467 |
Hadrocodium |
![]() |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Een belangrijke stap in de evolutionaire overgang van reptiel naar zoogdier was de ontwikkeling van los van de onderkaak liggende gehoorbeentjes. Deze werden in 2001 ontdekt bij een al in 1985 in China (provincie Yunnan) gevonden schedeltje, dat Hadrocodium werd gedoopt. De onderzoekers vermoeden dat de veranderingen in de onderkaak en de ontwikkeling van de gehoorbeentjes verband houden met een vergroting van de schedelinhoud. Hadrocodium had opvallend grote hersenen, waarbij met name reukcentra goed ontwikkeld. | ![]() |
![]() |
Uit zijn kleine omvang en gespecialiseerde gebit leiden de onderzoekers af dat het een insecteneter was, net als de vroegst bekende echte zoogieren. Maar of Hadrocodium aan de wieg heeft gestaan van de zoogdieren, zoals wij die nu kennen, of dat het een verwante, later uitgestorven zijlijn betrof, kunnen de onderzoekers op basis van het fossiel niet uitmaken.
Het diertje wordt door sommigen ingedeeld bij de Morganucodontidae. Anderen creëerden voor deze soort een speciale onderklasse Pantotheria. |
(Opgelet: deze artikelen werden voor 2002 geschreven en zijn dus mogelijk gedateerd) Piepklein fossiel herschrijft evolutie zoogdieren Zoogdieren bestonden 45 miljoen jaar vroeger dan gedacht - 28-05-2001 Het was 12 millimeter lang, woog ongeveer 2 gram en leefde 195 miljoen jaar geleden, maar desondanks gaat het om een grote vondst. Na de fossiele schedel van de voorheen onbekende diersoort te hebben onderzocht, komen wetenschappers tot de conclusie dat zoogdieren zich miljoenen jaren eerder ontwikkelden dan tot nu werd aangenomen. Wat onderscheidt zoogdieren? Zoogdieren lijken makkelijk genoeg te herkennen: ze zijn over het algemeen behaard, warmbloedig en baren jongen die worden grootgebracht met een witte afscheiding van de mammae; melk dus. Voor paleontologen liggen de zaken wat moeilijker, want deze criteria laten weinig sporen na in het fossielenbestand. Bovendien is niet precies duidelijk waar reptielen precies ophouden en zoogdieren beginnen: dat zich tussen beide een klasse dieren bevindt die met de term ‘zoogdierachtige reptielen’ werd bedacht, is een stille getuige van de manier waarop de soorten geëvolueerd zijn, maar maakt meteen ook duidelijk dat het niet altijd even eenvoudig is een strikte scheiding tussen de klassen aan te brengen. Gelukkig bestaat er een consensus over andere criteria, waaraan fossielen getoetst kunnen worden om na te gaan of men met de overblijfselen van een zoogdier te maken heeft. Voor wie zich met de soorten die miljoenen jaren geleden de aarde bevolkten bezighoudt, zijn vooral de tanden, de kaakbenen, de gehoorbeentjes en de schedel van belang. Zoogdieren ontwikkelden een uniek gebit, dat slechts één keer wordt vervangen door een nieuw stel tanden, en waarbij de vorm van de tand (snij- en hoektanden en kiezen) afhankelijk is van de plaats in het gebit. De manier waarop de kaak- en gehoorbeentjes zijn gestructureerd vormen een tweede belangrijke manier om het onderscheid te maken tussen zoog- en andere dieren. Zoogdieren hebben een onderkaak die bestaat uit één bot, terwijl de kaken van reptielen uit verschillende botten bestaan. De beenderen die bij de zoogdieren het middenoor vormen, zitten bij reptielen nog aan de kaak en schedel vast. Omdat de gehoorbeentjes een aparte structuur zijn gaan vormen, is de zoogdierkaak met een enkelvoudig scharnier aan de schedel bevestigd, wat een groter bijtvermogen oplevert. De ‘zoogdierachtige reptielen’ - de cynodonten - hebben ook al wel het kaakscharnier, maar de gehoorbeentjes hebben zich bij hen nog niet afgescheiden, en ze worden dan ook niet als zoogdieren beschouwd. Verre neef of rechtstreekse voorvader Wetenschappers hebben wel enig zicht op de manier waarop zoogdieren zijn ontstaan. 280 miljoen jaar geleden scheidden de zoogdierachtige reptielen zich af van de groep van dieren die later als dinosaurussen bekend zou worden. Ongeveer 80 miljoen jaar later ontstond binnen de zoogdierachtige reptielen een nieuwe diergroep, die zou uitgroeien tot de klasse van zoogdieren. Maar omdat deze laatsten zo lang in de schaduw van de dinosaurussen moesten leven, groeiden de doorgaans kleine diertjes pas 65 miljoen jaar geleden uit tot de zeer diverse groep zoogdieren die we nu kennen. Over die beginperiode is weinig bekend, en de eerste tientallen miljoenen jaren dat zoogdieren bestonden zijn nog grotendeels onverkend terrein voor paleontologen. In het jongste nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Science stelt een wetenschappelijk team, dat onder leiding stond van het Carnegie Museum of Natural History, een analyse voor van een fossiel dat al in 1985 werd opgegraven. In het onderzoek, dat blijkbaar nogal wat tijd in beslag nam en waarbij het fossiel met geavanceerde technieken werd onderzocht, werden 90 kenmerken van het fossiele skelet beschreven. Daaruit blijkt dat de karakteristieke kenmerken van zoogdieren zich heel wat vroeger hebben ontwikkeld dan eerder werd vermoed. Het fossiel bleek van een voorheen onbekende diersoort te zijn, en is bovendien één van de kleinste zoogdieren die ooit werden ontdekt. Het diertje was nauwelijks groter dan een paperclip en woog amper 2 gram, maar het had - in verhouding - wel erg grote hersenen. Daarom kreeg het de naam Hadrocodium wui mee, Grieks voor ‘groot en vol hoofd’. Het werd ontdekt in het fossielrijke Lufeng Bassin in zuidwestelijk China. Opvallend is vooral dat Hadrocodium de typische zoogdierkaak en -middenoor bezat, een kenmerk dat eerder enkel in fossielen met een leeftijd van maximaal 150 miljoen jaar werd teruggevonden. Het Hadrocodiumfossiel werd echter op 195 miljoen jaar geschat, wat betekent dat deze belangrijke wijzigingen in het skelet van zoogdieren toen al voltooid waren - lang voordat één van de zoogdieren die nu nog leven verscheen en 45 miljoen jaar eerder dan totnogtoe werd aangenomen. De groei van de hersenen lijkt daarbij samen te hangen met het feit dat de gehoorsbeentjes zich van andere botten losmaakten. Pas met het vergroten van de schedel, ontstond daar de ruimte toe. Uit het fossiel zou ook nog blijken dat de hersenen niet als geheel groeiden, maar dat bepaalde delen ervan sneller groter werden dan anderen. Het grote hersenvolume en de aard van het kaakbeen en de tanden van de Hadrocodium verraden ook wat over de levensstijl van dit minuscule diertje, dat zich met hele kleine insecten en wormpjes moet hebben gevoed. Maar belangrijker is dat het veel meer gelijkenissen vertoond met hedendaagse zoogdieren dan met de in hetzelfde tijdvak levende zoogdierachtige reptielen. Volgens de onderzoekers vertegenwoordigt het een nieuwe tak aan de evolutionaire boom. Het gaat dus zeker om één van de oudste voorlopers van alle zoogdieren, maar wat precies de relatie is met de nu levende soorten blijft onduidelijk. Misschien gaat het om een zeer verre verwant, die een doodlopende lijn in de evolutie vertegenwoordigt. Het zou eventueel ook wat nauwere familie kunnen zijn, die wel een rol speelt in de evolutie van o.a. de mens, maar er geen onmiddellijke voorvader van is. Tenslotte is het zelfs mogelijk dat de Hadrocodium een rechtstreekse voorvader is van de nu levende zoogdieren en bijgevolg ook de mens. De gegevens die nu beschikbaar zijn, laten niet toe hier uitspraken rond te doen, maar voor wie enigszins beschaamd zou zijn af te stammen van een onooglijk wezentje van 2 gram, is er nog steeds de troost dat het toch over een indrukwekkend stel hersenen beschikte. Gemaakt: 26-12-04 |