1178

Egypte (2134 - ca. 2040 v. Chr.)
Eerste tussenperiode (9e en 10e dynastie) 

Egypte - 7e en 8e dynastie (2184 - 2134 v. Chr.)
Vanaf 2134 vormde het land nog steeds geen eenheid. Het gezag was verdeeld tussen de 9e en 10e dynastie die in Heracleopolis (Henen-nesut) (Ihnasja el Medina) zetelde en een ander geslacht, de 11e dynastie, die zijn hoofdstad in Thebe had. Deze dynastieën waren gesticht door nomarchen (locale machthebbers) die zichzelf tot koning hadden uitgeroepen en die de andere provincies inlijfden of erin waren geslaagd zich door hun buren te laten erkennen.Het kwam regelmatig tot botsingen tussen de dynastieën uit Heracleopolis en Thebe. Rond 2040 v.Chr. veroverde de Thebaanse heerser Nebhepetre Mentoehotep de noordelijke provincies waarmee Egypte weer een eenheid werd, en daarmee begon het Middenrijk.
Heracleopolis is de Griekse naam voor de stad Henen-nesut, Nen-nesu of Hwt-nen-nesu. De stadsnaam betekende 'Huis van het koningskind'. Tijdens de 9e en 10e Dynastie was het de hoofdstad van Opper-Egypte. Volgens een oude legende zou er een reusachtig labyrint liggen te Heracleopolis, maar er is nog geen archeologisch bewijs dat dit meer is dan een mythe.

In het begin maakte de verandering naar een tweehoofdige leiding weinig uit voor het bestuur van het land, aangezien de dynastieën te zwak waren om veel invloed op de plaatselijke politiek te kunnen uitoefenen. Maar langzamerhand nam hun macht toe en ontstonden er talloze grensschermutselingen, meestal ten noorden van Abydos. De aanwezigheid van een belangrijk aantal Nubische huurlingen in Boven-Egypte is een indicatie voor het gewelddadige karakter van deze tijd. Ondanks de toen heersende armoede zijn er vrij veel grafmonumenten gebouwd, bijzonder eenvoudig en vaak onbeholpen, die voor een lagere sociale groep waren bestemd dan tot dusverre het geval was.

De ineenstorting van de centrale regering en de uiteen valling van het land in verschillende semi-onafhankelijke en onafhankelijke provincies hadden ook consequenties op het artistieke niveau. Zonder de steun van de centrale regering waren de ateliers in Memphis niet langer in staat om de hoge kwaliteit kunstproducten en decoraties te produceren zoals ze gewend waren. De lokale gouverneurs kozen ervoor hun eigen ateliers en handwerklieden te gebruiken die de training en vaardigheden misten. De reliëfs en standbeelden die werden gemaakt tijdens deze periode missen de verfijndheid van hun voorgangers uit het Oude Rijk, het vakmanschap was maar lomp of zelfs slordig en de figuren waren stijf en ongeproportioneerd. Aan de andere kant markeert de Eerste Tussenperiode een verspreiding van de Faraonische cultuur door het hele land. Gedurende de Vroeg-dynastische periode en het Oude Rijk was de typische Faraonische cultuur gelimiteerd tot het koninklijk hof en de elite daar omheen. Het beleid van de 6de dynastie om lokale gouverneurs te gebruiken om de greep van de centrale regering op het hele land te verstevigen startte een proces dat de Faraonische cultuur buiten het koninklijke hof zou brengen. De toegenomen macht van de nomarchen gedurende de Eerste Tussenperiode continueerde en verstevigde dit proces, en verzekerde dat de Faraonische cultuur het verval van het Oude Rijk overleefde.

Fragment van een reliëf uit een tombe bij Dendera. De lompe en slordige uitvoering maakt het een goed voorbeeld voor de kunst van de Eerste Tussenperiode. 
Grafstèle uit deze periode van een Nubische soldaat die ongetwijfeld als boogschutter dienst deed in een van de huurlegers waarmee de provincievorsten elkaar te lijf gingen na de teloorgang van het Oude Rijk. Het krijgstenue waarin hij zich op zijn grafstèle liet afbeelden, bestaat uit een kort lendenschort met driehoekige voorschoot, twee gekruiste banden over de borst, een halskraag, boog en pijlkoker. De soldaat neemt samen met zijn vrouw de offers in ontvangst. Hun figuren zijn in reliëf, de rest van de voorstelling en de tekst waren geschilderd maar zijn nu bijna geheel vervaagd. 

9e en 10e dynastie

De koningen van de 9e en de 10e Dynastie waren afkomstig uit Heracleopolis, een stad ten zuiden van de Faiyoem Oase. Het is mogelijk dat in het begin de regeerders te Heracleopolis gedurende enige jaren het hele land onder hun gezag hadden. De invloed van de nomarchen van Heracleopolis reikte in het zuiden minstens tot Abydos en Dendera, waar het bevochten werd door de lokale heersers van Thebe, in Midden-Egypte, die de 11de dynastie stichtten. In de dynastie van Heracleopolis kwamen nogal wat regeringswisselingen voor, maar bijzondere koningen waren daar niet bij.

9e dynastie (Heracleopolis) (ca. 2134 - ca. 2040 v. Chr.)

Cheti (Kheti) I (Achtoy I)

Deze farao schijnt naar een legende van Manetho een erg wrede heerser te zijn geweest. Hij werd door de krokodillen opgegeten nadat hij uit pure woede in de Nijl was gevallen. Cheti was een dorpshoofd van een Nome die nadat de verval in de 8e dynastie was gekomen, macht greep. Hij regeerde als een regent en na zijn optreden was Egypte verduisterd en gefragmenteerd in:

  • 8e dynastie uit Memphis
  • de 9e/10e dynastie uit Herakleopolis
  • 11e dynastie uit Thebe.

Neferkare Vll

Deze farao was meer een soort van onderkoning van Herakleopolis. Hij kan worden verward met een andere koning genaamd Neferkare of Anktify, monarch van Hierakonpolis en Prins van Moala (vlakbij Thebe). Van Anktify is bekend dat hij een bende oprichtte samen met de Nome van Edfu tegen de Thebanen om Thebe in te nemen, dat een eigen mini-koninkrijk had.

Cheti (Kheti) II (Achtoy II)

Over Cheti II uit Herakleopolis is weinig bekend. Een artefact is opgegraven en ligt nu in het Louvre, het is een mand met cartouches aan de buitenkant. Door de grote chaos tussen de dynastieën onderling is er veel verwoest.

Senen
Cheti (Kheti) III (Achtoy III)

Cheti) lll schijnt een belangrijke vorst te zijn geweest. Aan hem is namelijk een wijsheidsleer toegeschreven ten behoeve van zijn zoon Merikare. Voorts slaagden deze koningen er in de Aziaten uit de Nijldelta te verjagen. 
De gouwvorsten van Idfoe en  Elefantine verkregen een zekere onafhankelijkheid. 

Cheti (Kheti) IV (Achtoy IV)

10e dynastie (Heracleopolis) (ca. 2150 - ca. 2040 v. Chr.)

Cheti (Kheti) V (Achtoy V)

Meri

Cheti (Kheti) VI (Achtoy VI)

Cheti (Kheti) VII (Achtoy VII)

Merikare

11e dynastie (Thebe)

De 11e dynastie was van origine een Thebaanse Dynastie die rivaliseerde met de 9e en 10e Dynastieën uit Heracleopolis. De 11e Dynastie uit Thebe regeerde nog door tot 1991 v.Chr. (en wordt als dynastie in het Middenrijk-periode geplaatst).

Thebe

De naam 'Thebe' werd door de Grieken aan de stad gegeven. De oorspronkelijke, Egyptische naam was Waset, wat vrij vertaald 'de voorname' betekent en ook wel als 'de stad van de scepter' wordt vertaald. Dit laatste omdat de hiëroglief voor 'Waset' (waarmee de plaatsnaam dus geschreven werd) een aangepaste 'Was'-scepter is; een Oud-Egyptisch symbool voor macht, succes en waardigheid. Op afbeeldingen in tempels en graven ziet men de Egyptische goden vaak een dergelijke Was-scepter in de hand houden. Thebe (Waset) was lang een onbeduidend stadje en werd pas tijdens de elfde dynastie belangrijk, toen ze meteen de hoofdstad werd van een verenigd Egypte nadat de lokale heersers van Thebe erin waren geslaagd het land na een roerige periode weer onder één troon te verenigen. Tijdens de volgende dynastie werd ze echter weer vervangen door een nieuwe stad, 'Itj-Tawy' ('wat beide landen bindt') in het noorden, op de traditionele grens tussen Opper- en Neder-Egypte. 

Tegenwoordig is Thebe bekend onder de naam Luxor (in het Arabisch Al-Uqsur; stad van kastelen/forten), die het kreeg toen het door de Arabieren werd veroverd. Deze naam slaat op de aanwezigheid van een Romeins fort, of 'castrum' op het terrein van de tempel van Luxor.

Antef (Intef, Injotef)) I proclameerde zichzelf koning nadat de koningsnaam (horus en cartouche) had aangenomen. Hij concureerde met de koningen van de 9 / 10 dynastie en startte dus een burgeroorlog. Hij heroverde verscheidene steden: Thebe, Abydos, This en breidde zijn macht uit tot aan Dendera. Daardoor bezat hij heel Opper-Egypte.

Antef (Intef, Injotef) II is de meest bekende farao. Men schreef hem de unificatie van de twee landen toe. De koning voerde oorlogen met Assioet, Hermopolis en Herakleopolis.

Antef (Intef, Injotef) IIl regeerde maar kort en was een farao zonder veel betekenis. Hij had last van interne politiek en strubbelingen.

Injotef ll (2118-2069)

  Injotef lll (2069-2061)

Nebhepetre Mentoehotep

De Thebaanse koningen Injotef ll (2118-2069) en   Injotef lll (2069-2061) zetten hun strijd tegen de koningen van Heracleopolis met succes voort totdat de Thebaan Nebhepetre Mentoehotep het land verenigde door zijn overwinning op de noordelijke provincies, waarmee het Middenrijk begon.

De Eerste Tussenperiode eindigde in ca. 2040 v. Chr. toen de Thebaanse heerser Nebhepetre Mentoehotep de noordelijke provincies veroverde, waarmee Egypte weer een eenheid werd en daarmee begon het Middenrijk.

Middenrijk (ca. 2040 - 1992 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 06-02-07

colofon