381 Oviraptorosauria
Theropoda Ceratosauria (met o.m. Coelophysis) Tetanurae Coelurosauria Maniraptoraformes - Maniraptora Oviraptorosauria
De Oviraptorosauria waren een groep van dinosauriërs die leefde in het Krijt van Azië en Noord-Amerika. De leden van deze groep waren in het bezit van veren en een hoornige bek. De Oviraptorosauria worden door Gregory S. Paul beschouwd als mogelijke primitieve niet-vliegende vogels, maar dat is zeer omstreden; zeker is in ieder geval dat de Oviraptorosauria als Maniraptora nauw verwant zijn aan de vogels; mogelijk stammen ze af van een vliegende of zwevende voorouder die geen vogel is. 

De indeling rechts van Oviraptorosauria (Wikipedia april 2008)) is nog zeer onzeker; nieuwe vondsten volgen elkaar snel op en leiden steeds tot nieuwe inzichten. 

De Caudipteryx (Fam. Caudipterygidae) had een reeks veren aan zijn staart en armen. 

De Oviraptoridae kwamen alleen voor in het Late Krijt van Mongolië en werden gekenmerkt door een korte schedel met een papagaai-achtige tandloze bek, de handen waren uitgerust met drie grijpvingers die waren voorzien van klauwen.

 

De Oviraptor was een middelgrote Coelurosaurus. Zijn lichaam was verder niet erg bijzonder, behalve zijn kop. Daarop stond een kam. Er was ook nog verschil in de kammen. De één had een heel hoge kam, en een ander juist een klein bobbeltje. Ook had hij een vreemde bek. Die is speciaal gemaakt om eieren te eten. Met zijn hoornige punt brak hij de schaal en slurpte hem leeg. Het kon zijn dat hij veren had, maar dat is niet zeker. Zijn nauwe verwanten hadden ze ook. De Oviraptor at eieren. Hij sloop naar nesten van dino's toe en roofde een paar eieren. Die brak hij met de hoornige punt van zijn snavel. Daarna slurpte hij het ei leeg. De Oviraptor leefde in het Laat-Krijt (80 tot 73 miljoen jaar geleden). Hij was 1,5 tot 2,5 meter lang, 1,5 meter hoog en woog 25 tot 35 kilo.
Oviraptor philoceratops is een uitgestorven Theropode dinosauriër uit de groep van de Maniraptora en meer bepaald tot de Oviraptorosauria die leefde tijdens het Krijt, ongeveer 75 miljoen jaar geleden, in het huidige Mongolië.

De soort, ontdekt tijdens de beroemde expeditie van Roy Chapman Andrews, is in 1924 beschreven door Henry Fairfield Osborn.

Ze werden ongeveer twee meter hoog, 2,5 meter lang en ze hadden een rechtopstaand lichaam met zeer grote achterpoten en een korte dikke staart. De korte schedel is uiterst bizar: echte tanden ontbreken, er zijn uitsteeksels in het verhemelte die kennelijk werden gebruikt om iets te kraken, de sterk gekromde kaken zijn stevig en droegen een hoornsnavel en er was een enorme kam op de kop. De vogelachtige indruk die dit maakt, wordt nog versterkt door een verenkleed, een waaier van veren aan de staart en het feit dat de armen zo lang waren dat het wel vleugels leken.

Vroeger werd gedacht dat oviraptores de eieren van Protoceratops aten, omdat het eerste skelet op een nest vermeende protoceratopseieren gevonden werd, vandaar de naamgeving: ovis (= ei) en raptor (= rover); philoceratops betekent: "houdt van ceratopiërs". In 1994 werd door onderzoek van een gefossiliseerd embryo ontdekt dat de eieren in werkelijkheid van Oviraptor zelf waren en dat de fossielen van broedende moeders waren die hun nest tijdens zandstorm niet in de steek hadden gelaten en zo levend werden bedolven.

Wat Oviraptor nu in werkelijkheid at, is een volslagen raadsel. Vanwege de aanpassingen van de schedel blijft men denken aan zaden, eieren of zelfs schelpdieren. Vaak houdt men het er gemakshalve maar op dat ze omnivoor geweest zijn en zowel aas, plantendelen, kleine dieren als insecten en eieren roofden van op de bodem broedende dieren.

Bron: Oviraptor - Wikipedia

Opvallend is dat de Nomingia, een Theropode die behoort tot de Oviraptorosauria), een pygostyle staart (een staart waarbij de laatste staartwervels aan elkaar vergroeid zijn) had, iets wat eigenlijk alleen bij vogels voorkomt. Hierdoor nemen de geleerden aan dat Nomingia veren heeft gehad en een staart met veren ongeveer zoals bij Caudipteryx. Het is een neit-vliegende dinosaurus was, wat zoveel wil zeggen dat het geen vogel was en dus ook niet heeft kunnen vliegen. Als Nomingia veren heeft gehad dan zal hij ze gebruikt hebben voor warmte, en/of voor 'sexual display', dus om op te vallen bij vrouwtjes en intimideren van andere mannetjes. Nomingia had lange benen, en zal dus een goede renner zijn geweest. Zijn scheenbeen was bijvoorbeeld langer dan zijn staart! Verder bezat hij een zogenaamde tibiotarsus, dit is een scheenbeen die is vergroeid met de enkelbeenderen, ook een vogelkenmerk. Nomingia leefde ongeveer 83.5 mjg in de Krijtperiode. Er is geen geheel skelet gevonden en de schedel ontbreekt jammergenoeg. De meeste wervels zijn gevonden, de heupbeenderen met zitbeen en schaambeen, enkele ribben en gastralia (buikribben), en de dijbenen en scheenbeen en kuitbeenderen. Zijn lengte wordt geschat op 1.80 to 2.00 meter.

Bron: Nomingia

Gemaakt: 11-11-06

colofon