaasd om zich heen. Hij schudt zijn kop en dan zijn vleugels. "Vooruit, vliegen !" Alti zwaait met zijn armen. Nu slaat de raaf zijn vleugels uit en vliegt omhoog. Hij cirkelt een paar keer rond de mast. Dan is het net of hij iets ziet in de verte. Met rustige slagen vliegt hij weg van het schip. Nog lange tijd kunnen ze de vogel zien. Hij steekt duidelijk af tegen de hemel. Vader lacht vrolijk en duwt hard tegen het stuurboord. Maar Inga lacht niet. Er staan tranen in haar ogen. Een paar uur later duikt Groenland op aan de horizon. En na wat zoeken vindt vader de baai waar Erik de Rode woont. Als ze binnenvaren, wacht Inga een verrassing. Op een uitsteken-de rots zit een grote zwarte vogel. Het is Inga's raaf. 

Het meisje Inga uit het verhaal Inga's raaf, waarin beschreven wordt hoe de Noormannen Amerika ontdekten, kwam uit Noorwegen. Daar woonde ze met haar familie op een grote boerderij. De slaven wonen in een apart huisje. Op de akkers werd gerst, tarwe en rogge verbouwd. Op de weilanden graasden koeien, geiten en schapen. Maar Inga's vader had niet genoeg land. Vaak viel de oogst tegen. Daarom trekken Inga's vader en haar broers de zee op. Ze vangen er vis en zeehonden. In het noorden jagen ze op walrussen. Soms blijven ze maandenlang weg. In die tijd zorgt moeder ervoor dat het werk op de boerderij doorging. Het liefst zou Inga's vader meer land kopen. maar al het goede land in Noorwegen wordt al gebruikt als akker of weiland. De vader en moeder van Inga kunnen niet lezen of schrijven. Bijna niemand kan dat. Maar wat de Vikingen wel kunnen is verhalen vertellen. In de lange donkere winters vertellen ze elkaar spannende verhalen over oude helden en over hun avonturen op zee. Zo'n verhaal noemen ze een "saga". Later zijn veel saga's opgeschreven. Als je ze leest kom je veel te weten over het leven van de Vikingen. Je leest dan bijvoorbeeld dat ze veel hielden van avontuur. En van bier drinken en vechten. Ook lees je dat ze zich snel beledigd voelen en hebben dan ook vaak ruzie met elkaar. Meestal loopt dat uit op vechtpartijen waarbij doden vallen. De Vikingen kennen wel een soort letters: de runentekens. Maar ze gebruiken die niet om brieven of boeken te schrijven. De tekens worden op steen, hout of metaal gekrast. De Vikingen geloven dat deze letters toverkracht bezitten. De Vikingen zijn trots op hun snelle schepen. Ze werden voortbewogen door roeiers en door de wind. Een schip is ± 25 m. lang en 5 m. breed. Voor elk schip bedenken ze een mooie naam, zoals "Koning van de golven" of "Briesend Paard". In hout worden dierfiguren uitgesneden. Vaak versieren ze de boeg met de kop van een draak. Belangrijke Vikingen worden met schip en al begraven. In Noorwegen zijn een paar van die oude schepen teruggevonden. Je kunt ze nu bekijken in een museum. De schepen blijven eerst in de buurt van de kust, want als plotseling de mist opsteekt is of als er een noodweer uitbreekt, bestaat er groot gevaar met het schip uit de koers raken en nimmer meer de kust te bereiken. Maar de Vikingen leren toch om de weg op zee te vinden: door te letten op de verschillende kleuren van de zee als gevolg van de temperatuur van het water, de vlucht van de trekvogels, de meeuwen langs de kust, de vissen die ze tegenkomen en op de stand van de zon en de sterren. Steeds verder wagen zij zich van huis. Zo ontdekken zij Groenland en landen tenslotte (± 986) op de kust van Noord-Amerika. 

laatst bijgewerkt: 13-03-01

colofon