4863 Japan (900 -1318) 
Japan - De eerste keizerlijke dynastieën (3) (707 - 900); Oost-Azië (200 v. Chr. - 1500)

Heian-periode (794 - 1185)

In de Heian-periode kwamen de keizer en de machtige hoffamilies in Nara steeds meer onder druk te staan van boeddhistische priesters. Keizer Kammu (737 - 806) had daarom besloten de residentie te verleggen, naar de stad Heiankyo, het huidige Kioto. Daar ontwikkelde zich een zeer verfijnde hofcultuur, waarin de kunsten, in het bijzonder de literatuur, een hoogtepunt beleefden. Tegelijkertijd lieten de keizer en zijn hofhouding de daadwerkelijke politiek meest aan lagere ambtenaren over, waardoor langzamerhand steeds meer macht bij de provinciale gouverneurs kwam te liggen.

In 1072 trok keizer Go-Sanjo zich terug in een boeddhistisch klooster. Van achter de schermen bleef hij echter invloed uitoefenen op de nieuwe keizer. Op deze manier slaagde hij er in de macht van de Fujiwara-familie te breken en na hem werd dit een vaste wijze van regeren, waarbij een formeel afgetreden keizer de daadwerkelijke macht had. Dit betekende inderdaad het einde van de macht van de Fujiwara, maar de macht van de families uit de provincies groeide, en de hofhouding van de voormalige keizer was soms verscheurd door interne politieke spelletjes.

Tussen de 9e en het midden van de 12e eeuw was de Fujiwara-clan er via allerlei slinkse manoeuvres in geslaagd belangrijke posten aan het hof in te nemen . Hun macht ontleenden zij verder aan het gebruik van schenkingen van sho-en (grondbezit, dat door de keizer aan boeddhistische kloosters, prinsen en hoge ambtenaren als beloning voor verdiensten gegeven werd). Deze sho-en bleven in naam eigendom van de keizer maar waren belastingvrij en stonden onder jurisdictie van de provinciale stadhouders. Zij namen in de loop van de tijd gestadig in aantal toe en in de 11e eeuw bestond de helft van het land uit sho-en. Sommige grootgrondbezitters matigden zich het recht zelf hun gebieden tot sho-en te verklaren. De Fujiwara werden steeds sterker en machtiger maar ook de landadel ontwikkelde zich steeds meer doordat de Fujiwara zich voornamelijk bezig hielden met de politiek in de hoofdstad. Toen rond het midden van de 11de eeuw de keizer zich aan de macht van de Fujiwara's probeerde te onttrekken. verbonden de Fujiwara's zich met de Bushi of krijgerbendes, de voorlopers van de latere samurai. De keizer had zijn macht nu grotendeels verloren. De Masakado opstand in 903 luidde het begin in van de opkomst van de Bushi-klasse.

Taira-no-Masakado, een Bushi leider uit het Kanto district, weigerde belastingen te betalen aan de dynastie en riep zichzelf uit tot koning van Kanto en verjoeg de regeringsambtenaren. Hij kon het enkele maanden volhouden als onafhankelijk koninkrijk, totdat de keizer een aanval deed op Masakado en deze het onderspit moest delven. 

Twee families, de Taira en de Minamoto, streden om de macht en in 1160 kwamen na een burgeroorlog de Taira als overwinnaars uit de strijd. Veel leden van de Minamoto-familie werden vermoord. 

Hoewel de Fujiwara formeel hun hoge post behielden, waren het de Taira die, via beïnvloeding van de keizer, nu de daadwerkelijke macht hadden. De Minamoto waren echter wel verslagen maar nog niet vernietigd, en in een verbond met de voormalige keizer Go-Shirakawa begonnen ze in 1180 een nieuwe oorlog tegen de Taira (de Taira-Minamoto Oorlog). De Taira-clan die na de dood van Kiyomori  in 1181 zijn grote leider kwijt was geraakt, en de jonge keizer Antoku (kleinzoon van Kiyomori) namen de vlucht. In 1183 veroverde het leger van de Minamo de stad Kyoto. In 1184 volgde een grote overwinning in de slag bij Ichinotani en het volgende jaar werden de Taira verslagen in de zeeslag bij Dannoura (Dan-No-Ura ). Vele Taira-strijders sprongen in zee om door verdrinking zelfmoord te plegen. Bij deze slag stierf kind keizer Antoku met hem vergingen de drie keizerlijke juwelen. 

Minamoto Yoritomo (1147 - 1199) shogun

Minamoto Yoritomo, de leider van de Minamoto werd nu de feitelijke heerser. Hij liet vervolgens niet alleen de volledige Taira-familie, tot baby's aan toe, vermoorden. In een periode van 5 jaar veroverde Yorimoto heel oostelijk Japan (Honshu). 

Yoritimo kreeg van de keizer de eretitel Sei-i-tai-shogun (afgekort: shogun) en deze titel voor het leven werd erfelijk voor de militaire leiders van Japan. Tot 1868 waren de shoguns de feitelijke machthebbers; de keizers waren alleen in naam hoofd van de staat. Typerend was dan ook dat de keizer in Tokio bleef wonen en dat Yoritomo, Kamakura tot hoofdstad maakte. 
De door hem begonnen periode in de Japanse geschiedenis heet dan ook de Kamakura- of Minamotoperiode (1192 - 1333). Met het jaar 1192 laat men ook een nieuwe periode in de Japanse geschiedenis beginnen: de Chusei of middentijd (1192 - 1600)

Yoritomo heerste op een feodale manier en schrok er zelfs niet voor terug om eigen familieleden die hem in de weg zaten, te verwijderen ofwel uit de weg ruimen. Yoshinaka werd in zijn opdracht gedood, Yoshitsune werd gedwongen zelfmoord te plegen. Toch was de macht van Yoritomo beperkt: de werkelijke politieke macht was in handen van de regenten, veelal leden van de Hojo familie. Door de installatie van de bakufu (militaire regering) werd e macht van de keizer sterk beknot. De soldatenklasse (bushi) verkregen een grotere sociale status en stonden economisch sterker wegens de hun toebedeelde rechten op de rijstwinning. Het feodale systeem kwam in opmars.

In 1199 viel Yoritomo van zijn paard en overleed, waarna in 1205 de machtige Hojo-familie, waar zijn vrouw toe behoorde, de macht overnam. Na Yoritomo's dood werden zijn zoons Yoriie en Sanetomo shogun, maar de werkelijke macht lag in handen van de Hojo Tokimasa, Yoritomo's schoonvader. Na de dood van Sanetomo stierf Yoritomo's lijn van de Minamotofamilie uit en het was de Hojo-familie die, nominaal als regenten voor diverse shoguns, de feitelijke macht in Japan in handen kreeg.

In 1219 stierf de laatste shogun van de Minamoto-familie. Sindsdien werden keizerlijke prinsen en leden van de Fujiwara-familie tot shogun benoemd, maar de Hojo bleven het regentschap uitoefenen. Gedurende deze periode werd het boeddhisme steeds populairder, met name de introductie van het zenboeddhisme onder de samoerai. 

In 1259 bereikten de Mongolen onder leiding van Koeblai Khan Japan. Hij stuurde afgezanten om de Japanners tot overgave te bewegen. Deze afgezanten werden echter verdreven waarna de Mongolen als antwoord 1274 en 1281 een invasiemacht naar Japan stuurden om hun eisen kracht bij te zetten. Tokimune van de Hojo-familie wist beide invallen echter af te slaan en werd beide keren geholpen door tyfoons die de Mongoolse vloot vernietigden. Deze tyfoons werden kamikazes (= goddelijke winden) genoemd. De schatkist was echter leeg en de macht van de samoerai-klasse werd steeds groter. 

Uit onderzoek van de in 1981 gevonden restanten van de vloot uit 1281 blijkt echter dat de schepen slordig en haastig waren gebouwd, en dat er slecht hout was gebruikt, soms zelfs tweedehands hout. De schepen werden bovendien gemaakt in het "ingenomen" China. Door het onhaalbare aantal schepen die in een hele korte tijd gemaakt moesten worden, hebben ze veel rivierschepen gebruikt zonder een diepe zeeboeg. Waardoor ze erg kwetsbaar waren in de storm.

  Japan (1318 - 1500)

Gemaakt: 13-10-05; laatst bijgewerkt: 03-01-08

colofon