1691 |
Romeinse beroepssoldaten |
Arme burgers tekenden een contract als zij in het leger wilden. Ruiters tekenden voor tien jaar en voetvolk voor 16 jaar. De soldaten kregen een vast loon. Aan het eind van hun loopbaan (zo ongeveer op hun 40-ste jaar) werden zij "veteranen" en ontvingen dan hun spaargeld en als extra beloning een lapje grond om te bewerken in een door de Romeinen veroverd gebied. Dan pas mochten zij trouwen. Vaak hadden zij echter al een vrouw en kinderen. Die woonden dan buiten het legerkamp. Een Romeins soldaat was niet alleen opgeleid om te vechten. Hij moest ook helpen bij het bouwen van de legerplaats, wegen en bruggen. De soldaten moesten te voet reizen. Vaak enorme afstanden. Van Rome naar Nijmegen is ongeveer 2000 km. ! Elke dag liepen die soldaten met hun zware bepakking op hun rug ongeveer 40 km. Wat betekende in die tijd en in deze streken de komst van zo'n legioen ?
|
![]() |
Zesduizend man werden als een soort parachutisten neergelaten. Ze kwamen terecht in een rimboe waar de economie was gebaseerd op kleine boerderijtjes die ternauwernood in staat waren zichzelf te onderhouden. En daar moesten dan plotseling zesduizend man te eten krijgen. Zelfs als ze alle inheemse boeren uitwrongen tot de laatste korrel graan lukte dat nog niet. Het eerste waar zo'n legermacht dus voor diende te zorgen was: maken dat er te eten is. Een deel van het voedsel moesten ze zelf produceren, de rest werd uit het achterland aangevoerd. Een Romeins legioen op volle sterkte telde 6000 soldaten, verdeeld in 10 cohorten. Een cohort telde drie vaandels of compagnieën. Elk vaandel bestond uit twee centuriae van ieder honderd man. Aan het hoofd van elke centurie stond een centurio of honderdman. |
![]() |
Over hun maliënkolders droegen de soldaten poncho's als bescherming tegen de regen. De cavalerie nam in de derde eeuw door de legerhervormingen die ![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Een Romeins zwaardschede was opgebouwd uit houten strips, bekleed met leer, verstevigd met bronzen strips en vervolgens versierd met een bronzen plaat. De figuren op dit verzilverd bronzen zwaardschedebeslag (1e eeuw n. Chr., h. 15,5 cm, gevonden in de Rijn bij Doorwerth) zijn opengewerkt. te zien is een veldheer in wapenrusting tussen twee veldtekens en een veldheer in een strijdwagen met twee paarden.
Onder de Bataven werd bijzonder intensief voor de Romeinse hulptroepen gerekruteerd. Ze leverden negen cohorten, een afdeling ruiterij, de lijfwachten voor de Julisch-Clauische keizers. En dan waren er nog de talloze Bataven die dienst deden in niet naar etnische herkomst samengestelde onderdelen. De rekrutering begon al vóór keizer |
![]() |
![]() |
Dat in het Romeinse leger inderdaad naar huis werd geschreven blijkt uit onder meer de Vindolanda-brieven. Een inmiddels beroemd kattebelletje betreft de zending van sokken, sandalen en twee onderbroeken door familie van een Bataafse soldaat. Als een soldaat zijn diensttijd overleefde, keerde hij sterk geromaniseerd terug naar huis. | ![]() |
De Romeinen waren geen ruitervolk bij uitstek. Het Oude Rome kende een ridder- of ruiterklasse die echter in de keizertijd al lang geen militaire functie meer had. Van oudsher maakten de Romeinse commandanten gebruik van lokaal verworven hulptroepen die vaster in het zadel zaten. Julius Caesar organiseerde tijdens zijn Gallische veldtocht bereden eenheden van Gallische en Germaanse komaf en legde zo de grondslag voor de bondgenoten-cavalerie die vanaf keizer Augustus vast onderdeel werd van het nationale Romeinse leger. De cavalerie stond in het Romeinse krijgsbedrijf doorgaans een rol op het tweede plan en vormde een ondersteuning van de goedgetrainde en zeer effectieve infanterie die de ware stoorkracht van de Romeinse legioenen vormde. |
![]() |
![]() |
Noch de Romeinen, noch andere Europese volkeren kenden de grote rijpaarden die wij gewend zijn. De schofthoogte van opgegraven skeletten uit de Romeinse periode ligt tussen de 135 en 145 cm. - grote pony's naar huidige begrippen. De cavalerie reed zonder stijgbeugels. Toch konden de ruiters dankzij de diepe zit tussen de uitsteeksels aan het zadel, goed op het paard blijven zitten, ook tijdens gevechten. Zelfs stootaanvallen met gevelde lans waren mogelijk zonder dat de ruiter door de schok van het zadel werd gelicht.
laatst bijgewerkt: 22-12-07 |