5115 | Georges Hendrik Breitner (1857-1923) |
![]() |
![]() |
De Nederlandse kunstschilder George Breitner (1857-1923) werd in Rotterdam geboren. In zijn jeugd tekende Breitner vooral oorlogstaferelen en paarden. Op zijn veertiende verliet hij de school en ging hij werken op een kantoor. In zijn vrije tijd volgde hij tekenles bij de Rotterdamse tekenleraar Neurdenberg. Zijn vader was commissionair in granen en zag niets in het talent van zijn zoon. Neurdenberg raadde hem ten sterkste aan George zijn gang te laten gaan. Vader zwichtte en de schilder startte zijn opleiding aan de Haagse Academie. Breitner ondervond in deze tijd veel steun van Rochussen en Stolk, die verschillende van zijn werken kocht. Veelvuldig was Breitner te vinden in de stallen van de Stadsrijschool. Binnen korte tijd had hij een goede naam opgebouwd door zijn paardenstudies en werd Breitner door Mesdag benaderd om mee te werken aan het panorama. In het begin van zijn carričre verkocht Breitner slechts zelden iets. Hij heeft dan ook dikwijls honger geleden. In 1882 kwam hij hierdoor in het ziekenhuis terecht. In 1884 vertrok Breitner naar Parijs, waar hij werkte op het atelier van Cormon. Na Parijs verhuisde hij naar Amsterdam, de stad waar hij tot zijn dood zou blijven leven en werken.
Links: Portret van Breitner met bril, door Willem Witsen |
In Amsterdam ontstonden zijn belangrijkste werken, waardoor hij de grote uitbeelder van de stad en het Amsterdamse leven, zowel bij dag als bij nacht, is geworden. Hij werkte hard en het succes bleef dan ook niet uit. Op veel van zijn werk is bedrijvigheid te zien. De stad breidde zich in snel tempo uit en Breitner schilderde veel taferelen, waarop dit te zien is. Na 1914 had Breitner steeds meer moeite om zijn schilderijen af te maken. Hij werd geplaagd door ziekte en geldzorgen. Hoewel hij in zijn laatste twintig levensjaren goede prijzen voor zijn werk ontving was de kunstenaar niet gelukkig.
George Breitner werd in Rotterdam geboren. Op zijn veertiende verliet hij de school en ging hij werken op een kantoor. In zijn vrije tijd volgde hij tekenles bij de Rotterdamse tekenleraar Neurdenberg. In 1884 vertrok Breitner naar Parijs, waar hij werkte op het atelier van Cormon. Na Parijs verhuisde hij naar Amsterdam, de stad waar hij tot zijn dood zou blijven leven en werken. In Amsterdam ontstonden zijn belangrijkste werken, waardoor hij de grote uitbeelder van de stad en het Amsterdamse leven is geworden. |
![]() |
Hij werkte hard en het succes bleef dan ook niet uit. Op veel van zijn werk is bedrijvigheid te zien. De stad breidde zich in snel tempo uit en Breitner schilderde veel taferelen, waarop dit te zien is.
Naast zijn Amsterdamse schilderijen liet de kunstenaar raak getroffen interieurs, prachtige portretten en naakten na. De kunstenaar wordt als de grootste vertegenwoordiger van het Nederlands impressionisme beschouwd. rechts: Singelbrug in Amsterdam |
![]() |
![]() |
Het straatleven in Amsterdam behoorde tot de favoriete onderwerpen van Breitner. Dit winterse tafereel is gesitueerd op de Prinsengracht bij de Westermarkt. Links: Sleperspaarden in de sneeuw |
![]() |
Geesje Kwak, en haar zusje Anna poseerden regelmatig voor Breitner, gehuld in rode, witte of blauwe kimono's. In zijn atelier aan de Amsterdamse Lauriersgracht schilderde de kunstenaar de tekeningen en foto's niet klakkeloos na. Hij koos regelmatig voor een andere pose van het model en experimenteerde met de formaten van zijn schilderijen.
Rechts: Meisje in witte kimono |
![]() |
![]() |
![]() |
Plein bij avond Aan dit schilderij, ook wel Dam bij avond genoemd, heeft Breitner gewerkt van 1887 tot 1890. Het is een van de eerste Amsterdamse stadsgezichten waarin hij zonder idealisering het eigentijdse stedelijke leven toont. Met zijn regenachtige sfeer en vage contouren suggereert het schilderij meer dan het laat zien. Op de achtergrond is de oude Beurs van Zocher te onderscheiden, die tot 1903 op de plek stond waar nu de Bijenkorf is gesitueerd. |
Zijn eerste foto’s dateren waarschijnlijk uit het begin van die Amsterdamse jaren. De camera zou hem zo’n 25 jaar lang blijven boeien en er ontstond al gauw een wisselwerking tussen zijn schilderkunst en zijn fotografie. De foto’s waren daarbij meer dan alleen een hulpmiddel. Rond 1900 begon de fotografie steeds meer een eigen plaats in te nemen binnen zijn werk. Zelden liet Breitner iemand poseren voor zijn stadsgezichten. Het zou niet passen bij zijn vluchtige momentopnamen, toen ‘ogenbliksfotografieën’ genoemd. Dat was nog niet zo gemakkelijk, want wanneer hij er met de glasplatencamera en statief op uit trok, was het moeilijk onopgemerkt te blijven. Dankbaar maakte Breitner dan ook gebruik van de net geďntroduceerde handcamera. | ![]() |
Eindeloos en verdekt opgesteld kon hij zijn stadsgenoten fotograferen. Bovendien kon hij experimenteren met allerlei perspectieven, zoals goed te zien is in de serie rondom de Nieuwe Kerk.
De Amsterdamse Lauriergracht in de winter |
![]() |
![]() |
![]() |
Liggend naakt |
Gemaakt: 15-06-04 |