De uiterst beweeglijke snuit van de Olifantspitsmuis wordt gebruikt bij het snuffelen in de bladerafval naar sprinkhanen, mieren en termieten. De ogen en oren zijn eveneens veel groter dan dan die van de insectivoren. Een ander typisch kenmerk zijn de lange achterpoten, waarom de familie ook wel Springspitsmuizen wordt genoemd. De Olifantspringmuizen springen niet, zoals de kangoeroes, met alleen de achterpoten, maar met alle vier de poten, zoals sommige muizen doen als ze worden achtervolgd, met hun staart omhoog gehouden. Er zijn ongeveer 18 soorten Olifantspitsmuizen, die zijn verspreid over geheel Afrika van Algerije tot Zuid-Afrika. Ze verschillen van elkaar in afmetingen, kleur en snuitlengte.
Gemaakt: 23-12-04
colofon
|