2412

Kennemerland (939 - 988) - Dirk ll

Kennemerland (898 - 939)

Omdat Dirk ll na de dood van zijn vader, Dirk l bis,  in 939 toen nog maar ongeveer 8 jaar oud was, werd hij onder de bescherming van zijn aanstaande schoonouders, Arnulf l en Adela van Vermendois, waarschijnlijk in de St. Pietersabdij in Gent, opgevoed.

Dirk moet ergens tussen 941 en 949 meerderjarig zijn geworden. zijn (15 jaar). Als één der eerste zaken regelde hij de bouw van een stenen klooster te Egmond. Dit diende ter vervanging van het houten klooster dat daar door zijn vader voor nonnen was gebouwd. 

Dit was voor die tijd geen geringe opgave. Voor deze vernieuwing waren verschillende redenen. Allereerst was het houten klooster erg kwetsbaar gebleken: het was enige malen door brand beschadigd, waarbij het skelet van de heilige Adelbert was verbrand.  Maar bovenal zal graaf Dirk ll zich hebben laten inspireren door de rijke cultuur van het zuiden, waarmee hij in zijn jeugd tijdens zijn verblijf aan het Vlaamse hof in aanraking was gekomen en door de kloosterhervoming in de St. Pietersabdij in Gent. Uit deze abdij kwamen de eerste monniken om het klooster te bevolken. Vermoedelijk was de bouw van de abdijkerk te Egmond omstreeks 950 voltooid. 

Toen Dirks verloofde Hildegard de leeftijd van 12 jaar had bereikt (omstreeks 950) trad hij met haar in het huwelijk. Uit dit huwelijk werden in ieder geval drie kinderen geboren: Arnulf, die hem later als graaf opvolgde, Egbert, die later aartsbisschop werd van Troer en en dochter Erlindis. Daar Hildegard afstamde van Judith, de dochter van Karel de Kale, stamden ook haar kinderen en hun nakomelingen, de graven van Holland, af van de Karolingen.

Het grafelijk paar stond in aanzien, zowel in het Westfrankische rijk, als in het Duitse rijk. In Vlaanderen had Dirk ll niet alleen veel goederen, maar ook grote invloed. Na de dood van zijn schoonvader trad hij enige tijd op als voogd voor zijn minderjarige opvolger Arnulf ll van Vlaanderen. 
De invloed van graaf Dirk ll in Vlaanderen blijkt ook uit de vele oorkonden waarin hij als voornaamste onder de lekengetuigen optreedt. Van 965 tot 988 bezette Dirk ll het graafschap Gent, waardoor hij naast leenman van Otto l (936-973) ook leenman werd van de Franse koning Lotharius (936-986). Dirks zoon Egbert kreeg zijn opleiding bij de broer van de Duitse keizer, Bruno van Keulen.  In 976 werd werd Egbert kanselier van de Duitse keizer (Otto ll) en in 977 werd hij nog zeer jong aartsbisschop van Trier. 

Toen Otto ll (973-983) met Lotharius brak, koos Dirk ll voor de Duitse keizer. Zijn zoon en opvolger Arnulf stuurde hij in 981 met 12 ruiters mee met de Duitse keizer op diens tocht naar Italië. Toen Otto ll in 983 overleed, ontbrandde er een troonstrijd. Aanvankelijk koos Dirk de hertog van Beieren tegen diens jongere neef Otto, maar toen die zich in 985 ten gunste van deze Otto terugtrok, erkende Dirk ll deze Otto lll toch. Als dank ontving Dirk goederen en inkomsten in het Maasland (tussen Lier en IJssel), in Kennemerland en op Texel.

rechts: Graaf Dirk ll en gravin Hildegard van Vlaanderen schenken een evangeliarum aan de abdij van Egmond (miniatuur uit het Egmondse evangeliarum, ca. 975; Koninklijke Bibliotheek in Den Haag)

Dirk ll overleed in 988, ongeveer 58 jaar oud. Hij werd in de door hem gestichte abdijkerk van Egmond bij zijn vrouw begraven: onder één steen, aldus de Egmondse overlevering. 

Dirk ll werd opgevolgd door zijn één na oudste zoon Arnulf, daar zijn oudste zoon Dirk voor 975 was overleden.

Kennemerland (988 - 993)

laatst gewijzigd: 25-03-05