8134

Het aansprekersoproer in Amsterdam (1696)

Amsterdam (1600-1700)

Aansprekers waren mannen die het overlijden van een buurtgenoot rondvertelden: ze "zegden het overlijden aan". Om de druk van de zware belastingen zoveel mogelijk over de gehele bevolking te verdelen hadden de overheden besloten dat tot een belasting op het begraven, waarbij rijke begrafenissen die 's avonds bij toortslicht werden gehouden het zwaarst werden belast, terwijl het "aanspreken" bij overlijden voortaan door personen moest geschieden die door de burgemeester waren aangesteld. Ofwel: het stadsbestuur, dat in geldnood zat, wilde het "aanzeggen" door eigen ambtenaren laten doen. 

De aansprekers voelden zich in hun beroep bedreigd en kwamen hiertegen in opstand. Zij wisten het volk in beweging te brengen en op 30 januari 1696 ontstonden er rond de Dam rellen. Nieuw aangestelde aansprekers werden gemolesteerd en hun huizen geplunderd. Op het Koningsplein vielen doden en van de huizen van burgemeester Jacob Boreel en van de gehate kapitein van de schutterij Spaaroog bleef alleen een ruïne over. In de loop van de volgende dag kreeg de schutterij het gezag weer in handen en werden verschillende oproermakers gearresteerd, van wie er later zeven op de Dam aan de gevel van de Waag werden opgehangen.

laatst aangepast: 18-07-01

colofon