3797

                   De Hangende Tuinen van

In de noordoostelijke hoek van het terrein van het Koninklijke Paleis, stond een hoog merkwaardig gebouw. Het was gebouwd op een enorm sterk voetstuk van booggewelven die een reeks van terrassen vormden die 23 meter hoog reikten. Dit grote gebouw, haast volledig met bakstenen opgetrokken, had een bekleding van gehouwen steen, een materiaal dat in Babylonië zo kostbaar was, dat het elders in de stad nauwelijks voorkwam. De terrassen waren met bitumen en lood waterdicht gemaakt en tenslotte bedekt met lagen aarde, diep genoeg om er vele vrij grote bomen in te kunnen planten. 

Naast bomen groeiden er op de terrassen ook exotische heesters, varens en klimmende planten. In het bloeiseizoen vormde dit alles zo'n prachtig schouwspel van bloemen en bloesems, dat het bouwwerk bekend werd als de Hangende Tuinen van Babylon.

Koning Nebuchadnezzar (605 - 561) zou dit schitterende bouwwerk hebben laten bouwen voor één van zijn vrouwen. Zij was een Medische prinses, die in deze vlakke woestijn heimwee had naar de bergen en kleuren van haar geboortestreek. Aan weerszijden van de trap die naar het bovenste terras leidde, stond een reusachtig van een gevleugelde leeuw met het hoofd van een gebaarde man en met hoornen om te laten zien dat hij een god was. De gewoonte om de ingang van een tempel of een paleis te laten bewaken door grote dierenbeelden, was in Soemerië al heel oud. Deze leeuwen en stieren met menselijke hoofden werden door de Assyriërs ingevoerd om kwade geesten weg te houden.

Voor de Hangende Tuinen was veel water nodig en dit werd gehaald uit de Eufraat. Met behulp van een irrigatietoestel, een schroef of een eindeloze ketting met emmers, die in beweging werd gehouden door slaven, werd het water naar een reservoir gebracht. 

Laatst bijgewerkt: 06-02-03

colofon