6103 | Toscane - Florence (1389 - 1464) |
![]() |
![]() |
In de 15e eeuw is de signore ingeburgerd. De tijd van de commune was voor de meeste steden een periode van grote bloei. Handel, industrie en handwerk ontwikkelden zich. Deze tijd heeft op de meeste steden zijn stempel gedrukt. Er kwamen paleizen voor: stadsbestuur, podestà en capitano. De dom was het trotse symbool van de stad. Voor bedelorden werden kerken gebouwd. Rijke kooplieden stichtten kapellen. De adel liet woontorens en paleizen bouwen. Bij zo veel rijke opdrachtgevers kwamen de kunsten tot bloei. |
Cosimo de Medici (1389 - 1464), de zoon van Giovanni di Bicci de' Medici (1360 - 1429), de grondlegger van het fortuin van het Florentijnse geslacht de' Medici, erfde niet alleen zijn vaders fortuin, maar ook diens zakeninstinct. In 1433 werd hij uit Florence verbannen als gevolg van een conflict met Rinaldo degli Albizzi, de leider van de rijke kooplieden. De kleine burgerij steunde hem echter en na een jaar kon hij terugkeren en de leiding van de republiek Florence in handen nemen. Cosimo, beter bekend als Cosimo de Oude, heerste als een ongekroonde koning over de stad Florence door met de belangrijkste functies van de stad vakkundig te manipuleren. Hij ruïneerde zijn vijanden met buitensporig hoge belastingen en andere slinksheden. Hoewel zijn macht groot was, liet hij die zelden in het openbaar voelen. Hij veranderde niets aan de staatsinstellingen en bekleedde zelden of nooit een openbare functie: gedurende zijn gehele politieke carrière heeft hij het ambt van gonfaloniere slechts tweemaal voor twee maanden bekleed. Hij droeg er echter zorg voor zijn partijgangers in de regering te doen benoemen en zelf als raadgever op te treden. Zijn onmetelijk fortuin, dat vooral berustte op zijn financiële politiek (hij was bankier van de paus), gebruikte hij in ruime mate voor weldadigheid en werd hierdoor zeer populair.
|
![]() |
Hij ging zeer genereus om met zijn enorme fortuin en gaf enorme bedragen uit aan de verfraaiing van de stad, aan allerlei goede doelen en aan de bevordering van kunst en cultuur. Dit optreden bezorgde hem grote populariteit. Bekende kunstenaars die hij begunstigde waren onder andere Fra Angelico, Fra Filippo Lippi, Donatello, Ghiberti en Filippo Brunelleschi. Hij was ook de grondlegger van de beroemde Medicibibliotheek. Cosimo streefde naar een machtsevenwicht tussen de belangrijke Italiaanse steden (Florence, Milaan en Venetië), trachtte buitenlandse invloeden, met name die van Frankrijk, tegen te gaan, zocht aansluiting bij Milaan, terwijl hij Napels door geldleningen nauw aan zich wist te verbinden. Zijn beoogde opvolger en jongste zoon Giovanni de' Medici overleed een jaar voor hem. Na zijn dood in 1464 werd hem de titel Pater Patriae (Vader des Vaderlands) verleend. Zijn zoon Piero de' Medici, (de Jichtige) volgde hem op als hoofd van de dynastie. 1397 Stichting van de Medicibank in Florence. |
![]() |
Florence werd niet alleen op het gebied van de kunst en literatuur toonaangevend in heel Italië en uiteindelijk in heel West-Europa (Renaissance), maar werd ook een van de machtigste Italiaanse stadstaten. De munteenheid van Florence (florijn) werd in heel Europa gebruikt. Cosimo spendeerde enorme sommen door op te treden als mecenas van kunstenaars en humanisten. Hij liet de San Lorenzo-kerk en het Palazzo Medici (z. foto links) bouwen en stichtte de Platoonse Academie en de Biblioteca Laurenziana. Links: Palazzo Medici in Florence
|
Piero de' Medici (1416 - 1469), bijgenaamd il Gottoso (= de Jichtige), had een zwakke gezondheid, waaraan hij zijn bijnaam 'de Jichtige' (il Gottoso) te danken had. Na de overname van de bankzaken eiste hij de invordering van enkele langlopende leningen, waaronder ook die van sommige trouwe aanhangers van de familie. Dit leidde tot het bankroet van een aantal handelaren en een groeiend verzet tegen de Medici. Ook werd er een samenzwering tegen hem beraamd, die echter werd verijdeld. Hierna kwam hij in rustiger vaarwater, en hoewel hij aan de staatszaken weinig bijdroeg, wist hij deze financieel in goede banen te houden. Door zijn goedaardigheid wist hij de gunst van het volk te winnen. Piero was evenals zijn vader een bewonderaar van de kunsten en steunde vele kunstenaars, waaronder Sandro Botticelli. Naast de kunst van de Renaissance ging zijn belangstelling ging ook uit naar de Hollandse en Vlaamse meesters. Hij bouwde de beroemde Medici Bibliotheek verder uit met zeldzame boeken. Piero stierf in 1469 aan zijn jicht en een longziekte en werd begraven in de Basilica San Lorenzo in Florence.Hij werd opgevolgd door zijn zoons Lorenzo en Giuliano. |
Gemaakt: 30-05-05 |