7194 | Henry Hudsons expeditie naar Noord-Amerika (1609) |
![]() |
![]() |
De Halve Maen werd op 23 maart 1609 door de Nederlands Verenigde Oost-Indische compagnie in dienst gesteld. Ze was een ontdekkingsschip en hét ruimteschip van haar tijd, ontworpen om een bemanning van 20 man mee te kunnen nemen naar onbekende en nog niet in kaart gebrachte wateren. Haar kapitein, Henry Hudson (1570 - 1611), was al een beroemde ontdekker van Noordelijke wateren toen hij in 1608 door de Nederlands Oost-Indische compagnie werd aangesteld om een route over het water via het Noordoosten naar Azië te zoeken. Hudsons naam leeft nog voort in de door hem ontdekte baai en rivier. Verder is hem nooit veel eer te beurt gevallen en dat is begrijpelijk, want zijn carrière vormt een aaneenschakeling van rampen en misverstanden. Daar komt nog bij dat hij zijn Nederlandse opdrachtgevers heeft voorgelogen en de resultaten van zijn expeditie rechtstreeks in handen van de concurrent heeft gespeeld. De wijze waarop hij het uiterste van zijn bemanningen vergde, heeft hij uiteindelijk met de dood moeten bekopen. Hudson leefde in de rotsvaste overtuiging dat Oost-Indië via de Noordpool te bereiken moest zijn. Zijn pogingen een noordoostelijke doorvaart naar Azië te vinden, liepen echter op twee achtereenvolgende reizen stuk op een barrière van poolijs en dreigende muiterij. Daarmee had hij veel krediet verspeeld bij zijn Londense geldschieters. Hij was dan ook verheugd toen de VOC hem uitnodigde eens te komen praten. En dus toog Hudson in 1608 naar Amsterdam. Bijgestaan door cartograaf Hondius zette hij zijn plannen uiteen. |
![]() |
![]() |
Links: Len Tantillo: Lake of the Iroquois.
Het gebied ten noorden van de huidige staat New York en de aangrenzende gebieden van het huidige Canada (omgeving Montreal) waren het woongebied van de Irokezen, Iroquois of Haudenosaunee (letterlijk vertaald, volk van het "longhouse". Ze beschouwden zichzelf als een trotse krijgersnatie en noemden zichzelf van oorsprong Ongwe Hongwe, "mannen die alle anderen overtreffen". Toch konden ze in hun hoogtijdagen hoogstens duizend krijgers op de been brengen. De verliezen die ze leden in de strijd compenseerden ze door regelmatig een deel van de gevangenen te adopteren in hun eigen volk. In de 18e eeuw dwong de behoefte aan een demografische versterking van hun gemeenschappen Haudenosaunee-krijgers steeds verder naar het westen te trekken, tot voorbij de Great Lakes. |
Hij was inmiddels tot het inzicht gekomen dat de doorgang niet ten noorden van Rusland moest worden gezocht maar meer naar het westen. De VOC-bestuurders dachten daar anders over en lieten in een contract vastleggen dat Hudson de noordelijkste punt van Nova Zembla moest zien te ronden. Op 8 januari 1609 werd het contract getekend.Tegen de tijd dat de zestien koppen tellende Nederlands/Engelse bemanning bijeen was gebracht, lag Hudson al overhoop met zijn Nederlandse collega's. Zo erg, dat de Zeeuwse VOC-afdeling er op aandrong te expeditie af te blazen en het aan Hudson betaalde handgeld van 150 gulden terug te vorderen. Maar in april 1609 voer de Halve Maen toch uit. Maar al een maand na vertrek werd de Nederlands/ Engelse bemanning ontmoedigd omdat hun route ten Noorden van Noorwegen geblokkeerd was door ijsschotsen van de Noordpool. Er werd zelfs gesproken over muiterij. Zittend in zijn hut, overdacht de verontruste kapitein het dilemma waar hij voor stond en de mogelijke oplossingen. Er werd een compromis gesloten. De koers werd gewijzigd en wat eerst een zoektocht naar een Noordoostelijke doorgang was, werd een Atlantische oversteek om daar een Noordwestelijke doorvaart te vinden naar de rijke specerijenhandel met China. Natuurlijk werd er ook wel gedacht dat Hudson er het van het begin af koers te zetten naar het westen. |
Hudson in Noord Amerika Nadat de Halve Maen de kust van Maine had bereikt en de fokkenmast, die in een ruige storm tijdens de Atlantische oversteek verloren was gegaan, had vervangen koerste zij zuidwaarts zover als de huidige buitenste zandbanken van Noord Carolina. Nadat Hudson de koers verlegd had naar het noorden, ontdekte hij vervolgens de Delaware baai, waarna hij bij de monding van een wijde rivier aankwam. Was dit dan misschien de doortocht naar de Stille Zuidzee? Hudson stopte op plaatsen aan de kust van New Jersey voordat hij met het kleine schip de rivier opvoer, die nu de naam van de gezagvoerder Henry Hudson draagt. Maar het was al snel duidelijk dat het een binnenlandse rivier was en geen westelijke doortocht. Hudson zeilde de rivier op tot het huidige Albany voordat hij omkeerde. |
![]() |
|
Op 3 september 1609 ging Hudson voor anker in een naturlijke haven bij een eiland dat Manahatta werd genoemd door de lokale indianen. Hudson doopte het gebied Nieuw-Nederland en voer een stukje landinwaarts in de ijdele hoop een zeestraat te kunnen vinden. In het najaar zag Hudson zich gedwongen de terugreis te aanvaarden. De Halve Maen zette echter niet koers naar Amsterdam, maar liep in november de haven van Dartmouth binnen. Het schip werd in beslag genomen en zou pas worden teruggegeven nadat de Engelsen alle kaarten, schetsen en aantekeningen hadden bestudeerd. Bij de VOC werd de expeditie als mislukt beschouwd en toonde men geen belangstelling voor de bevindingen van Hudson. Hij bleef zijn droom najagen. Een vierde expeditie, begonnen in 1610 werd hem fataal. Hij dreigde weer vast te lopen in het poolijs, maar weigerde rechtsomkeert te maken. De bemanning sloeg aan het muiten en zetten hem in een sloep met enkele vertrouwelingen over boord. Het zou nog vele jaren duren voordat de betekenis van Hudsons reis in 1609 zou worden begrepen en de Halve Maen de erkenning zou krijgen één van de bekendste ontdekkingsschepen te zijn geweest. |
Gemaakt: 27-04-06 |