3798

                                             Privé-huizen in

De privé-huizen in Babylon hadden platte daken en waren gebouwd rond één of meer binnenpleinen. Omdat de bewoners gesteld waren op privacy en koelte, waren er geen ramen aan de zijkant, maar enkel een deur. Aan die deur hield een een betrouwbare slaaf de wacht. Hij liet de bezoekers binnen en nam de leveringen van olie, gerst of andere waren in ontvangst, waarna hij ze naar de voorraadkamer bracht.

Van de straat kunnen we niet rechtstreeks op de binnenplaats komen. We moeten een hoek omslaan om het centrale gedeelte van het huis te bereiken. Hier spelen de kinderen, terwijl de slavinnen het graan klaarmaken voor de knappende gerstebroodjes. In de keuken, rechts van de binnenplaats, bevindt zich een haard die uit twee bakstenen verhogingen bestaat met daartussen een ruimte voor een houtskoolvuur en erboven een smalle spleet voor potten en pannen. Er zijn ook grote waterkruiken die de slaven aan de oever gaan vullen, voorraadkruiken voor bier, wijn, graan en olie en talrijke schalen en kommen in aardewerk. De slaven (twee of drie voor een gemiddeld huishouden) slapen aan deze kant van de binnenplaats.

De woonkamer is bemeubeld met een tafel, verscheidene houten bankjes met een zitting van gevochten biezen en wollen kleden. Als ze het zich kunnen veroorloven, nemen de Babyloniërs het er graag van: ze gebruiken 's morgens een stevig ontbijt, 's middags een lichte maaltijd gevolgd door een dutje, 's avonds de hoofdmaaltijd en voor het slapen gaan nog een hapje. De maaltijden bestaan hoofdzakelijk uit groenten, fruit en een soort van dunne gerstepap. Vlees (os, schaap en geit) is meer voor de welgestelden. Af en toe verwennen de rijken zich ook wel eens met een eend of een hartversterkend duifje, gestoofd met groenten. De Eufraat zit bovendien vol met vis en hoewel de in de modder wroetende varkensalgemeen verafschuwd worden, wordt in de armere gezinnen toch dikwijls varkensvlees op tafel gebracht.

In één van de vertrekken staat een altaar voor de huisgoden en daaronder is met baksteen een schacht gebouwd waarin de doden worden bijgezet. Op die manier blijft de familie-eenheid behouden. In de badkamer helt de bakstenen vloer af naar het midden, zodat het water dat door de slaaf over een zittende meester wordt uitgegoten, in een put en via verticale aarden pijpen naar de straat loopt Dit dient ook als riolering voor het privaat en de keuken.

Sommige huizen zijn volledig gelijkvloers, maar andere hebben een trap die naar een bovenverdieping leidt. Rond een balkon zien we hier verscheidene slaapkamers die eenvoudig gemeubeld zijn met sofa-achtige bedden, een bank of twee kisten van terracotta of hout om de kleren in op te bergen. In heel het huis zijn de zolderingen en de muren gewit, want de Babyloniërs geloven dat het gebruik van felle kleuren binnenshuis ongeluk brengt. De vloer is meestal van baksteen en is soms waterdicht gemaakt met een laag bitumen. Het dak bestaat uit palmhouten balken waarop rieten matten liggen die worden bedekt met een dikke laag leem.

laatst bijgewerkt: 06-02-03

colofon