16.522 Gambia (1900 - heden)
Gambia (1500 - 1900)

In de twintigste eeuw stortte het Britse wereldrijk langzaam ineen en zaten er voor Gambia grote veranderingen aan te komen. Vanaf 1920 werd Gambia een Brits protectoraat.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht Gambia mee in Birma. In de hoofdstad Banjul maakte het Air Corps van het Amerikaanse leger tussenlandingen, en de haven werd gebruikt als tussenstop voor konvooien.

Aan het begin van de jaren zestig stichtte David Jawara de People’s Progressive Party. Deze partij won in 1962 de verkiezingen en werd grootste partij in het pas opgerichte Gambiaanse parlement.

Gambia (1965-1982)

Gambia kreeg zelfbestuur in 1963, en werd op 18 februari 1965 onafhankelijk, zij het nog onder de vlag van het Britse Gemenebest als onafhankelijk lid. Het was een constitutionele monarchie met de Britse koningin als staatshoofd. Sir Dawda Kairaba Jawara werd de eerste premier van Gambia. 

In 1967 werd er door Gambia en Senegal een samenwerkingsverdrag ondertekend dat er toe moest leiden dat de beide landen als één land, Senegambia, verder zouden gaan. Korte tijd later stelde de regering voor Gambia om te vormen tot republiek. Het voorstel haalde niet de vereiste tweederde meerderheid. Op 24 april 1970 werd Gambia na een referendum alsnog een volledig zelfstandige republiek met Jawara als eerste president. Hij zou vijf maal worden herkozen. Gambia was de laatste Britse kolonie in Afrika die onafhankelijk werd. 

In 1976 werden de grenzen tussen Senegal en Gambia opnieuw vastgesteld. 

Een coup in 1981 door Kukoi Samba Sanyang werd na een week neergeslagen met behulp van Senegal. Na deze mislukte coup werden krijgsmacht (200 man) en politie (700 man) uitgebreid. 

Senegambia (1982-1989)

In 1982 vormden Senegal en Gambia de confederatie Senegambia, gericht op het samensmelten van beide legers, de economie, en de munteenheid. In 1989 zegde Senegal het verdrag op omdat dit land vond dat Gambia zich niet snel genoeg ontwikkelde. Gambia werd weer een zelfstandige Republiek. 

Gambia (1989-heden)

Enige tijd later werd de krijgsmacht weer uitgebreid en dat leidde uiteindelijk op 22 juli 1994 tot een staatsgreep door luitenant Yahya Jammeh, samen met een groep jonge officieren die overigens zonder bloedvergieten tot stand kwam. Jawara werd beschuldig van corruptie. Ook vonden de coupplegers dat de gewone bevolking te weinig profiteerde van de toenemende inkomsten uit de toeristenindustrie. De democratisch gekozen regering van Dawda Kairaba Jawara werd afgezet en Jawara vluchtte naar Senegal. Vooral bij de jeugd van het landje oogstte Yahya Jammeh aanvankelijk veel bijval. Hij beloofde de democratie te herstellen en schreef verkiezingen uit voor juli 1996. Ondertussen leed de economie veel schade door alle gebeurtenissen . Met name Engeland en de Scandinavische landen adviseerden toeristen om niet naar Gambia af te reizen. Pas eind 1995 kwam het toerisme weer wat op gang.  Er kwam een voorlopig militair bewind onder leiding van Yahya Jammeh. In 1996 werd een commissie ingesteld die verkiezingen moest voorbereiden.

In de jaren 1996 en 1997 werd de parlementaire democratie weer “hersteld” met een nieuwe grondwet. Yahya Jammeh, inmiddels opgeklommen tot kolonel, werd op 6 november 1996 ingezworen als president. Er vonden algemene verkiezingen plaats. De nieuwe partij van Jammeh won, onder protesten van zijn tegenstrevers, met 56% van de stemmen. Ook het buitenland was het niet eens met het verloop van de verkiezingen. Toch bleef Jammeh populair onder de gewone bevolking. Jammeh op zijn beurt kondigde vergaande plannen aan met betrekking tot de infrastructuur en de economie. Ook werd er een nieuwe vlieghaven gebouwd en werd beloofd dat er ziekenhuizen en scholen in het binnenland gebouwd zouden worden.

Eind 1997 publiceerde het tijdschrift The New African een artikel over miljoenen dollars aan ontwikkelingshulp die op buitenlandse bankrekeningen terecht zouden zijn gekomen. Ook zou met de mensenrechten gesold worden. Ondanks deze negatieve publiciteit leek het er op dat Jammeh op dit moment de enige was die Gambia de broodnodige stabiliteit kon bieden.

Bij de presidentsverkiezingen van 18 oktober 2001 werd Jammeh met 53% van de uitgebrachte stemmen herkozen. Zijn belangrijkste opponent, Darboe, kreeg 32% van de kiezers achter zich. Hoewel zich in de aanloop naar deze verkiezingen verschillende gewelddadige en intimiderende incidenten richting de oppositie hebben voorgedaan, waren de verkiezingen ordelijk verlopen en werden ze door waarnemers als vrij en eerlijk bestempeld. 

Rechts: President Yahya Janneh (foto: Yahya Janneh - Wikipedia)

Op 18 oktober 2001 werd Yahya Jammeh herkozen voor een termijn van vijf jaar. Ook bij de verkiezingen op 22 september 2006 werd hij opnieuw verkozen als president voor een periode van 5 jaar.

Op 1 juni 2002 keerde de in 1994 afgezette ex-president Dawda Jawara terug in Gambia na een periode van 8 jaar ballingschap in het Verenigd Koninkrijk. De terugkeer was mogelijk na een door Jammeh verleende amnestie. Men verwachtte dat Jammeh bij de presidentiële verkiezingen in 2006 veel stemmen zou verliezen. Door de vele wisselingen van ministers en staatssecretarissen, alsook bijvoorbeeld de chef defensiestaf, politiechef, chef veiligheidsdienst en centrale bankdirecteur, hield hij weinig medestanders over. 

In oktober 2005 werd voormalig minister van Binnenlandse Zaken, Samba Bah, gearresteerd wegens economische misdrijven, spionage en terrorisme. Ook de voorzitter van de verkiezingscommissie, aangesteld om de presidents-, parlements- en gemeenteraadsverkiezingen te organiseren moest het ontgelden en werd begin juli 2005 uit zijn functie ontheven. Vertrouwen dat ministers en overheidsfunctionarissen hebben in de president en het functioneren van de overheid is daardoor klein en beslissingen worden enkel op niveau van de president genomen. Tot op heden heeft de oppositie nog geen gezamenlijke tegenkandidaat weten te presenteren. Als de oppositie hierin alsnog slaagt, is er een grote kans op politieke instabiliteit in de aanloop naar de presidentiële verkiezingen (zoals eerder gebeurd is in de aanloop naar de verkiezingen in 2001). Tijdens by-elections in september 2005 werden drie van de vier te winnen parlementszetels door de oppositiecoalitie National Alliance for Democracy and Development (NADD) in de wacht gesleept. In september 2006 werd president Yahya Jammeh (41 jaar) herkozen als president. Hij kreeg in 47 van de 48 kiesdistricten de meeste stemmen. In januari 2007 won zijn partij ook de parlementsverkiezingen. 

De laatste jaren begint het bewind van Jammeh vreemde trekken te vertonen. Zo houdt hij seances waarbij hij door handoplegging en geheime kruidenmengsels mensen "geneest" van aids en astma. De zalf en het drankje dienen te worden ingenomen met twee bananen.

In 2008 kondigde de moslim Jammeh aan, dat hij elke homoseksueel in zijn land zou laten onthoofden als ze niet maken dat ze weg komen. Hij beschuldigde de media in Gambia van opruiing en begon de pers te intimideren. In 2009 verslechterde de mensenrechtensituatie toen de tante van het staatshoofd bleek te lijden aan ongeneeslijke kanker. Jammeh vermoedde dat zij was behekst. Na haar overlijden werden op 18 maart duizend mensen opgepakt en weggevoerd uit hun dorpen. Volgens Amnesty International werden zij gedwongen om een hallucinogeen drankje in te nemen. In september 2009 dreigt Jammeh mensenrechten activisten te doden.

colofon

Gemaakt: 20-07-11