2308

Saul (1025 - 1000 v. Chr.)

Kanaän (1100 - 1000 v. Chr.)
In ± 1025 v. Chr. werd Saul, de zoon van een gezeten boer van de stam van Benjamin, gezalfd als eerste koning van de Israëlieten. Hij wist paal en perk te stellen aan de invallen van de Filistijnen en wat gebied op de Filistijnen te veroveren. Bij het begin van zijn regering waren de vooruitzichten van Saul veelbelovend. Hij had de meerderheid van de bevolking achter zich en voorlopig kon hij rekenen op de zeer belangrijke steun van de door de 12 stammen zeer geachte priester en richter Samuël. Hij voerde het bevel over een gewillige lichting kundige soldaten, met wie hij onmiddellijk een verrassende militaire overwinning behaalde. Bovendien was hij ook bij de verdediging van het land over het algemeen succesrijk. 
Hij hield het binnendringen tegen van de Moabieten, Edomieten en Ammonieten - de volkeren wier koninkrijken ten oosten van de Israëlieten lagen en verdreef de plunderaars die vanuit de woestijn binnendrongen. Ook de Filistijnen wist hij uit het Israëlitische gebied te verdrijven naar de kuststeden van waaruit zij begonnen waren, hoewel zijn troepen bij deze strijd wel veel verliezen leden. Saul was niet uit op expansie: in het hele gebied van de Israëlieten lagen nog Kanaänitische steden. Die liet hij met rust zo lang zij geen moeilijkheden gaven. 

Na enige tijd ontstond er echter een ernstig conflict tussen Saul en Samuël. Saul wenste niet alles wat Samuël verkondigde klakkeloos op te volgen. Daarbij kwam jaloezie, wrok en achterdocht jegens de bij het volk zeer populaire David, de overwinnaar van de Filistijnse sterke man Goliath

Tijdens een hevige woede uitbarsting zou Saul een speer naar hem hebben geworpen, die zijn doel echter miste. Daarna zou David zijn gevlucht naar zijn geboortestreek Juda, waar Samuël hem in het geheim zalfde tot de toekomstige koning van Israël. Daarna verzamelde David een groep volgelingen om zich heen en wist hij een einde te maken aan de plundertochten van de nomaden. Hij sloot zelfs een tijdelijke overeenkomsten met de Filistijnen. Zo verwierf David naam als plaatselijk beschermer van het volk. Op het moment dat voor Saul het geluk zich tegen hem keerde, deden de Filistijnen een grootscheepse aanval in de vallei Jizraël, een strook zwak verdedigd gebied. Saul snelde met zijn leger onmiddellijk naar dit gebied, maar kwam te laat: de Filistijnen hadden reeds een slachting aangericht onder de Israëlieten en tienduizenden doden op het slagveld achtergelaten - waarbij drie zoons van Saul. Saul, die zelf gewond geraakt was kon niet vluchten. Om niet in handen van zijn vijanden te vallen, pleegde hij zelfmoord. 

Laatst bijgewerkt: 01-02-03

colofon