Vanaf 1612 begonnen de Hollanders in de Noordelijke IJszee bij Spitsbergen op walvissen te jagen. Ze richtten op het eiland Spitsbergen, in grootte te vergelijken met Nederland, een nederzetting met een traankokerij in. De naam van die nederzetting was Smeerenburg. In de traankokerij werd traan het uit walvisspek gekookt. Traan werd gebruikt voor goedkope zeep en vooral voor lampolie. Omstreeks 1640 voeren elk voorjaar zo'n twintig grote walvisjagers naar het noorden.
De naam Spitsbergen is gegeven door de Nederlander Willem Barentsz in 1596, toen hij onderweg was naar Nova Zembla, op zoek naar een noordelijke route naar Oost-Azië. De Noorse naam voor Spitsbergen (Svalbard), werd vastgesteld in 1925. De naam werd gekozen naar een vermelding in een IJslandse tekst uit de twaalfde eeuw. Er is overigens geen enkel bewijs dat de in die tekst genoemde koude kust daadwerkelijk betrekking heeft op Spitsbergen.
laatst bijgewerkt: 20-07-01
|