149h |
Trinaxontidae (Trinaxodon) |
![]() |
Trinaxodon liorhinus Thrinaxodon behoort tot de familie Galesauridae. Dit zoogdierreptiel was ongeveer zo groot als een kat, stevig gebouwd en waarschijnlijk een omnivoor met een voorkeur voor vlees. Fossielen van Thrinaxodon zijn gevonden in Zuid-Afrika (T. liorhinus), Antarctica (Fremouw-formatie) en Zuid-Amerika (T. brasiliensis), in gesteentelagen die uit het Vroeg-Trias stammen. Thrinaxodon wordt gezien als een belangrijke overgangsvorm tussen reptielen en zoogdieren, aangezien dit dier over een aantal zoogdierachtige kenmerken beschikt. Ten eerste is het gebit samengesteld uit verschillende soorten tanden en kiezen: lange hoektanden voor in de bek en knipkiezen achter. De meeste reptielen hebben gewoonlijk een uniform gebit, dus met slechts één type tanden. Ook bij andere zoogdierreptielen komt een samengesteld gebit al voor. Daarnaast is het gehemelte typisch zoogdierachtig. Een secundair benig gehemelte scheidt de neusholte van de mondholte, waardoor Thrinaxodon tegelijkertijd kon eten en ademen. Een dergelijke aanpassing is afwezig bij de meeste andere reptielen. Thrinaxodon is het eerste dier in het fossielenbestand waarvan de ribben gereduceerd zijn tot de borst. De afwezigheid van buikribben wijst op de aanwezigheid van een diafragma of middenrif en op een ademhaling die overeenkomt met die van zoogdieren. Door deze aanpassing kon de ademhaling effectiever verlopen, wat past bij een warmbloedig bestaan. Reptielen en amfibieën hebben wel buikribben. Verder wordt verondersteld dat Thrinaxodon een vacht had. Haren fossiliseren normaal gesproken niet (enkele uitzonderingen daargelaten, zoals de fossielen van Liaoning), maar gaatjes in de schedel geven aan dat Thrinaxodon beschikte over snorharen. Snorharen zijn gespecialiseerde haren en het is dus aannemelijk dat er al een echte vacht was ontwikkeld. Thrinaxodon had ook nog veel reptielachtige eigenschappen, waaronder een typisch reptielachtige rug. Thrinaxodon - Wikipedia |
Gemaakt: 14-12-06 |