5552 |
Lebuinuskerk en Mariakerk (Deventer) |
![]() |
In 895 vestigde bisschop ![]() ![]() |
![]() |
Links: Lebuinuskerk vanuit het zuidwesten in de periode van 1100 tot 1331. Links de Mariakerk, die in 937 werd gebouwd door Bisschop Balderik van Utrecht. Thans bevindt zich op deze plaats een ruïne van de kerk die na de stadsbrand van 1334 hier werd gebouwd. Deze werd toen veel hoger en uitgebreid met een veel ruimere zuidelijke zijbeuk en doorgetrokken tot de westgevel van de Lebuïnus Basiliek. |
Na 1600 werden in de Mariakerk geen diensten meer gehouden. Rechts de oorspronkelijke Romaanse Lebuinus Basiliek waarmee rond 1020 werd begonnen door Bisschop Bernulphus van Utrecht. Na 1450 werden de twee torens afgebroken met de intentie twee nieuwe torens te bouwen. Slechts één daarvan werd gerealiseerd. De basiliek werd getransformeerd in een gotische hallenkerk en voorzien van een kooromgang. Tussen de hierboven genoemde kerken is op de achtergrond de westgevel van de Bisschoppelijke Palts, die rond 1600 werd gesloopt, te zien. |
Vermoedelijk is de Mariakerk ontstaan aan het eind van de dertiende, begin veertiende eeuw. Het was een parochiekerk Zij was dus bestemd voor de burgerij en werd beheerd door de Magistraat (bestuur) van de stad. De Lebuinuskerk, er direct naast, was in eerste instantie een kapittelkerk. Zij was voornamelijk toegankelijk was voor de kanunniken van het kapittel en de bisschop. De Mariakerk was dus een zelfstandige kerk naast de Lebuinuskerk Voor zover bekend is nergens in Nederland een zelfde vergelijkbare verstrengeling van twee kerken te vinden als hier het geval is. | ![]() |
Het onvoltooide westwerk van de Lebuinuskerk bevindt zich gedeeltelijk in de zuiderzijbeuk van de Mariakerk. De machtsstrijd tussen de kerkelijke macht (vertegenwoordigd door de Lebuinuskerk) en de wereldlijke macht (vertegenwoordigd door de Mariakerk) is hier tot op de laatste centimeter uitgevochten. Waarom heeft men de Mariakerk juist op deze merkwaardige plaats zo dicht op de Lebuinuskerk gebouwd? Misschien had het te maken met de stroom van de rivier de IJssel en was dit het laatste stukje hoge droge grond dat beschikbaar was. Ook is het mogelijk dat de kerk oorspronkelijk bedoeld was als een soort kapel bij de Lebuinuskerk en dat zij pas later tot zelfstandige kerk is uitgegroeid. Of staat misschien de Mariakerk op de plaats van de alleroudste kerkjes van Lebuinus en is wat er nu te zien valt een vervanging van de vroegere Lebuinuskerk? Onder de huidige Lebuinuskerk is nooit een oudere kerk dan de Romaanse gevonden en onder de Mariakerk is nog nooit een opgraving gedaan. Dit laatste zou betekenen dat in oorsprong de Mariakerk zelfs ouder is dan de Lebuinuskerk! Het blijven helaas vragen.Wat we nu aantreffen van de Mariakerk is feitelijk niet meer dan een ruïne. We komen binnen door een poort met open slaande houten deuren vanaf de straat van de Nieuwe markt naar het Grote Kerkhof. We bevinden ons dan in het dakloze schip van de kerk dat zich nu aan ons presenteert als de begroeide binnenplaats. Rechts hiervan (grenzend aan het Grote Kerkhof) bevindt zich het enige nog overdekte gedeelte: de zuiderzijbeuk (met de later daarin aangebrachte verdiepingsvloer, zoldervloer en trappen). Aan de linkerzijde zijn op de plaats waar zich voeger de noorderzijbeuk bevond huizen tegen het schip aangebouwd. De kerk werd aanvankelijk gebouwd in de vorm van een basiliek: een hoog schip met twee smalle lage aangekapte zijbeuken. Het schip had waarschijnlijk de huidige hoogte van de muren (14 m) met direct daarop de kap. De eerste twee traveeën hebben een afwijkende vorm en maat. Het is mogelijk, dat er sprake was van een soort westtransept. Ook de laatste traveeën zijn anders, maar dat had te maken met de nabijheid van het Bisschopshof en met de plaats van het (verhoogde) koor in de Mariakerk. In eerste instantie stond de Mariakerk los van de Lebuinuskerk (zeker de zijbeuk) en is zij hier later (begin zestiende eeuw) pas tegenaan gegroeid. In het begin van de vijftiende eeuw (tussen 1400 en 1458) is er flink verbouwd aan de Mariakerk. Vermoedelijk werd toen het schip verhoogd. In diezelfde tijd (1454-1459) wordt ook de Lebuinuskerk van een gotische zuidgevel voorzien en wordt zij een gotische hallenkerk (d.w.z. dat het schip en de beide zijbeuken allemaal even hoog zijn). Misschien had men dezelfde plannen voor de Mariakerk? Ondertussen werd de Lebuinuskerk grondig gewijzigd. Aan de westzijde (waar de Mariakerk staat) begon men in 1459 met de bouw van een nieuwe zuidertoren. Dit duurde tot 1470; toen werd de toren nog versterkt met een steunbeer. In 1486 begint men vervolgens met de bouw van een noordertoren. De twee zuidelijke pijlers daarvan zijn nog te zien in het interieur van de zuiderzijbeuk van de Mariakerk. Verder dan deze aanzet tot de tweede toren is men nooit gekomen. In 1500 besluit men om geen tweede toren meer te bouwen. Het kapittel wilde twee torens als machtssymbool tegenover de enkele toren van Utrecht. Maar een dubbeltorenfront is dan al lang "uit de mode" en de stad (magistraat) die de kerkmeesters en het organisatorische voor alle verbouwingen levert heeft helemaal geen behoefte meer aan twee torens. Liever één hogere als statussymbool voor Deventer (en voor talloze wereldlijke functies) dan twee kleinere. De Maria- en de Lebuinuskerk stonden toen nog niet tegen elkaar aan. Pas toen men besloot om geen tweede toren te bouwen heeft men de zuiderzijbeuk van de Mariakerk verbreed en doorgetrokken tot aan de Lebuinuskerk. (1511-1516). Nu kwamen de zuiderzijbeuk van de Mariakerk en de noorderzijbeuk van de Lebuinuskerk in elkaars verlengde te liggen. Er ontstond toen ook een doorgang van de ene kerk naar de andere die ondermeer gebruikt werd tijdens processies. In 1993 is deze doorgang, na eeuwen dichtgemetseld te zijn geweest, weer opnieuw in gebruik genomen. De huidige kap op de zijbeuk dateert van omstreeks 1520. In eerste instantie was dit echter een volledig zadeldak met een topgevel naar de straat. Pas in de zestiende eeuw verdween de topgevel en is er een schild aan de westzijde op gemaakt. Waarschijnlijk had men aanvankelijk plannen om van de Mariakerk ook een hallenkerk te maken, net als de Lebuinus kerk. Een brok metselwerk, dat boven de zuidgevel van de Mariakerk uitsteekt op de overgang van de zijbeuk van de Mariakerk naar het westwerk van de Lebuinuskerk getuigt nog van deze plannen. Maar zover is het nooit gekomen, het schip bleef veel hoger dan de zijbeuk. De verbrede zijbeuk van de Mariakerk kreeg een zeer fraaie gotische zuidgevel, sterk gelijkend op die van de Lebuinus. Men wilde van deze wand van het Grote Kerkhof een "Schauseite" maken. Op dit moment zijn de traceringen in de ramen van de Maria kerk (nog de oorspronkelijke!) zelfs ouder dan die van de Lebuinuskerk, aangezien de laatste bij de restauratie (1958) geheel vernieuwd zijn. Ook kreeg de zijbeuk gewelven. De sporen van de aanzetten van de gewelven op de muren zijn nog goed te zien op de verdieping van de zijbeuk van de Mariakerk. De zijbeuk had twee uitgangen. Eén naar de westzijde: deze is nog steeds zichtbaar in het kleine pandje dat aan de straat zijde tegen de kerk is aangebouwd en dat volgens het gotische opschrift dateert uit 1519. Ook was er een uitgang in de zuidgevel naar het Grote Kerkhof. Deze is op dit moment alleen nog zichtbaar in het interieur van de zijbeuk: onder het verhoogde raam dat zich in de zuidgevel bevindt treft men nog sporen aan in het pleister werk van een doorgang. Tegen de zuidgevel aan het Grote Kerkhof werden in de eerste helft van de zestiende eeuw de kleine huisjes gebouwd die er nu nog te zien zijn: de Heilige Maegdenhuisjes. Hier woonden bejaarde vrijsters of weduwen die zorgden voor de versiering (en de stoofjes) van de kerk. In 1235 en 1334 werd de kerk verwoest door brand. Op de fundamenten van de 11e eeuwse romaanse basiliek werd tussen 1450 en 1525 de huidige gotische hallenkerk gebouwd. Binnen in deze kerk zijn nog belangrijke delen van de romaanse basiliek te zien. Gemaakt 13-01-04 |