4210 |
Het pachtersoproer (1748) |
![]() Plundering van het huis van A.M. van Arssen aan het Singel, ets door Simon Fokke De steden waren voor hun inkomsten grotendeels afhankelijk van de indirecte belastingen (ďmposten") op de eerste levensbehoeften als zout, boter, zeep en turf en geliefde genotmiddelen, als jenever,wijn en bier. De drankaccijnzen leverden de stad vaak niet alleen veel geld op (in 1556 konden alle stedelijke uitgaven ermee worden gedekt) maar ook veel toestanden. Het innen van de belastingen werd verpacht aan impostmeesters", die zich bij de burgerij gehaat maakten door de vaak hardhandige wijze waarop zij de belastinggelden inden. Burgers bedachten vaak de slimste trucs om de accijnzen te ontduiken ("sluyken"). Zij werden daarbij niet zelden in de weg gezeten door verklikkers, die tegen hoge beloningen "sluykers" bij de impostmeesters aangaven. De pachters maakten uit hoeveel ieder moest betalen, waarbij ze vaak onredelijk waren. Ze bevoordeelden soms hun vrienden terwijl anderen weer extra veel belasting moesten betalen. Veel van het geld bleef bij de pachters hangen. Die hadden dus een zeer winstgevend baantje. De onrechtvaardigheid van dit systeem moest zich wreken. In 1747 braken de eerste onlusten uit in Friesland. Boze boeren vernielden er de huizen van de pachters. hetzelfde gebeurde in Drente, Overijssel en Gelderland. Een paar maanden later braken er ook pachteroproeren uit in Haarlem, Leiden en Amsterdam. Op 24 juni 1748 werd van de pui van het stadhuis een publicatie voorgelezen, waarin de Staten de praktijken veroordeelden waarmee de pachters der belastingen in korte tijd schatrijk werden. Het volk was na kennisname hiervan zo opgewonden, dat de schutterij niet in staat was de massa's in bedwang te houden: tientallen huizen van belastinginners werden volledig geplunderd. Op 25 juni 1748 begon de onrust op de Botermarkt, nu het Rembrandtplein. Relschoppers mishandelden daar enkele belastingambtenaren. Ze gooiden met vuil. Een vrouw tilde haar rokken op en toonde haar achterwerk aan de schutters. Die schoten vervolgens “dat vrouwmens in haar blote fondament”. Toen de vrouw aan haar verwondingen overleed, brak de hel los. Meubels in de grachtDe rebellerende Amsterdammers dromden naar de huizen van de belastingpachters, meestal rijke kooplieden die aan de grachten woonden. Tientallen huizen werden geplunderd. Meubelstukken en kostbaarheden belandden in het water. De razernij van de veelal dronken meute duurde 4 dagen. In die periode plunderden ze ook het huis van belastingontvanger A.M. van Arssen aan het Singel.We hebben over deze gebeurtenissen een ooggetuigenverslag, de Jiddische kronike van Chaim Braatbard, in vertaling uitgegeven door L. Fuks. Woedende burgers trokken naar de Keizersgracht waar de meeste belastingpachters in kapitale herenhuizen woonden. Het ene huis na het andere werd bestormd en geplunderd. Alles werd kort en klein geslagen. Wie trachtte zichzelf te verrijken werd met de buit en al in de gracht gegooid en verdronk. In allerijl kwamen de Staten van Holland bijeen, waarna op voorstel van Willem lV werd besloten het pachtsysteem af te schaffen. De inning van de belastinggelden ging over in handen van stedelijke ambtenaren, maar dat had een averechts gevolg. Nu trok het gepeupel naar de huizen van de kruideniers en brood- en banketbakkers en eiste hun waren op voor de prijzen die het zelf vaststelde, met het gevolg dat de winkels spoedig waren "uitverkocht". De schutterij moest de hulp van 300 met bijlen bewapende scheepstimmerlieden inroepen om de orde te herstellen. Twee oproerkraaiers, Mat v.d. Nieuwendijk, koopvrouw in schol en bokking, die bij alle plunderingen de leiding had gegeven en twee anderen, waaronder de tuinier Pieter van Dordt, werden tot de dood door ophanging veroordeeld. De terechtstelling had plaats aan de Waag op de Dam, waar de toeschouwers opeengepakt stonden. "Zodra de drie gevangenen uit het raadhuis kwamen, begonnen de trommelslagers hun roffels te slaan om al het volk te beletten het schreeuwen van de vrouw te horen. Maar zij schreeuwde zeer jammerlijk "wraak, wraak, mijn lieve burgers, staat mij bij. Want gij laat mij nu zo schandelijk sterven, terwijl ik toch niet voor mijzelf gevochten heb. Ik heb het toch gedaan voor het hele land, tegen de dwingelandij van de pachters, door wie wij burgers zo gekweld werden en die ons met geweld geld en goed afnamen voor de belasting." Maar zij moest toch hangen. meteen zag men de katrol bewegen ... Toen zij uit het venster werd gehesen hoorden men haar met de strop om de hals schreeuwen "Wraak, wraak!": En zo hing zij uit het venster en spartelde tot zij dood was." Even later werd ook Pieter van Dordt uit het raam van het stadhuis gehesen. Op dat moment vielen er echter een paar schoten, waardoor er paniek onder de dicht opeengepakte menigte ontstond, als gevolg waarvan tientallen onder de voet werden gelopen en dood getrapt. Andere sprongen in het water, waardoor er 58 mensen verdronken. Op de dam zelf lagen honderden gewonden en doden. De in Amsterdam begonnen rellen sloegen over naar Groningen en Friesland, waar ook deze wantoestanden heersten. De huizen van de gehate belastingpachters werden systematisch geplunderd. Direct na het oproer werden drie leiders, onder wie een vrouw, ter dood veroordeeld en op de Dam vanuit het raam van de Waag opgehangen. laatst gewijzigd: 24-10-05 |