2285

De val van Troje (1209 v. Chr.)

Eén van de dapperste strijders in de strijd was Achilles. Het was zijn lot dat hij zou sterven bij Troje, daarom wilde zijn moeder Thetis hem, aanvankelijk niet laten deelnemen aan die oorlog. Agamemnon echter, die tevens hoofdaanvoerder van de strijd was, deed alle mogelijke moeite om ook Achilles en zijn verschrikkelijke Myrmidonen van de partij te laten zijn.

Gedurende de negen jaren dat het beleg van Troje duurde, plunderde en onderwierp Achillies een groot aantal van de omringende steden en bracht oorlogsbuit mee en vele vrouwen die hij als slavinnen aan Agamemnon schonk. Later leden de Grieken echter grote verliezen. Bovendien brak er ook een pestepidemie uit. (1210 v. Chr.

links en rechts: Achilles (Brad Pitt, in Troy, 2004)

 

 

 

 Tussen Achilles en Agamemnon ontstond bovendien onenigheid. De ruzie liep zo hoog op, dat Achilles niet meer wenste deel te nemen aan de oorlog. De Trojanen waren zeer verheugd over de tweestrijd die ontstaan was in het Griekse kamp en kregen weer nieuwe moed. Zij schakelden vele Achaeërs uit in de strijd, nu ze Achilles met zijn Myrmidonen niet meer in de gelederen van de tegenpartij zagen.

De Trojanen dreigden zelfs op te rukken naar de schepen en deze in brand te steken. Ondanks alle smeekbeden, was Achilles onvermurwbaar. Opgesloten in zijn tent wilde hij zelfs niets horen over de strijd. Toen nam zijn geliefde vriend Patrocius het initiatief om de Myrmidonen in de strijd te leiden, terwijl hij de wapenrusting van Achilles droeg om de Trojanen te misleiden. Die list lukte inderdaad. Bang geworden omdat ze dachten dat de koning der Myrmidonen zich weer in de oorlog gemengd had, trokken zij zich terug naar de muren van de stad. Patrocius wist bovendien ook de Trojanen belangrijke verliezen toe te brengen. 

Maar op een gegeven moment ontdekten de Trojanen toch dat zij misleid waren en Hektor slaagde erin Patrocius te doden. 

Achilles was zo diep geslagen door het verlies van zijn vriend, dat hij zijn persoonlijke geschillen met Agamemnon terzijde zette. Het enige waar hij nu nog maar aan dacht was aan vergelding. De dag legden Achilles zijn geschil met Agamemnon bij.

Zo ging Achilles weer de strijd in, alle voorspellingen over zijn verwachte dood logenstraffend. Alleen al bij zijn aanblik sloegen de Trojanen op de vlucht. Achilles trok al maar verder naar Troje op. De Trojanen betreurden ontelbare doden terwijl Achilles trachtte oog in oog te komen met Hector om wraak te nemen. Na talrijke slagen en gevechten ontmoette hij hem bij de westelijke poort. Hector vond in deze strijd de dood. Zijn zucht naar wraak nog niet voldoende bevredigd, bond Achilles het lichaam van Hector achter zijn wagen en sleepte het rond de stadsmuren. Athena staat tussen twee duellerende strijders, Achilles en Hector.

de_trojaanse_oorlog (54343 bytes)

De moed en heldhaftigheid van Achilles waren uniek tijdens alle fasen van de oorlog. Zijn einde kwam echter toch onherroepelijk. Onder de leiding van Achilles hadden zijn manschappen de Trojanen terug weten te dringen tot de stadsmuren. Toen schoot Paris, op aanwijzing van god Apollo een pijl af op zijn kwetsbare plek: de hiel. Toen de held viel, brak een helse strijd om zijn lichaam los. Op een bepaald moment trachtte Glaucus, de kleinzoon van Belierophon, met een soort lasso het lichaam te strikken, maar hij werd gedood door Aiax. Uiteindelijk slaagden Odysseus en Aiax erin het terug te brengen naar het kamp. De begrafenisdienst werd geleid door Thetis en de Nereïden (zeenymfen). Zeventien dagen werd er gerouwd om Achilles. Zijn lichaam werd ingewreven met aromatische substanties en Athena besprenkelde het met ambrozijn om ontbinding tegen te gaan (volgens -een andere versie werd het lichaam gebalsemd). Op de achttiende dag werd een groot vuur ontstoken en werd het stoffelijk overschot van de held verast. 

Links: Koning Priamus (Troy, 2004)

Er werd een groot graf gegraven waar zijn as in dezelfde gouden urn met de as van zijn geliefde vriend Patroclus bijgezet werd. 

Paris had niet veel tijd om te genieten van zijn grote slag: Hij vond de dood door de hand van Philoctetes, die niet alleen de dood van Achilles wilde wreken maar ook de belediging de hem was aangedaan met de schaking van de schone Helena.

Na de dood van Achilles vroegen de belegeraars zich af of ze ooit deze oorlog tot een voor hen gunstig einde zouden kunnen brengen. Er waren tien jaren verstreken en ze begonnen de moed te verliezen. Toen bedacht Odysseus, de koning van lthaca en een man die van alle markten thuis was, een slim plan waarmee ze alsnog zouden kunnen overwinnen. Toen alle andere leiders het plan goedkeurden ging men druk aan het werk: er werd een enorm groot houten paard met holle buik gefabriceerd.

Toen het klaar was, verborg op een avond Odysseus zich in de holle buik, tezamen met nog acht strijders. Men liet het paard achter op een plek vlakbij de stadsmuren waar het goed in het oog sprong, verzamelde alle eigendommen, verbrandde de tenten en ging aan boord van de schepen. Zij voeren echter niet weg maar verborgen zich achter een klein eilandje, Tenedos. De Trojanen volgden het vertrek van de Grieken en konden hun ogen niet geloven. Zij zagen ook het houten paard dat ze aanvankelijk met argwaan benaderden. Het droeg een opschrift dat vermeldde dat de Danaërs (Grieken voor Troje) het opdroegen aan Athena.

Tevergeefs trachtte Cassandra, de dochter van Priamus, te waarschuwen voor het kwaad dat hen zou treffen. Niemand wilde naar haar luisteren. 

rechts: Dood van Priamus

 Laocoön, een Trojaanse priester van Apollo, slingerde zijn lans naar het paard en die boorde zich met een droog geluid in de holle buik. Vergeefs probeerde hij de Trojanen ervan te overtuigen dat ze geen vertrouwen moesten hebben in de Achaeërs. Terwijl hij dit verkondigde rezen twee enorme slangen uit de zee op, gezonden door Athena, die hem en zijn kinderen wurgden. De Trojanen beschouwden dit als een goddelijk teken en dachten dat de godin hen zou straffen als ze het geschenk niet aanvaardden.

links: Laocoön en zijn twee kinderen worden gewurgd door twee slangen. Deze beeldengroep werd in 1506 in de Domus Aurea (het "Gouden Huis" van Nero in Rome) ontdekt en werd onmiddellijk herkend als een door Plinius beschreven werk van de hand van Hagesandrus, Polydorus en Athenadorus uit Rhodos (eind 2e tot midden 1e eeuw v. Chr.)

Later, toen iedereen inmiddels sliep, kropen Odysseus en de andere strijders uit de buik van het paard tevoorschijn. De vloot keerde terug en zette een vreselijke nachtelijke aanval in. De Achaeërs drongen de stad binnen door de inmiddels wijd geopende deuren en voor de Trojanen goed en wel begrepen wat er aan de hand was was er al heel wat bloed vergoten. Midden in deze algemene slachtpartij doodde Odysseus Priamus op het altaar van Zeus. 

De stad werd in brand gestoken en geplunderd en in deze algehele verwoesting zocht Menelaüs in de kamers van het paleis van Troje naar de vrouw die de aanleiding tot deze verschrikkelijke oorlog was geweest. Helena was na de dood van Paris met zijn broer Deiphobus getrouwd, die in die nacht op zijn beurt weer viel door het zwaard van Menelaüs. Met het zwaard in de hand, stormde Menelaüs naar de vertrekken van Helena. Op het kritieke moment van de ontmoeting ontblootte Helena, die verwachtte door haar bedrogen echtgenoot gedood te zullen worden, haar borsten om de genadeslag te ontvangen. Het zwaard viel echter uit de hand van Menelaüs en het paar viel elkaar om de hals. Menelaüs nam de fatale vrouw mee terug, die alweer het spel gewonnen had en om wie een oorlog gestreden was die de hele in die tijd bekende wereld beroerde.

Gemaakt: 05-03-03; Laatst bijgewerkt: 17-03-03

colofon