8207

Personeel in dienst van de VOC

De Compagnie had zeer veel personeel in dienst: in Nederland, in Azië en op de schepen. In de achttiende eeuw was de VOC verreweg de grootste Nederlandse werkgever geworden. Op de werven in de pakhuizen en op de kantoren werkten een paar duizend man. het aantal werknemers in Azië was vele malen groter dan in Nederland. Een miljoen personen is in dienst van de Compagnie naar Azië vertrokken en ongeveer eenderde daarvan is teruggekeerd. Op de tientallen vestigingen waren duizenden mensen nodig: voor bestuur, beheer, defensie, administratie, voor het bouwen van woonhuizen, pakhuizen en schepen en voor de geestelijke en lichamelijke gezondheidszorg en het onderwijs. Ruwweg voeren in de zeventiende eeuw jaarlijks 4000 man per jaar weg en in de achttiende eeuw 7000. Het VOC-personeel bestond zeker niet alleen uit mannen van het allerlaagste allooi. De VOC was wel een vergaarbak van de meest uiteenlopende figuren, ruwweg voor de helft afkomstig uit het buitenland. Onder hen bevonden zich inderdaad paupers en zwarte schapen, maar evengoed personen met een gedegen opleiding.
Het personeel leed onder lage lonen, slecht voedsel, onmenselijke straffen en gebrekkige promotiekansen. Zelfverrijking kwam voor van hoog tot laag, maar alleen een kleine toplaag is werkelijk rijk geworden. Slechts één op de drie mannen die naar Batavia voeren kwam levend terug. Maar dit is minder tragisch dan het klinkt. Vele mannen bleven voorgoed in Azié, leidden een behoorlijk leven en stierven daar.

links: het Oost-Indisch magazijn in 1770

laatst bijgewerkt: 20-6-02

colofon