7155

Vasco da Gama (1497)

In 1497 mocht Vasco da Gama een nieuwe poging doen om Indië te bereiken. Hij voer om de zuidpunt van Afrika heen en bereikte na vele maanden Mozambique. Daar lagen grote schepen van onbekende vorm op de rede. Arabische en inheemse handelaren pingelden er op de kaden. Hij werd er niet ontvangen door naakte stamhoofden, die opgewonden praatten als hun handvol belletjes werd toegeworpen, maar door een sultan, die slechts verachting voor de Portugese goederen had. Na een reis vol avonturen bereikte hij India. Voor de haven van Calicoet liet hij zijn anker vallen. Over deze stad heerste een Indische vorst. Da Gama en enkele van zijn officieren werden door hem ontvangen in zijn schitterende troonzaal. Zij keken er hun ogen uit. De Indiërs waren echter moeilijker te imponeren. 

De schepen wilden zij graag bekijken, maar voor de handelswaren van de Portugezen toonden ze veel minder belangstelling. Da Gama had de grootste moeite om van zijn waren af te komen en andere te kopen. Tenslotte besloot Da Gama om terug te keren naar Portugal. Mogelijk op raad van Diaz voer Da Gama ver westelijk van de oostkust van Afrika om zodoende de heftige vlagen en stromingen langs de kust te vermijden, tot hij in het gebied van de westenwinden kwam die hem naar Kaap de Goede Hoop konden brengen. Na drie maanden bereikte hij de Afrikaanse kust bij de St. Helena Baai, vlak ten noorden van Kaapstad. Van de Mosselbaai aan de oostkust voer hij vol goede moed verder naar het noorden. Da Gama had gehoord in Mozambique dat er verder naar het noorden grote havens waren, waar specerijen, parels en robijnen verhandeld werden. Ook hoorde hij dat Priester Johannes niet ver daar vandaan woonde en vele steden daar langs de kust bezat.

Op Mozambique en in Mombasa verliep het bezoek van da Gama niet erg gunstig. Hij kreeg ruzie met de vorsten en de bevolking nam een vijandige houding tegen hem aan. De heerser van Malindi echter toonde zich veel vriendelijker. Deze organiseerde grote feestelijkheden voor de Portugezen en stelde een loods tot hun beschikking. Calicoet was door Covilha's verslag van 1490 als één van de belangrijkste handelssteden aan de kust van Malabar bekend was. De bevolking bestond er voornamelijk uit Hindoes. Verder woonde er een groot aantal Arabische kooplieden. Erg onder de indruk waren de Portugezen van de kostbare sieraden die de vorst droeg. Vermoedelijk hadden de Arabische kooplieden, die bang waren voor concurrentie de Indiërs overgehaald geen handel met de Portugezen te drijven. De enkele Europeanen, die hier vroeger al eens verschenen waren hadden voor de Arabische en Perzische handelaren, die hier generaties lang de winstgevende handel beheersten, geen gevaar opgeleverd. De komst van da Gama en zijn schepen was echter heel wat anders. Er was een Europese koning, die vastbesloten was zich met handeldrijven bezig te gaan houden. De Arabische en Perzische kooplieden waren dan ook op hun hoede en probeerden de Portugezen zoveel mogelijk dwars te zitten. Zij beraamden zelfs een aanslag op zijn leven, die echter bij tijds verijdeld werd. Toen hij in de haven van Lissabon binnenvoer, was hij meer dan twee jaar weg geweest. Van de 170 mannen keerden er 44 terug. 

Tijdens de oversteek over de Indische Oceaan, die drie maanden duurde, stierven zoveel van zijn mannen, dat hij bij Mombasa één van zijn schepen moest achterlaten en vernietigen, omdat hij er geen bemanning meer voor had. Zoals altijd hielden de Portugezen bijzonderheden omtrent de reis van Da Gama en de door hem gevonden weg naar Indië zorgvuldig geheim. 

Met zijn reis was een einde gekomen aan de ontdekkingsreizen langs de Afrikaanse kusten. De Portugezen richtten nu hun aandacht op de handel met Indië. In 1500 ontdekte een Portugese expeditie nog het eiland Madagascar.

laatst bijgewerkt: 31-07-02

colofon