1412

Boerderijen van de boeren in het Maasdal 
(ca. 5300 - ca. 4900 v. Chr.)

-17.000 -16.000 -15.000 -14.000 -13.000 -12.000 -11.000 -10.000 -9000 -8000 -7000 -6000 -5000 -4000 -3000 -2000 -1000 1 1000 2000

De boerderijen van de boeren in het Maasdal waren ± 25 m. lang en ± 6 m. breed. Het grootste gevonden huis was 40 meter lang en 8 meter breed. Een rij palen in het midden droeg het dak. De wanden bestonden uit een raamwerk, waartussen wilgentakken werden gevlochten, die werden bestreken met leem, dat de mensen uit putten haalden vlak naast hun huis. 
Later werden deze leemputten netjes als vuilnisvaten gebruikt, tot geluk van onze archeologen, die in vuilnis vaak de beste vondsten deden. In die leemputten vonden zij bijvoorbeeld de beenderen van honden, schapen, geiten en runderen.

Het middendeel van de boerderij was het woon-werkgedeelte. Het zuidoostelijke deel was waarschijnlijk een opslagruimte. Het noordwestelijke deel was slaapgedeelte, maar werd ook wel gebruikt voor opslag. De wanden in dit deel bestaan uit met leem bestreken vlechtwerk, maar er zijn ook boerderijen gevonden waar dit deel houten wanden had.

Als dakbedekking gebruikte men stro, riet, houten planten, plaggen of van een combinatie van stro, takken en boomsschors ("wirrstroodach"). Er was geen schoorsteen. Boven de stookplaats kon de rook ontsnappen door een gat in het dak. Als de grond modderig was werden er houtsnippers op gestrooid. Van de prehistorische boerderijen is meestal niet veel over. Maar als er verkleurde plekken in de grond te zien zijn, kan dat betekenen dat daar palen hebben gestaan. Soms zijn er stukken van de zijkanten van huizen gevonden. 

laatst bijgewerkt: 27-12-01