704

Dag en nachtdieren

Primaten

De overdag levende apen en halfapen waren in een aantal opzichten verschillend van degene die 's nachts leefden. Om te beginnen leefden ze in groepen, het werden sociale dieren. Ook ontwikkelden ze de mogelijkheid om in kleur te zien.
Vanaf het moment dat ze in groepen gingen leven veranderde het gedrag van de apen. Apen zijn de hele dag bezig met hun politieke leven: ze vlooien elkaar, proberen vriendschappen te sluiten met hooggeplaatste dieren binnen de groep om ook hun eigen positie te versterken en gebruiken al hun sociale vermogens om bijvoorbeeld het beste eten te krijgen, de beste bondgenoten en de beste partners. Dit drukke sociale leven vereist heel wat hersenwerk. Als aap ben je voortdurend bezig met kijken en begrijpen wat de ander aan het doen is. Ook moet je begrijpen en onthouden welke groepsleden hoger in rang zijn en welke onderop de sociale ladder staan. Kortom, hierdoor groeiden de hersenen van apen en werden ze één van de slimste dieren op aarde.

Een ander kenmerk wat zich met het sociale leven meebracht was communicatie. Veel in groepen levende dieren communiceren met elkaar door middel van lichaamstaal. Sommige, zoals wolven communiceren door middel van geluid (Het huilen van wolven en blaffen van honden.) en dolfijnen kunnen zelfs een beetje praten. Maar apen communiceren door middel van gezichtsuitdrukkingen. Hierdoor ontwikkelde zich veel spieren in het gezicht van apen en werden er aanpassingen gedaan zoals een bewegelijke bovenlip, of beweegbare wenkbrauwen. Wij mensen laten natuurlijk ook veel weten door gezichtsuitdrukkingen, maar onze uitdrukkingen betekenen dikwijls heel wat anders in de apentaal, bijvoorbeeld als je glimlacht tegen een aap zal die denken dat je bang voor hem bent.

De andere eigenschap van apen is de mogelijkheid om kleuren te zien. Voor een deel is dit ook weer om te communiceren, want kleuren worden ook gebruikt om andere groepsleden bepaalde dingen duidelijk te maken. Bijvoorbeeld het felgekleurde gezicht van een mandril of het rooie achterste van een baviaan. Maar het kleurenzicht ontwikkelde zich oorspronkelijk voor een andere reden, namelijk om te zien of fruit al rijp is. Van de zoogdieren zijn de overdag levende apen en mensen de enige die in kleur kunnen zien, in tegenstelling tot vogels en krokodillen die al miljoenen jaren lang prima kleur kunnen zien. Apen hebben die mogelijkheid ontwikkeld om overdag te kunnen zien of fruit al de rooie of blauwe kleur heeft (rijp, plukken dus.) of dat het nog groen is (laten hangen). Van oorsprong is fruit dus het belangrijkste voedsel van de apen, hoewel sommige daarnaast ook ander voedsel zijn gaan eten, insecten, bladeren, wortels of vlees. Maar ook wij mensen moeten nog fruit eten. 

laatst bijgewerkt: 29-12-06

colofon