1851 Algerije

In de Oudheid werd Algerije, net als de rest van de Maghreb bevolkt door Afrikanen. Deze leefden duizenden jaren in het gebied. Daarna vestigden zich Imazighen (Berbers). Vanaf de 9e eeuw v.Chr. vestigden Phoeniciërs zich in het gebied, vooral in de streek rondom Carthago.

Door de Punische Oorlogen veroverden de Romeinen Noord-Afrika en vestigden zij hun macht. Door de val van Carthago in 146 v. Chr. ontstonden vele Berberrijkjes, maar deze werden in 24 n. Chr. bij het Romeinse Rijk gevoegd en maakte Algerije deel uit van de Romeinse provincie Mauretania.

In de tweede eeuw was een groot deel van Noord-Afrika christelijk geworden. De kerkvader Augustinus van Hippo was afkomstig uit Algerije.

De komst van de islam aan het begin van de achtste eeuw bracht grote veranderingen. Arabisch werd de nieuwe taal en de islam het nieuwe geloof, al bleven vele groepen lange tijd christelijk of het berbergeloof aan hangen. Eerst maakte Algerije deel uit van het Arabische Rijk onder de Omajjaden, maar vanaf 777 werd het min of meer onafhankelijk onder de dynastie van de Rustamiden. Later heersten de Fatimiden, de Almoraviden en de Almohaden.

In 1516 werd Algerije ingelijfd bij het expanderende Ottomaanse Rijk. In de Ottomaanse tijd werden de westgrens met Marokko en de oostgrens met Tunesië definitief bepaald. Algerije werd bestuurd door de Dey van Algiers, een door de Ottomaanse sultan aangestelde gouverneur. In de loop der jaren groeide de status van de Deys uit tot die van autonome vorsten en verwaterde de band met het Ottomaanse Rijk steeds meer.

In 1830 namen de Fransen Algiers in en dwongen de Dey het land verlaten. Algerije werd een Franse kolonie en veel Fransen vestigden zich in het land om er een bestaan op te bouwen. Deze kolonisten, ook wel colons of pieds-noirs genoemd, eigenden zich onder meer grote stukken vruchtbare landbouwgrond toe en drukten een zwaar stempel op Algerije.

In november 1954 verklaarde het Front de Libération Nationale (FLN) de oorlog aan de Franse machthebbers. De Frans-Algerijnse oorlog ging gepaard met veel bloedvergieten en beide partijen maakten zich schuldig aan martelingen. Ten gevolge van de oorlog ontvluchtten de meeste Franse kolonisten het land, hun bezittingen achterlatend.

Tegen de wens van de Fransen in Algerije in, verklaarde president Charles de Gaulle op 3 juli 1962 dat Algerije onafhankelijk mocht worden. Op 25 september 1962 werd officieel de republiek uitgeroepen. Ahmed Ben Bella, de oprichter van het FLN, werd premier en een jaar later werd hij president.

Op 19 juni 1965 werd een staatsgreep gepleegd onder leiding van kolonel Houari Boumédienne en werd de democratie vervangen door een militaire dictatuur. Echter, na tien jaar geregeerd te hebben verklaarde Boumédienne dat er verkiezingen gehouden moesten worden. De nieuwe grondwet werd per referendum aangenomen in november 1976. Aangezien alleen FLN-leden mee mochten doen met de verkiezingen, werd Boumédienne eenvoudig tot president verkozen.

De verkiezingen van december 1991 werden gewonnen door het islamistische Front Islamique du Salut. De overwinning van het FIS kwam hard aan bij de gevestigde orde en bij Frankrijk, dat immers een seculiere staat is. Het leger pleegde een staatsgreep, waarna het FIS verboden werd en president Bendjedid, die hervormingen had toegezegd, werd afgezet. Zijn plaatsvervanger werd de onbuigzame Liamine Zéroual.

De Franse regering gaf haar steun aan het nieuwe bewind van Zéroual en in veel westerse media ging gejuich op omdat Algerije van het 'islamitische gevaar' gered was. Veel westerse media vonden dan ook dat ondanks de ondemocratische actie van het leger, Algerije voor de democratie gered was. De islamitische wereld reageerde geschokt op dit geval van dubbele moraal.

Verschillende aan deze partijen geallieerde groeperingen, zoals de Groupe Islamique Armé, grepen daarna naar de wapens waarmee een acht jaar durende guerrilla en terroristische oorlog tegen de staat begon. Vermoedelijk zijn tijdens de Algerijnse burgeroorlog rond de 100.000 mensen om het leven gekomen. In 1999 werd Abdelaziz Bouteflika gekozen tot president en hij verleende amnestie aan veel islamisten.

Algerije lijdt sinds de afgelopen decennia onder werkloosheid, watertekort en woningnood. In 2003 werd het noorden door een zware aardbeving getroffen.

laatst bijgewerkt: 21-10-09

colofon