1126 | Godsdienst |
![]() |
De godsdienst van de Ariërs was, zoals verwacht kan worden, een cultus van goden die meer pasten bij een noordelijker samenleving - goden van het vuur, van de verwarmende drank en van de pure barbaarsheid. Deze goden werden gediend door een aparte priesterstand die de offerriten uitvoerde. Het offerritueel was de centrale gebeurtenis bij de vroeg-Arische godsdienst. Er kwamen geen tempels of beelden aan te pas: de rite vond plaats bij een eenvoudig open altaar, waar een heilig vuur voedsel en drank naar de goden zond dat de mensen zelf ook gebruikten - graan, vlees, boter en een roesverwerkend drankje. Soma was de naam van een van de Arische goden. |
![]() |
Het heilige vuur was ook een god, Agni genaamd. "Kind der Wateren" werd hij ook wel genoemd. Met tanden van goud en vlammend haar woonde hij op drie plaatsen: op aarde, in de hemel en in de ruimte daartussen. In de hemel was Agni de zon en in de tussenruimte was hij de bliksem, waarmee hij de goden berichten zond of de goden naar de aarde bracht wanneer zij tijdens de riten werden ontboden. Op aarde bracht Agni de vuuroffers van de mensen naar de goden, waardoor hij gold als bode en bemiddelaar tussen hemel en aarde en als archetype van de priesters. Op aarde manifesteert hij zich zichtbaar in alle vuur en is hij onzichtbaar in water en planten aanwezig. Als god van het oppervuur wordt hij ook geassocieerd met het huiselijke leven en heeft hij de titel 'heer des huizes'. Hij beschermt de mensen en weert de kwade machten van hen af. Agni wordt afgebeeld met een lange rosse baard en gekleed in vlammen, of met twee aangezichten, vier armen en drie benen. Zijn attributen zijn een vlammenzwaard en een waterkruik. De ram is zijn symbool-dier. |
Menselijker trekken dan Soma of Agni vertoonde Indra, de god van de helden en van de oorlog, die de Ariërs leidde in de strijd en een bliksemstraal als wapen hanteerde. Hij was genotzuchtig, hield van feesten, drinken en gokken - en natuurlijk van oorlogvoeren. Misschien was hij wel de vergoddelijking van een Arische leider uit de begintijd.
De grote kracht die de Ariërs bijeenhield was niet de heerschappij van de goden, maar de grondgedachte van een allesdoordringende kosmische orde, "rita"genaamd. Rita was de wet die het universum schraagde, maar ook het gedrag van de mensen bepaalde. Zij heerste bijvoorbeeld over het ritme van dag en nacht en de wisseling der seizoenen en zij legde de betrekkingen tussen mensen en goden en tussen mensen onderling. Volgens de Ariërs maakte de mens deel uit van de natuurwet. Als een mens liegt of zich laat meeslepen door woede, verstoort dat de kosmische orde. |
![]() |
![]() |
Deze kosmische orde werd geassocieerd met de god Varuna. Hij was een ontzagweekende figuur en woonde in een paleis in de hemel. Varuna was niet de schepper, maar de bewaarder van de kosmische orde. Hij heerste over de doden en kon aan stervelingen onsterfelijkheid schenken. Varuna was de meester van Rta, de energie die ervoor zorgt dat de kosmos op tijd blijft werken. Zo is Varuna degene die ervoor zorgt dat de zon zich blijft voortbewegen. Tevens werd hij gezien als de maangod (afgebeeld als een witte man in een gouden harnas met een lus of lasso gemaakt van een slang in zijn hand). Later zou Indra de rol als oppergod geleidelijk van Varuna overnemen, iets wat we in de Riga Veda al kunnen lezen. Omdat Varuna sterk werd geassocieerd met regen, veranderde hij langzaam maar zeker in de god van de rivieren, zee en oceaan. De naam Varuna betekent letterlijk 'hij die iets bedekt', Indo-Europesche taalhistorisch onderzoek heeft uitgewezen dat deze naam taalkundig verwant is met de Griekse god Ouranus (de hemelgod). |
Hindoeïsme Vanaf ca 1200 v.Chr. verschoof het godenpantheon langzaam naar een nieuw drietal, Brahma, Sjiva en Visnu, overigens zonder dat de oorspronkelijke goden hiermee geheel uit het zicht verdwenen. In de periode van zo rond 800 tot 1000 n.Chr. zien we een heropleving van het Hindoesime. Visnoe en Sjiva winnen aan betekenis en worden door bepaalde groepen zelfs als enige god vereerd. De filosofie wordt uitgebreid met nieuwe scholen. Boeddha, Krisjna en zelfs Christus worden als incarnaties van Visjnoe in het godenpantheon opgenomen. Het Hindoesime vormde zich aldus tot een uiterst rekbare religie waarin alles kan worden opgenomen. In maatschappelijk opzicht blijft het de basis van het verstarrende kastensysteem. Laatst bijgewerkt: 15-02-07 |