1533

Cycladen (4000 - 2600 v. Chr.)
Grotta-Pelos cultuur (ca. 3100 - ca. 2600 v. Chr.)

Cycladen (5000 - 4000 v. Chr.); Tijd van de Oude Rijken
Op de Cycladen, de eilandengroep in de Egeïsche Zee ten zuidoosten van Attica ontstonden in het 4e millennium v. Chr. de eerste nederzettingen. Sporen hiervan zijn teruggevonden op het eiland Melos

Aan het eind van het 4e mill. v. Chr. ontwikkelde zich op de eilanden Melos en Naxos  de Cycladische cultuur. De wetenschappers verdelen deze in drie duidelijk te onderscheiden fasen. De eerste wordt Grotta-Pelos (± 3100 - ± 2600 v. Chr.)  genoemd. 

De nederzettingen uit deze periode waren klein en lagen meestal dicht bij de kust. Het leven draaide om de visvangst en de handel met de naburige eilanden en het Griekse vasteland. De bewoners van de nederzettingen meer landinwaarts hielden zich bezig met de landbouw, de verbouw van olijven en druiven, de verzorging van de kudden schapen en geiten, houthakken, weven en pottenbakken. 

De Grotta-Pelos is de eerste fase van de Cycladische cultuur en strekt zich uit van ± 3100 tot ± 2600 v. Chr. De naam is ontleend aan twee vindplaatsen - één op Naxos en één op Melos. Grotta-Pelos stond aan de drempel van de Bronstijd. Van metaal is echter geen enkel bewijs gevonden en dus was de techniek van het smelten ± 3000 v. Chr. in het Egeïsche gebied nog niet of nauwelijks doorgedrongen. 

Kenmerkend voor de Grotta-Pelos waren de zware aardewerk kommen met een dikke gerolde rand, die van boven enigszins naar binnen welfde. De kommen van dit type waren donker van kleur en gepolijst aan de oppervlakte, niet alleen om ze aantrekkelijker te maken, maar ook om de poreusheid van de kom te voorkomen voor die werd gebakken. 

Uit grafvondsten blijkt dat er toen al sprake was van een hoog ontwikkelde beschaving en een gelaagde maatschappij structuur, met duidelijke verschillen tussen rijk en arm. Personen die in hoog aanzien stonden, kregen kostbare voorwerpen mee in hun graven, zoals marmeren drinkbekers. Minder belangrijke personen werden met minder belangrijke voorwerpen ter aarde besteld. Verder bestond er ook al een verdeling van arbeid. Naast boeren, woonden er in de nederzettingen kunstenaars, ambachtslieden (w.o. wevers en pottenbakkers), priesters en ambtenaren. 

De bewoners begroeven hun doden op begraafplaatsen verder landinwaarts, vaak op één van de berghellingen achter het dorp. De graven werden gemaakt van stenen platen die in de grond werden geplaatst en zo graftombeachtige muurtjes vormden rondom de gestorven lichamen. Deze zogenaamde steenplaatgraven waren niet te zien aan de oppervlakte. Buiten aardewerk potten leverden de Grotta-Pelos graven kralen halskettingen op, gemaakt van plaatselijke steensoorten, naast marmeren vaatwerk van verschillende vormen 

Cycladen (2600 - 2500 v. Chr.)

laatst bijgewerkt 18-09-02

colofon